Lezersbrieven 13 november

Waren de motieven van ‘moffenmeiden’ altijd laakbaar en landverraderlijk?

De ingezonden lezersbrieven van dinsdag 13 november.

Esmée Adrienne van Eeghen (1918-1944). Beeld Imageselect

Brief van de dag: moffenmeiden

Natuurlijk heeft Elma Drayer ­gelijk dat de treurige behandeling die de ‘moffenmeiden’ na de bevrijding hebben ondergaan in het niet valt bij het leed dat de Joden is aangedaan (O&D, 9 november). We zijn het ook eens dat excuses betekenisloos zijn. Maar betekent zulks dat we aan andere, weliswaar minder ernstige feiten, niet enige aandacht mogen besteden? Die vrouwen werden zonder onderzoek of proces door bendes ­opgehitst volk gemaltraiteerd en mishandeld. Een treurige gang van zaken die inderdaad om enige reflectie vraagt. Waren de motieven van de vrouwen die amoureuze betrekkingen aanknoopten met leden van de ­bezettingsmacht altijd laakbaar en landverraderlijk?

De bekendste verzetsstrijdster die het bed deelde met een Duitse militair was Esmée van Eeghen, die (mede) model staat voor het personage Rachel Stein in Paul Verhoevens Zwartboek. Van Eeghen was een onverschrokken en eigenzinnige verzetsstrijdster die ook in haar privéleven haar eigen weg ging. Zo ging zij diverse verhoudingen aan en besliste zelf wie haar minnaars waren. Dat daar een Duitser bij was, betekende geenszins dat zij collaboratie pleegde. Wellicht heeft die relatie haar gedurende enige tijd bescherming geboden. Ten slotte werd zij door de SD vermoord.

Ook in Jan Brokkens boek De Vergelding, waarin hij verslag doet van tal van verhoudingen die vrouwen met Duitsers aangingen in een Zuid-Hollands dorp, kom je geen echte collaboratie tegen. Wel vrouwen die alleen stonden en met hun kinderen de oorlog probeerden te overleven. Of meisjes die gevoelig waren voor complimentjes en attenties van die ‘aardige’ jonge soldaten die in het alledaagse leven doodgewone jongens bleken te zijn. Nergens ­politieke motieven, nergens echt landverraad. De schande die deze meiden en vrouwen over zich afriepen hield dan ook meer verband met hun ‘losbandig gedrag’ waarvoor ze gestraft moesten worden, dan met politieke motieven. In een bredere context: de zelfstandige keuze van vrouwen voor een seksuele partner moest onmiddellijk de kop ingedrukt worden.

Het hele discours is nog het mooist verwoord door een Franse actrice die na de bevrijding beschuldigd werd van collaboration horizontale en tegen haar rechters sprak: ‘Messieurs, mijn hart behoort aan Frankrijk maar over mijn kut ga ikzelf.’

Cees de Groot, Amsterdam

Jolande Withuis

Met genoegen het interview met Jolande Withuis gelezen (Ten eerste, 12 november) over de zinloosheid van het bestaan. Vooral de geciteerde Jaap van Heerden – ‘wees blij dat het leven geen zin heeft’ – slaat de spijker op de kop. Het is een oud-christelijke gedachte dat de zinvolheid van het leven ons door God gegeven zou zijn en dat we die in en door het geloof maar moesten ontdekken. Maar we ontdekken die zin niet, we kunnen die zin hoogstens met elkaar realiseren, zonder dat het geloof daarvoor als toetsingskader zou moeten dienen.

Sicco de Jong, Zuidlaren

John Tolud

Op 3 november stond er een brief in de krant van Aly van der Mark waarin zij zich Otto Sterman meende te herinneren. Er was echter sprake van een persoonsverwisseling: de betreffende persoon was mijn vader John Tolud. Hij hield inderdaad lezingen over ­Suriname, waarbij hij ook praktijkvoorbeelden gaf. Hij deed dit door heel Nederland, vanaf de jaren dertig tot aan zijn pensionering. Er zullen weinig Nederlanders van zekere leeftijd zijn die hem niet op school hebben gehad. Daarnaast zat hij jaren bij het Korps Mariniers, had hij vanaf begin jaren dertig tot aan de oorlog een winkel in Surinaamse artikelen in de Nieuwe Spiegelstraat in Amsterdam, was hij in de oorlog actief in het verzet in de Alblasserwaard, zat hij daarna bij de Politieke Opsporingsdienst (POD), haalde hij in de jaren vijftig een redelijk aantal Surinaamse voetballers voor Nederlandse clubs hier naartoe en deed hij im- en export tussen Suriname en Nederland.

Maddy Tolud, Amstelveen

Zorgverzekeraars

In het artikel ‘Zes onderbuikgevoelens over de zorgverzekeraars’ (Economie, 10 november) staat bij ‘gevoel 6’ dat de verzekeraars jaarlijks 200 miljoen euro besteden aan reclames, callcenters en bemiddelaars om mensen over te laten stappen. In ‘gevoel 4’ staat dat de meerderheid van de Nederlanders kan overstappen naar een goedkopere polis. Als dit zou gebeuren, zouden de verzekeraars 1,1 miljard euro mislopen, wat grote financiële problemen zou ­ge-ven. Kortom: we besteden 200 miljoen om iets te bewerkstelligen wat uiteindelijk de ondergang van de verzekeraars inluidt.

Als dit klopt, maak ik mij grote zorgen. De belastingdruk op de gemiddelde Nederlander wordt steeds groter, dus het wordt steeds waarschijnlijker dat meer mensen (moeten) gaan beknibbelen op hun verzekering en jaarlijks hoppen naar een goedkopere verzekeraar. Ik vraag mij af in hoeverre hier (door de politiek) rekening mee wordt gehouden, en of er een plan is om de gevolgen op te vangen als half Nederland plotseling wél besluit over te stappen?

Fred KwakmanVolendam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.