The big pictureRacisme

Waren meester Van Dijk en wij racisten?

In 2001 werd de grootste antiracistische bijeenkomst ooit gehouden: de VN-racismetop in Durban.Beeld EPA

De documentaire Wit is ook een kleur van Sunny Bergman bevat een scène waarin met kleuters wordt gepraat over zwarte en witte poppen, voor hen op tafel. De meeste kinderen noemen, om een keus gevraagd, de witte pop het liefst, en het slimst. De zwarte pop is het stoutst. Op de vraag ‘wie van de twee is de baas?’ wijzen de kinderen (ook de zwarte!) de witte pop aan.

Zijn die kleuters kleine racisten? Nee, natuurlijk niet. Heeft de scène dan wel iets met racisme te ­maken? Ja, natuurlijk wel. Het heeft er alles mee te maken, althans met vooroordelen op grond van kleur. Kennelijk krijgen we dat gif al jong toe­gediend. Maar zomin als iemand die af en toe iets doms doet dom is, zomin is iemand die soms behept is met zulke vooroordelen, en daar misschien wel naar handelt, per se een racist.

Dat onderscheid werd uit het oog verloren woensdag op de Opinie-pagina’s, waar Sander van Walsum vertelde over zijn middelbareschooltijd in Doorn. Hij had één gekleurd klasgenootje, Martha uit ­Suriname. Iedereen was erg aardig voor haar, maar het bleef toch vreemd, zo’n donker meisje. ‘Ik durf niet uit te sluiten dat we weleens opmerkingen ­hebben gemaakt waar wij ons nu diep voor zouden schamen.’ Dat leidt dan tot: ‘Waren we racisten, ­volgens de strikte definities die deze weken worden gehanteerd? Ik vrees het wel.’

Nou, Sander, ik vrees het absoluut niet. Je was geen racist, en dat zal ook niemand vinden, zelfs niet volgens de huidige strengere maatstaven, ook al speelde raciale stereotypering kennelijk een rol in de interactie tussen Martha en haar vriendjes.

Wel werkt de zelfbeschuldiging bagatelliserend, in die zin dat de term daarmee van zijn kwaadaardige betekenis wordt beroofd. Racisten? Ach, dat zijn onschuldige tieners in Doorn, die lief maar een beetje onhandig omgaan met het enige zwarte kind in de klas.

Voor de goede orde: een racist is iemand die overtuigd is van de minderwaardigheid van andere ­bevolkingsgroepen of – in bredere zin – die zijn ­ingeslepen vooroordelen koestert en er op kwetsende wijze uiting aan geeft.

In de hoogste klas van de lagere school – het was 1965 – speelden wij op de afscheidsavond een toneelstuk over een blanke ontdekkingsreiziger op avontuur in Afrika. Hoogtepunt was de scène waarin de witte man – een rol, vertolkt door Marjan Luken (!) – als lekker hapje in een kookpot was beland. Ik speelde een van de zwarte wilden die, rieten rokje aan, woeste kreten slakend een rondedans maakten om de kookpot.

Waren wij, en meester Van Dijk, racisten? Welnee. Was dat toneelstuk racistisch? Ja, allicht! Heeft het ertoe bijgedragen dat racisme ongewild een beetje onder mijn huid kroop? Ongetwijfeld.

Hopelijk, en voor zover ik weet, was ik daarvan verlost toen ik in 2001 verslag deed van de grootste antiracistische bijeenkomst ooit gehouden, de VN-racismetop in Durban. Het was een zinderende conferentie, waar minderheden van allerlei slag aandacht vroegen voor hún vorm van slachtofferschap: van Roma tot Tibetanen, van Inuit tot ­kasteloze dalits. Antisemitisme werd door vrijwel ­iedereen veroordeeld als vorm van racisme, ­zionisme door sommigen.

Maar overal bovenuit torende de meest perfide vorm van racisme: de trans-Atlantische slaven­handel, met al zijn naweeën. Voor het eerst werd ­slavernij in VN-verband een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ ­genoemd. De gênante Britse tegenwerping dat dit misdrijf in de 18de eeuw nog niet bestond in het ­internationaal recht, werd terzijde geschoven.

Toen de slottekst was aangenomen, nam de ­Keniaanse jurist Amina Mohamed het woord. ‘Afrika heeft een rendez-vous met de geschiedenis’, zei ze geëmotioneerd. ‘Wij bewijzen eer aan de slachtoffers van de onmenselijkste praktijken ooit.’ Na die laatste zin steeg van de tribune een door merg en been gaand gejuich op uit Afrikaanse kelen. ‘Power to the people!’, riep iemand.

Het wordt weer tijd voor een VN-top.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden