Column Ibtihal Jadib

Wat als mannen steevast dommer zouden worden ingeschat

Beeld Valentina Vos

Een paar weken geleden was ik te gast bij het 20-jarige jubileum van een organisatie genaamd Giving Back. Ik had er niet eerder van gehoord maar vond het een mooi initiatief: Giving Back koppelt scholieren en studenten aan mensen die zich opwerpen als mentor met het idee dat niet voor iedereen de wereld in gelijke mate openligt.

Tijdens het jubileum werden de gasten ingedeeld in groepjes om te discussiëren over diversiteit. Ik kwam terecht bij het onderwerp ‘Is het ingroeiquotum een goed instrument om meer vrouwen en minderheden in de top te krijgen?’ De gebruikelijke voors en tegens passeerden de revue, toen een zeker heerschap zijn inzicht met ons deelde: ‘Als we de principiële keuze maken om meer vrouwen in een team te stoppen, moeten we dat loskoppelen van de wens om het beste team te hebben, aangezien een team met vrouwen minder hard zal lopen.’ Hij keek er volstrekt redelijk bij.

Even later ging het over de vraag wie het moeilijker heeft in een traditioneel mannelijk team: een allochtone man of een autochtone vrouw. De discussieleider was zelf overtuigd van dat laatste. Hij wist vanuit zijn eigen werkervaring te vertellen dat ‘mannen onder elkaar gewoon samen een biertje kunnen drinken.’ Terwijl, zo betoogde hij, dat niet kan met een vrouw omdat mannen ‘vrijwel ­altijd bezig zijn om zichzelf te positioneren ten opzichte van een vrouw.’ De discussieleider had in zijn huidige functie een vrouwelijk teamlid en daar kon hij moeilijker mee ­‘levelen’ omdat, tja, nou ja, hij moest even zoeken naar woorden om haar te omschrijven. Het kwam erop neer dat ze een indrukwekkende verschijning was.

Als ik vroeger thuis met mijn ouders discussieerde over barrières in de Marokkaanse cultuur voor vrouwen, zei mijn vader weleens: ‘Jij weet niet hoe mannen denken’. Sommige barrières dienden volgens hem juist ter bescherming van vrouwen tegen de perverse mannelijke geest. Ik wierp dan tegen dat hij niet alle mannen over een kam kon scheren en dat bovendien de Marokkaanse opvoeding jongens nauwelijks leert om zich op een ontspannen manier te verhouden tot vrouwen. Die perverse geest lag dus aan de opvoeding, niet aan de mannen. Hier in het vrije, ontwikkelde Nederland was dat gelukkig anders. Hier zijn vrouwen meer dan een potentiële verovering. Hier worden we serieus genomen.

Het lukt me steeds minder goed om die overtuiging vast te houden. Zelfs mannen die hun vrije zaterdagmiddag opofferen om mee te denken over diversiteitsvragen kunnen met een uitgestreken gezicht zeggen dat de keuze voor vrouwen slechtere teams oplevert. Of dat het uiterlijk van vrouwen in de weg staat van een ontspannen werkrelatie.

Mijn vader had gelijk: ik weet niet hoe mannen denken. Ik ben daar razend benieuwd naar want ik vraag me af wat mannen zouden denken als de rollen waren omgedraaid. Als mannen eeuwenlang, wereldwijd, structureel waren achtergesteld. Als ze steevast dommer zouden worden ingeschat. Als de normen waarop mannen worden afgerekend bepaald zouden worden door vrouwen. Als mannen van jongs af aan werd geleerd om te denken in begrenzing, in plaats van potentie. Ik heb geen idee hoe mannen dan zouden reageren. Mannen zelf waarschijnlijk ook niet, want het sciencefictiongehalte is te hoog. Laten we het daarom niet al te ingewikkeld maken, daar schijnen mannen niet van te houden. Mannen zijn meer van de praktische aanpak. Toevallig zijn ingroeiquota in tal van landen een heel praktische oplossing gebleken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden