ColumnStephan Sanders

Wat ben ik blij met de zogenaamde generatiekwestie

Dezer dagen wedijvert het nieuws over Ridouan T. met de naderende Kerst, en Kerst zelf wordt op radio en tv voorgesteld als een onvermijdelijk bombardement, waaraan ontkomen is. Wat ben ik dus blij met de zogenaamde generatiekwestie. Ok, boomer. Hoeveel schuld kan de babyboomgeneratie (1945-1956) worden nagedragen? Het zijn vooral een paar millen­nials (1981-2000) die van zich laten horen, en natuurlijk worden er ook babyboomers gecharterd om ­tegen te sputteren.

Ik vind het een perfect gezelschapsspel voor de komende feestdagen, omdat iedereen eraan kan meedoen. Zelf, geboren in 1961, bevind ik me in de luwte van de strijd. Officieel hoor ik tot de Verloren ­Generatie (1956-1970), maar ik had dus de vader van een millennial kunnen zijn of zelf weer een kind van een babyboomer.

Ook mijn generatie wist in de ­jaren tachtig de babyboomers al flink te raken: met de jaren krijg ik bijna medelijden met die boomers, ze dachten heel wat van zichzelf en nu denkt ieder cohort na hen heel minnetjes over ze. De narcistische krenking moet gigantisch zijn.

Ik kan me niet anders herinneren dan dat mijn generatiegenoten heel ironisch spraken over dat ‘verloren zijn’. Het had iets mooi vermoeids, iets verdoemds, en dat paste natuurlijk perfect bij de punk die bezig was op zijn einde te lopen. Maar nog leuker was het besef dat er eerder ook al een lost generation was geweest: zo rond 1920 sprak schrijfster Gertrude Stein, Amerikaanse in Franse, culturele ballingschap van een la génération perdue’.

Dat was niet misselijk, dat was chic, verloren zijn.

Infantiel

Dus spraken we elkaar, zestig jaar later in disco’s (!) en clubs aan met: ‘O Gee, we’re so lost’ en keken dan tevreden naar onze strakke, maar toch al door drank en drugs aangevreten gezichten. De ironie voerde de ­boventoon en echte verbetenheid heb ik eigenlijk nooit gemerkt. Ik ­bedoel: het heeft iets infantiels om een hele leeftijdsgroep als zondebok aan te wijzen. Zo’n grapje hou je even vol, maar niet lang.

Zelf vond ik het wel een geruststellend idee dat ik behoorde tot de definitieve achterhoede van de avant-garde: de babyboomers mochten de ijsbrekers zijn geweest, ik koesterde me in de rol van laat-geadopteerde. Er schuilt een conservatief in me: wel mee willen doen met de voorhoede, maar dan graag een plaatsje achteraan, s.v.p.

Minder grappig is het idee, waarmee sommige generaties behept zijn, dat met haar komst de mensheid pas echt goed haar entree heeft gemaakt. Hier kunnen babyboomers en millennials elkaar de hand reiken. Het idee is beslist revolutionair, het gaat over de Nieuwe Mens die heel toevallig net met die ene ­generatie is verschenen. Voor die tijd was het afzien geblazen, er werd gerommeld en geknoeid, maar zie: je wordt in 1947 geboren (of in 1986) en je bent automatisch de heraut van de nieuwe tijd. Een geboorte­bonus. Het is passend als de geschiedenis bij jou begint, bij het jaar nul, zogezegd.

‘Niet God maar de mensheid maakt de geschiedenis’, wist K. Marx al, en sindsdien is het dringen geworden in de voorhoede, want ­iemand moet de allereerste zijn, en elleboogstoten zijn toegestaan.

Ik lees net in een boek van de Britse historicus John Gray hoe aan het begin van de Russische Revolutie in 1919 ‘alle Moskouse padvinders werden gefusilleerd en het jaar daarop alle leden van de hoofdstedelijke tennisvereniging’.

Christuskind

Het ging toen niet om generaties, maar om klasse, en iedereen met een tennisracket was verdacht, zoals nu iedereen van boven de 50 maar beter dekking kan zoeken.

Die fusillade wordt voorlopig nog even uitgesteld, heb ik begrepen.

Nog een keer Marx: ‘De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd: het komt er op aan haar te veranderen.’ Voor die ­politieke strijd hebt je een vijand ­nodig: de bourgeoisie, de babyboomer. Zelf hoor je bij de Verander-­generatie die alles nieuw maakt.

Langzaam maar zeker raken we nu de kern van de kwestie. Er werd, wil het verhaal 2000 jaar geleden een mens geboren, die de geschiedenis deed kantelen. J. Christus, Mensenzoon, Gods zoon en zoon van Maria, onbevlekt ontvangen.

Dat verhaal kunnen we nu natuurlijk niet meer geloven en dus worden er generaties bijgesleept. Schrijver Philip Huff (35) als Christuskind.

Ik vind het oude verhaal toch ­beter.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden