Column Toine Heijmans

Wat blijft er over van Terschelling, nu mijn vader daar nooit meer komt?

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader en zoon op het strand van Terschelling. Beeld Privéalbum Toine Heijmans

Mijn vader is een handeltje begonnen in laatste keren. De oogst was goed dit jaar. Het probleem met laatste keren is dat ze zich slecht laten determineren: een laatste keer kan toch de een na laatste blijken, of de twee na laatste. Al is het meestal andersom.

Dit maakt het afscheid nemen lastig. Want wanneer zeg je bijvoorbeeld ‘nou, tabé, dit was het dan’ tegen een eiland als Terschelling? Het is net een huwelijk dat kapotgaat terwijl je er geen erg in hebt – een gouden huwelijk, wat Terschelling betreft. Ja, ze groeien uit elkaar. Groeiden.

Voor determineren moet je bij mijn vader zijn. Hij weet waar je zonnedauw kunt vinden, met die kleine vleesetende kaken, en kent het verschil tussen lams- en muizenoor. Wist. Kende. Knielt laag in het natte landje, in het bos van Hoorn, op zoek naar de soldaatjesorchis. Wespenorchis. Knielde.

Blauwe zeedistel: in mijn dromen, in het tentje, zijn ze groot als Russische kernraketten. Waren. Vertrek samen met mijn vader in de schemer naar het dammetje, keer terug met een vuilniszak zwaar van de schollen en de botten. 71 stuks. Tel maar na. Telde. Vertrok.

Een schol heeft oranje vlekken jongen. Een bot niet.

Als je nu gaat vissen pa, vang je niks meer. De grutto is ook zo’n beetje uitgestorven. Die rare witte vogels daar zijn lepelaars, dat is dan wel weer geinig. Maar het eiland – dat rúíkt nog ergens naar. Zo ruikt alleen het eiland.

De een na laatste keer betrof een appartementje van Landal, dat niet helemaal strookte met het eiland, wat mijn vader betreft. Betrof. De laatste keer huren we niet voor de laatste keer een gigantisch huis halverwege. Iedereen past erin, zelfs mijn vader.

De oude dingen verdwijnen het laatst. Daar houdt iedereen in dat huis zich aan vast. Bij zijn archeologische graafwerkzaamheden zet dr. Alzheimer almaar zwaarder materieel in, maar zelfs met een drilboor begint-ie niks tegen de geur van Terschelling. Begon. De wilde appelboom aan het begin van de Boschplaat, de appels opnieuw te zuur. De zuring. Tussen je tanden, net als het duinzand, goudstof.

Wat mijn vader betreft (betrof) is het eiland van graniet, dus daar willen we naartoe, naar de kern. Naar de derde duintjes. Naar de helle zon en naar de blaasjes op de rug en de zonnesteek. Zonnedauw. Bliksemschichten uit de Melkweg recht in de zwarte zee.

Wind in de rug is goed, aan de Waddenkant, de rug van mijn vader is net een zeil. Zit op zijn fiets precies als zijn vader. Zat. Rechtop. Aan hem valt niets te ontdekken hoor, mochten de andere fietsers dat denken. Kaarsrecht. Hij en het eiland spannen samen, met hem en Terschelling is niets aan de hand. Japanse oesters in het slik. Exoten, pa. Hij klapt zijn zakmes open, we eten oesters, uiteraard niet voor de laatste keer. Laatste keren zijn voor losers.

De vraag is wat er overblijft van Terschelling, nu mijn vader daar nooit meer komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.