Column Elma Drayer

Was ik nog lid van Amnesty, dan had ik onmiddellijk opgezegd na dat kekke filmpje over gezichtssluiers

Natuurlijk was het artikel woensdag in het AD verontrustend. De krant suggereerde dat elke burger vanaf donderdag boerkadraagsters ‘tegen de grond’ mag houden tot de politie verschijnt.

Of het bericht feitelijk klopt is mij tot op heden niet duidelijk geworden. Maar ook als uitgesproken tegenstander van gezichtsbedekkende kledij moet ik bij het idee alleen al huiveren. Burgers die het recht letterlijk in eigen handen nemen – om het eigentijds te zeggen: ik ben er niet van.

Dit doet niets af aan mijn vreugde dat vanaf heden eindelijk de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding in werking treedt. Sterker, wat mij betreft zou (net als in België, Frankrijk, Bulgarije en Oostenrijk) gezichtsbedekking in álle publieke ruimtes taboe moeten zijn – en niet alleen in het onderwijs, de zorg, in overheidsgebouwen en in het openbaar vervoer. Want waarom zou je als moderne samenleving een religieuze doctrine faciliteren die de onzichtbaarheid van de helft der bevolking nastreeft? Terwijl dit in flagrante tegenspraak is met de Universele Rechten van de Mens waaraan wij ons hebben verplicht?

Maar blijkbaar was deze wet in Nederland het hoogst haalbare. Dus dan leg je je daarbij neer. Zoals het betaamt in een democratie.

Voor de felle tegenstanders, begrijp ik, is dat te veel gevraagd. Ook nu verdere protesten zinloos zijn, blijven zij jammeren over het onrecht dat de wet de gedupeerden zou aandoen.

Zaterdag zag ik bij Nieuwsuur een bekeerlinge die miezemuisde over het feit dat haar bewegingsvrijheid ernstig gevaar loopt. Klonk best geestig uit de mond van een vrouw die zich van kruin tot voetzool inpakt zodra ze haar huis verlaat.

Ook Annelies Moors kwam aan het woord. Deze Amsterdamse hoogleraar hedendaagse moslimsamenlevingen behoort tot het clubje wetenschappers dat altijd klaarstaat om recht te praten wat krom is – of het nu gaat om informele islamitische huwelijken, rammelend onderzoek naar jihadbruiden of volledig gesluierde vrouwen. Ditmaal wist ze te vertellen dat het dragen van hoge hakken ‘minstens zo problematisch’ is als gezichtsbedekkende kledij. Even later vergeleek ze de communicatie tussen een sluierloze en een sluierdraagster met het voeren van een telefoongesprek: daarbij kun je iemands gezicht evenmin zien. Derhalve, wilde ze maar zeggen, is aparte wetgeving nergens voor nodig.

In de argumentatieleer heet zoiets een valse vergelijking. Alsof er geen afgrond gaapt tussen een vrouw die levenslustige hoge hakken draagt en een vrouw die de blikken van mannen koste wat kost wil vermijden. Alsof er geen afgrond gaapt tussen een telefoontje waarbij je allebei onzichtbaar bent en een gesprek waarbij de een zijn gezicht verbergt en de ander niet.

Toch verbleekte de logica van deze geleerde bij wat Amnesty International presteerde. De ooit zo eerbiedwaardige mensenrechtenorganisatie plaatste eergisteren een kek filmpje op Twitter, exotisch deuntje eronder, waarin ze het recht om te kiezen voor de gezichtssluier op één lijn stelde met het recht van Iraanse vrouwen om te strijden tegen de verplichte sluiering. Motto: ‘Wij steunen ze’.

Alsof er geen afgrond gaapt tussen vrouwen die zichzelf uit de publieke ruimte verbannen en vrouwen die daarin juist hun gerechte plaats opeisen.

Was ik nog lid, dan zegde ik onmiddellijk op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden