Ombudsman Jean-Pierre Geelen

Was het bericht over de verhuizing van Jesse Klaver nepnieuws?

Jesse Klaver gaat dus niet verhuizen naar Brabant. Maar was het roddelbericht daarmee ook ‘nepnieuws’?

Ontluisterend, hoe het ‘nieuws’ over de verhuizing van Jesse Klaver van Den Haag naar Roosendaal de media kon halen. Het begon bij roddelblad Privé, dat een aangeleverde foto (waarop de GroenLinks-politicus met een televisie loopt te sjouwen) opklopte tot verzonnen feit, waarna Omroep Brabant en andere media het overnamen. Dat Klaver niet naar Brabant verhuist, stond pas veel later in deze krant. Klaver had het niet eerder ontkend, omdat geen journalist hem ernaar had gevraagd.

Maar was dit nu ‘nepnieuws’? Zo heette het afgelopen maandag tot viermaal toe in de reconstructie die Toine Heijmans ervan maakte in zijn verslaggevers­column. Zorgwekkend was het in elk geval. Wanneer een berichtje voor de site bij Omroep Brabant al niet meer leidt tot checken vóór publicatie, is het failliet van de journalistiek aanstaande.

Een staaltje grove nalatigheid en onzorgvuldigheid dus. Maar was het daarmee ‘nepnieuws’? Na ­publicatie van de verslaggeverscolumn volgden wat kritische reacties, onder meer op Twitter van Alexander Pleijter, universitair docent online journalistiek. Hij schreef: ‘Raar en gevaarlijk om in deze kwestie het woord ‘nepnieuws’ te gebruiken. Dit is duidelijk een voorbeeld van journalistieke onzorgvuldigheid. Niet de intentie om een verzonnen verhaal te verspreiden om mensen te misleiden.’

De webredactie overwoog daarop in de online-­versie van de column de kop – Zo kon nepnieuws over Jesse Klaver op de site van Omroep Brabant terecht komen – aan te passen en bij het stuk een korte toelichting te geven. Dat is niet gebeurd. Wat zou je ook in enkele regels moeten toelichten?

Spraakverwarring over nepnieuws is er veel. Het kleinste foutje in een krant of nieuwsrubriek heet in het dagelijks spraakgebruik tegenwoordig al snel ‘nepnieuws’. In de mailbox van de ombudsman is het weinig anders. Dat begon in 2016, zoals mijn voorganger op deze kolommen al eens constateerde – niet toevallig het begin van het tijdperk Trump.

Meestal gaat het in die berichten niet om nepnieuws, maar om vergissingen, verschrijvingen en feitelijke onjuistheden die per ongeluk in de krant belandden. Dat is slordig, maar ‘nepnieuws’ is iets anders. Ironisch genoeg is slordigheid juist géén kenmerk van nepnieuws, want dat is – in de politieke lading die het begrip heeft gekregen – ‘gefabriceerde’ onwaarheid die willens en wetens wordt verspreid met een (politiek) doel, meestal het beschadigen van een andere partij of een medium.

De droom van een vlekkeloze krant zal vermoedelijk een illusie blijven. Journalistiek is mensenwerk en mensen maken fouten. Die worden – met dank aan de scherpe lezers – ruimhartig hersteld in de ­rubriek ‘Aanvullingen & verbeteringen’. Op gelukkige dagen staat die niet in de krant en mogen we ­hopen dat geen lezer een fout heeft kunnen ontdekken (al betekent dat nog niet dat er geen fout in de krant stond).

Verslaggever/columnist Toine Heijmans vindt ook na lezing van de kritiek dat dit wel degelijk een geval van ‘nepnieuws’ was. ‘Het is niet afkomstig van een zogenaamde fabriek die er een politiek doel mee had, maar wel van Privé, dat er doelbewust mee loog om geld te verdienen. Ook Omroep Brabant maakte het bericht voor de clicks. Het probleem met het huidige gebruik van de term ‘nepnieuws’ is dat het een politieke lading heeft gekregen, door Trump. Maar los daarvan bestaat er dus ook nepnieuws dat zomaar de reguliere media kan binnensluipen.’

Dat nepnieuws zich ook buiten de politieke kaders voordoet, is waar. Maar dat is al een oud gegeven, en niet binnen de context waarin de term de laatste ­jaren wordt gebezigd, vaak door mensen die er hun wantrouwen jegens reguliere media mee ventileren.

Om aan de verwarring een einde te maken, heeft de Volkskrant net deze week een lemma toegevoegd aan het Stijlboek. Onder het kopje ‘Nepnieuws’ staat nu: ‘Onder nepnieuws verstaan we het doelbewust en structureel verspreiden van onwaarheden. Nepnieuws kan allerlei vormen aannemen: berichten die overduidelijk niet kloppen, bewerkte foto’s en foto’s waar bewust een verkeerd bijschrift bij is gezet. Er moet sprake zijn van kwade wil bij de verspreiders. Media die per ongeluk onwaarheden verspreiden, omdat bronnen hen op het verkeerde been hebben gezet of omdat ze bepaalde feiten verkeerd hebben geïnterpreteerd, vallen niet onder de definitie van nepnieuws.

Omdat ‘nepnieuws’ een vervuild containerbegrip is geworden, gebruiken we bij voorkeur andere termen, zoals ‘desinformatie’ (foutieve informatie die dient om personen, sociale groepen, organisaties of landen op het verkeerde been te zetten of te schaden).’

Daar is geen woord aan gelogen.

Post van een lezer: Sluikreclame in de krant?

Blijkbaar vindt de krant het normaal dat de schrijvers van artikelen reclame maken voor een telefoonmodel. Ook Saskia Noort kon het niet laten te schrijven dat ze een iPhone heeft, maar dat was hier totaal irrelevant. Er is een volkomen duidelijke en neutrale term voor iPhone: telefoon, of smartphone. De Volkskrant moet geen sluikreclame maken. Noem een merk of model alleen als het relevant is.

Jack van de Vossenberg, Vianen

Reclame hoort uiteraard niet thuis in de ­redactionele kolommen. Het voorbeeld van de iPhone lijkt mij een grensgeval van het ­fenomeen ‘merkverwatering’, waarin een merk in het dagelijks spraakgebruik een soortnaam is geworden. Aspirine, Brinta, Chocomel of TomTom zijn er enkele voorbeelden van. Maar ‘telefoon’ of ‘smartphone’ had de lading in het stuk van Noort voldoende ­gedekt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden