ColumnPeter Middendorp

Was ik er zo één? Had ik mij druk gemaakt om een rolgordijn?

Op verzoek van mijn vriendin hadden enkele monteurs een rolgordijn voor ons keukenraam opgehangen, dat je zowel van de onderkant als van de bovenkant in hoogte kunt verstellen, zodat je het hele raam ermee kunt bedekken, of een deel, een baan of een reepje, en dan ook nog eens op iedere denkbare hoogte.

Het lukte me niet vriendschap te sluiten met het rolgordijn. Na een paar weken was het me nog steeds vreemd. Iedere keer als ik in de keuken kwam, betrapte ik mezelf weer op dezelfde gevoelens van wrevel, ongemak en milde agressie.

Hier zal mijn jeugd in een Blokkerwinkel wel weer achter zitten, dacht ik eerst nog. Ik was mijn angst voor korting bijna de baas, ik hyperventileerde alleen nog maar op btw-vrije dagen, maar misschien kon ik nog altijd niet tegen dingen die praktisch zijn.

Het ongemak duurde tot ik er op een dag achter kwam dat ik al wekenlang op mijn tenen naar buiten stond te kijken. Ja, het waren uiteindelijk mijn kuiten die me vertelden dat mijn vriendin de bovenkant van het rolgordijn iedere ochtend net niet ver genoeg naar beneden liet om naar buiten te kunnen kijken.

‘Waarom doe je dat’, vroeg ik dan ook vrij hard. ‘Wat heeft dat voor zin?’ Toen moest me nog opvallen dat ze het rolgordijn van de onderkant ook nog eens steevast te hoog optrok, zodat iedereen vanaf de straat, onder het gordijn door, alles kon zien van ons, mijn blote kont als het aan haar lag, en wij helemaal niets – ja, een vlak stuk rolgordijn, net even van het witte af, als een vrijwillige plaat voor onze kop.

‘Dat vind ik gezellig’, zei ze. ‘Zo valt het licht van twee kanten het huis in.’ Ik ging er maar niet verder op in, ik zou me alleen maar kwaaier maken, straks raakte ik de greep op mijn emoties weer kwijt en sleurde ik dat ding uit de kozijnen. Zo. Rats. Klabam. Op de plavuizen. Het leek me zo heerlijk om te doen dat het wonderlijk was dat bijna alles nog heel is in huis.

Deze week stond ik opnieuw naar het gordijn te kijken en wist ik alweer niet wat het was – kwam het door het extra daglicht, werkten de nieuwe pillen van de psychiater? – maar ineens was mijn wrevel verdwenen en zag ik alleen nog maar een rolgordijn dat bijna onschuldig voor het raam hing, dunnetjes, alsof het zich zo klein mogelijk probeerde te maken, bang door mij te worden opgemerkt.

Was ik er zo één? Echt? Had ik mij druk gemaakt om een rolgordijn? Waarom deed ik dat? Waar sloeg dat op? Waarom pakte ik mijn vriendin niet gewoon even lekker beet als we met z’n tweeën in de keuken stonden, in plaats van tegen haar te roepen en klagen dat ze geen rolgordijnen kan inparkeren? Niemand die je in principe zag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden