Opinie

Wanneer steekt Brussel hand in eigen boezem?

Jarenlang hebben de in Brussel werkende expats hun schouders opgehaald, maar nu is de maat vol.

Sint-Goriksplein in Brussel, het terras van café Zebra.Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Ik had in die metrowagon moeten zitten. Ik neem normaal gesproken de metro van Merode naar Maalbeek. Even na negenen. In de tweede wagon, die van de bom dus, die op Maalbeek halt houdt tegenover de trap die me naar boven voert, naar het EU Commissiekantoor waar ik werk. Maar ik had de berichten uit Zaventem gehoord en zat thuis het internet af te speuren naar meer informatie. Toen ik uiteindelijk de deur uit wilde gaan stroomden de berichtjes binnen: er komt rook uit station Maalbeek. Thuisblijven.

Woensdag en donderdag, op kantoor, delen we de verhalen. Een collega vertelt met grote ogen hoe ze zonder het zelf te beseffen onder het stof en het bloed kwam te zitten. Een andere collega, die 5 meter onder haar op de roltrap stond, ligt nog in het ziekenhuis, met brandwonden aan haar handen. Wat zich daar weer 5 meter onder afspeelde laat zich raden.

En nu ik wat aan het bekomen ben van de schok, nu ik mijn domme geluk heb omarmd, nu ben ik voornamelijk boos. En mijn boosheid richt zich tegen Brussel, al twintig jaar af en aan mijn stad.

Brusselaars zijn het klagen voorbij

Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar 1996, toen ik net in Brussel woonde. Mijn straat werd opgeschrikt door een politiemacht. Huizen werden afgezet, graafmachines reden binnen. Marc Dutroux. Een van zijn huizen stond een eindje verderop. Er trok een schaduw over de stad. Over het land. Een van de schokkendste onthullingen in deze walgelijke geschiedenis was hoe de verschillende Belgische diensten jarenlang langs elkaar heen hadden gewerkt. Je had de rijkswacht, de gemeentelijke politie, de gerechtelijke politie... Maar Dutroux werd uiteindelijk gepakt, door zijn eigen onvoorzichtigheid. Hij ging de bak in, ontsnapte redelijk gemakkelijk, werd toch weer opgespoord (voornamelijk omdat hij te ijdel was om zelfmoord te plegen) en zit dan toch vast. De politiek, de politie, heel België beloofde beterschap. En ik verhuisde, niet geheel ongerelateerd, voor een tijdje naar Vlaanderen.

Daar zag ik hoe een stad (Brugge, in dit geval) wel zijn verantwoordelijkheid neemt. Waar het maatschappelijk middenveld functioneert. Waar klachten worden gepubliceerd en behandeld. Wordt er in Brussel geklaagd? Alleen door de buitenlanders zoals ik. Niet door de Brusselaars. En waarom niet? Er zijn twee redenen: de Brusselaars zijn het klagen voorbij. Ze weten dat het toch niet uitmaakt.

Het Brussel van de grootouders van Jacques Brel, dat 'Brusseleerde' van het leven, bestaat al sinds de jaren zestig niet meer. Een combinatie van vastgoedprojecten en hun 'skieve architecten' (een Brussels scheldwoord!) nam de stad over en legden het halve centrum in puin, om er het soort fantasieloze, kantoorgebouwen neer te zetten waarin ik nu werk. Om over de ingewikkelde, onwerkbare bestuursstructuur maar te zwijgen, die elk sociaal beleid doet verzanden in ondoordringbare laagjes communautaire bla-bla .

Ruard Wallis de Vries.

'Je-m'en-foutisme'

De tweede reden waarom Brusselaars niet klagen, is omdat er geen Brusselaars meer zijn. Ze zijn weggetrokken uit het centrum en klonteren nu samen in de randgemeenten waar ze de landelijke politiek jarenlang lamlegden met het prikkeldraaddossier Brussel-Halle-Vilvoorde.

De Brusselaars met geld hoor of zie je niet, tenzij je je weet in te likken in de stille villawijken in Woluwe en Watermaal-Bosvoorde. De laatste Brusselaars zijn de dames met keffertjers die zich tweemaal per week naar de patisserie wagen.

Dus nu ben ik het die klaagt. En het is tijd ook. Jarenlang heb ik dit Brusselse 'je-m'en-foutisme' (het-kan-me-niet-schelenisme) voor lief genomen. Ik las hoe het gerechtelijk parket precies weet waar Noordafrikaanse bendes hun gestolen auto's parkeren: in het zicht van diezelfde gerechtelijke onderzoekers, bij het Zuidstation.

Maar de menskracht ontbreekt. Zeggen ze. Al in de jaren negentig hoorden we dat de politie nauwelijks meer patrouilleert in Molenbeek en Schaarbeek. Je m'en fou, quoi. Toen Saleh Abdeslam dan eindelijk werd gearresteerd, na een vier maanden durende alarmfase 3 en een grootscheeps politie-onderzoek - zeggen ze -, werd de politie met stenen bekogeld. De federale minister zegt dat hij het metrobedrijf opdracht gaf tot evacuatie, het metrobedrijf weet van niets. In Mechelen hadden ze informatie over Abdeslam, die Brussel nooit heeft bereikt. En Khalid, de man die mijn collega's en mij met wat pech naar de andere wereld had geholpen dinsdag, had zich sinds oktober niet gemeld bij de reclassering. Hoe kwam dat? Werd dat opgevolgd?

Mijn collega's en ik hebben Brussel er jarenlang als een noodzakelijkheid bij genomen. We hebben onze eettentjes en bioscoopjes, onze leventjes in de buitenwijken en onze weekendjes in Amsterdam, Rome of Madrid.

Maar het is niet langer genoeg. Ik ben dan wel een expat met een dik salaris, ik wil wel het idee hebben dat er iets goeds is voortgekomen uit het 'mea culpa'-circus dat België post-Dutroux opvoerde. Dit gaat over de persoonlijke veiligheid van ieder van ons. En dus moet ik weten dat ik serieus genomen word.

Ruard Wallis de Vries is ambtenaar bij de Europese Commissie in Brussel. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden