Wachtgeld voor politici is al sober genoeg

Het kleine verschil tussen WW en de wachtgeldregeling voor politieke ambtsdragers is rechtvaardig.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Beeld anp

De wachtgeldregeling is altijd goed voor heftige discussies. Dat bleek deze week opnieuw, toen minister Plasterk het wetsvoorstel introk voor de versobering van het recht op wachtgeld voor bestuurders. Een minister die topinkomens in de publieke sector wil aanpakken, kan de wachtgeldregeling niet ongemoeid laten, zo luidde de kritiek van veel Kamerleden. In een tijd van bezuinigingen en baanonzekerheid is het immers lastig uit te leggen waarom vertrekkende bestuurders een eigen inkomensvoorziening hebben die veel rianter is dan de WW. Bestuurders die moeten opstappen doen daarom steeds vaker afstand van hun recht op wachtgeld, waarmee ze onbedoeld een norm stellen voor anderen: van wachtgeld hoor je geen gebruik te maken. Tegen deze achtergrond is het goed om eens precies na hoe de wachtgeldregeling feitelijk werkt. Hoe groot zijn de verschillen met de WW en zijn die gerechtvaardigd? Wegen de kritiekpunten op tegen de doelstellingen die met de wachtgeldregeling worden beoogd?

Risico's

In een gewone arbeidsrechtelijke relatie geeft de WW bescherming tegen het financiële risico van werkloosheid. Bij politieke functies zijn die risico's anders. Een herbenoeming in een politiek ambt is geen vanzelfsprekendheid en aan een politieke functie kan om politieke redenen abrupt en ongewild een eind komen. Er is in dat geval geen opzegtermijn, ontslagbescherming of de mogelijkheid van een ontslagvergoeding. Omdat zij door hun functie in de publieke aandacht staan, kan het ontslag van ambtsdragers reputatieschade opleveren, waardoor het voor hen lastig kan zijn een nieuwe baan te vinden. De wachtgeldregeling voorziet in al deze politieke risico's.

De wachtgeldregeling is van toepassing op ministers en staatssecretarissen, leden van de Tweede Kamer en bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen. Gemeenteraadsleden kunnen sinds kort geen aanspraak meer doen op de wachtgeldregeling en datzelfde geldt binnenkort ook voor de leden van provinciale staten. Behalve dat het recht op wachtgeld is ingeperkt, is de regeling ook verder versoberd. Als het gaat om de duur en de hoogte van de uitkering zijn de verschillen met de WW nagenoeg verdwenen. Net als de WW kent de wachtgeldregeling inmiddels ook een sollicitatieplicht, samen met verplichte begeleiding en ondersteuning voor reïntegratie. Het beeld dat de wachtgeldregeling veel rianter is dan de WW, is dus inmiddels achterhaald.

Wantrouwen

Een verschil met de WW dat meestal veel verontwaardiging oproept, is het recht op uitkering bij vrijwillig ontslag. Een werknemer die ontslag neemt heeft geen recht op WW, terwijl politieke ambtsdragers die zelf opstappen wel recht hebben wachtgeld. De achterliggende gedachte hiervoor is dat voor politieke ambtsdragers het verschil tussen vrijwillig en gedwongen ontslag in de praktijk minder groot is dan voor werknemers met een arbeidscontract. Aan vrijwillig ontslag kunnen politieke spanningen en conflicten ten grondslag liggen. Om politieke crises te voorkomen houden betrokken bestuurders dan 'de eer aan zichzelf' door ontslag in te dienen. Als het wel tot een vertrouwenscrisis komt, en er bijvoorbeeld een motie van wantrouwen tegen een bestuurder wordt uitgesproken, geldt dit formeel niet als ontslaggrond: het is politiek gebruik dat de bestuurder dan zijn ontslag indient. Strikt genomen neemt de betrokkene de verantwoordelijkheid voor het beë¿indigen van zijn functie, ook al staat hem politiek geen andere weg open.

Een van de kernwaarden van democratie is dat het dragen van politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor iedereen open staat. Dat iedereen toegang moet hebben tot politieke functies, moet niet afhankelijk zijn van de mate waarin men zelf in staat is om politieke afbreukrisico's op te vangen. Daarom is een goed vangnet bij aftreden voor politieke ambtsdragers van belang. Een andere kernwaarde is dat bestuurlijke verantwoordelijkheid dient te rusten op het politieke vertrouwen; als dat politieke vertrouwen niet langer bestaat dienen bestuurlijke verantwoordelijkheden te worden neergelegd. Dat vraagt om een bescherming tegen de financiële gevolgen van de politieke risico's die ambtsdragers lopen. Anders bestaat het gevaar dat burgers vanwege de financiële gevolgen het risico het niet aandurven om bestuurlijke verantwoordelijkheid te aanvaarden of dat ambtsdragers om financiële redenen nodeloos lang in functie blijven als ze het politiek vertrouwen hebben verloren.

Ronald Plasterk trok afgelopen week het wetsvoorstel voor de versobering van het recht op wachtgeld voor bestuurders in. Beeld ANP

Men kan over onderdelen van de wachtgeldregeling verschillend denken. Maar het zou voor het functioneren van het openbaar bestuur in ons land van groot belang zijn als alle betrokkenen de democratische betekenis van 'deelnemen en opstappen zonder ernstige financiële risico's' zouden willen blijven verdedigen.

Marcel Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur, Universiteit Twente.

Marjolein Blom is staflid van de Raad voor het openbaar bestuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden