Opinie Ombudsman

Wanneer past een vraagteken in de kop?

Een vraagteken in de kop wekt soms irritatie op. Zeker wanneer het antwoord in het stuk eronder uitblijft. 

Voor we beginnen, even wat vraagjes. ‘Heksenjacht of link met Russen?’ ‘Dierproeven op celklompjes?’ ‘De buzz cut: statement of modegril?’

Vragen, vragen. Ze stonden als kop in kranten van de afgelopen weken, de lijst kan moeiteloos worden verveelvoudigd. Dat leidde tot een reactie van lezer Jos de Gruijter: ‘Bent u met mij eens dat de krant vooral nieuws moet brengen, voorzien van een heldere kop die de strekking van het artikel weergeeft, in plaats van een verzameling quiz­vragen?’

Goeie vraag.

Lang was de vraag in een kop taboe voor de serieuze pers. Het vraagteken was voorbehouden aan de roddelpers, die er precies de suggestie mee kon wekken die een gossipstuk verlost van waarheid­svinding. ‘Ging Patty Brard vreemd?’ Antwoord: nee.

Een aantal jaren geleden, bij de wisseling van de hoofdredactionele wacht, veranderde die opvatting. De vraag bleek online goed te werken, hij dwingt de krant zich te verplaatsen in vragen die bij de lezer ­leven en hij belooft verdieping en analyse, zo luidde de opvatting. Een uitkomst in een wereld waarin de dagelijkse krant haar nieuwsfunctie moest inleveren aan digitale media die per definitie sneller zijn dan een drukpers kan bijbenen. Het alternatief werd: meer achtergrond, analyse en vooruitblikken.

‘Een goede nieuwskop leest lekker en maakt nieuwsgierig’, gebiedt het Stijlboek van de krant. Enige tijd waren vragende koppen op websites ‘klikhits’, maar dat is al enkele jaren niet meer zo. De ­ervaring leert dat vragende koppen tegenwoordig juist vaak minder kliks opleveren op de website, zo laat de chef Digitaal weten. In de digitale wereld heersen modes – ‘Dit is waarom...’, ‘Zeven tips om... (en de laatste zal je verbazen!)’ – en die gaan nooit lang mee. Reden waarom op de webredactie al ruim anderhalf jaar de richtlijn bestaat: wees spaarzaam met vragende koppen.

De papieren krant leidt een eigen leven. ‘Blijf vragen’, luidde ruim vijftien jaar geleden de reclameslogan van de Volkskrant. Maar het is inderdaad wel wat veel geworden. De laatste weken verschenen kranten waarin wel vijf vragen op de lezer werden afgevuurd. Daartegenover staan trouwens dagen waarin er niet één wordt gesteld. Een steekproef in het archief van de afgelopen vijftien jaar leert dat het verschijnsel is toegenomen.

‘Walst Europa in Wenen een nieuw tijdperk binnen?’ ‘Van de regen in de drup met wachtlijsten ggz?’

Sommige rubrieken bestaan bij de gratie van de vraag. ‘Vijf vragen over...’, bijvoorbeeld, steevast ­gekopt met een van de behandelde vragen. Ook de rubriek ‘De kwestie’ van Peter de Waard (pagina Economie) behandelt (en beantwoordt) dagelijks een vraag. Helder format. Maar voor rubrieken gelden andere wetten dan voor de nieuwspagina’s (net als trouwens voor recensies, interviews en bijlagen).

Soms is een vraag terecht, vooral als de lezer die zichzelf ook al stelde. ‘Hoe komt de rechtspraak zo in geldnood?’ Of over het snelle politieoptreden rond de aanslagpleger op Amsterdam CS: ‘Hoe spot je iemand die kwaad wil?’ Voorwaarde is dat het antwoord ook gegeven wordt. Dat klinkt logisch, maar de praktijk blijkt nogal eens minder vanzelfsprekend. Soms is een artikel meer een verbale dans (door verschillende deskundige danspartners) rond de vraag dan het beantwoorden ervan. Vrijzinnigen in de koppenleer kunnen dan zeggen dat de vraag in de kop tevens de kern van het artikel weergeeft, maar dat gaat voorbij aan het onbevredigde gevoel dat de lezer aan zo’n stuk kan overhouden.

Wanneer het antwoord wel eenduidig gegeven wordt, is het sterker dat meteen in de kop te zetten, zonder vraag. Dan weet de lezer waar hij/zij aan begint, en wat-ie kan verwachten. Niets zo frustrerend als na minuten leeswerk t achter te blijven met lege handen.

Verwarrend wordt het ook wanneer de vragende kop de lezer alleen maar voor nieuwe raadselen stelt. ‘Is televisiekok Jamie Oliver een ekster in de etnische keuken?’ ‘Drinkt de Poolse jeugd alleen caffè latte?’

Hoewel dit type kop lang taboe was, hebben verschillende edities van het Stijlboek er nooit vraag­tekens bij gezet. Vermoedelijk omdat er een ongeschreven regel gold. Met de jongste editie in de hand zou de tegenstander zich kunnen beroepen op de ­bepalingen dat een goede (nieuws)kop ‘eenduidig’ moet zijn, en bij voorkeur ‘geen leestekens’ bevat. Maar dat vergt een lesje hogere exegese.

In de praktijk worden vraagtekens nogal vaak geleverd door de auteur van een stuk, zegt een van de twee ‘chefs Uit’, die ’s avonds bij de redactionele uitgang de stukken indelen en koppen maken. ‘Soms roep ik om negen uur ’s avonds al over de redactie dat de vraagtekens op zijn’, zegt de een.

‘Maximaal twee per krant’, luidt het criterium van de ‘chefs Uit’. Maar dan hebben ze het over hun verantwoordelijkheid, en die betreft de nieuwspagina’s. Sommige deelredacties en katernen hebben hun ­eigen eind­redactie, waardoor een hele krant toch nog tal van vragen kan bevatten.

De adjunct-hoofdredacteur, tevens lid van de interne Stijlgroep die zich regelmatig buigt over taalgebruik in de krant, keert terug van zijn eerdere schreden. Bij zijn aantreden was hij voorstander van de vragende kop, inmiddels is dat middel, zo zegt hij, uitgewerkt. ‘Voor vragende koppen geldt nu: liever niet’, zegt hij. ‘Een intro mag eindigen met een vraag, dat kan spannend zijn. Maar in een kop werkt het niet altijd meer.’ Onnodig is het ook: ‘Vaak is de vraag te vervangen door een vrijwel gelijke kop, maar dan zonder vraagteken.’

Noem het voortschrijdend inzicht. Hoewel: ‘Alleen domoren hebben op elke vraag een antwoord’, stelde de Franse schrijver en filosoof Voltaire lang geleden al. Zijn wijsheid toegepast op de krant van nu: antwoorden graag, maar niet zoveel vragen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.