ColumnEva Posthuma de Boer

Wachten wakkert mijn razernij aan, maar mijn boeddhist pakt rustig een krantje

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers – een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva.

Soms kan ik me verbazen over de man met wie ik getrouwd ben. Of beter gezegd: over mezelf en die man, met zijn onverzettelijke, eeuwig ontspannen inborst waar ik al twintig jaar tegenaan leun. Een Brabantse boeddhist, bondiger kan ik hem niet omschrijven. Schouders ophalen, beetje rondkijken, grapje maken – ik zou veel geven voor die zuidelijke zen-mentaliteit. Maar gebakken van Calvinistische klei ben ik daar ver van verstoken. Ik geef mezelf altijd meer te doen dan de dagen toelaten, vul elk uur, elke minuut met moeten. Wachten wakkert mijn razernij aan; God vervloekend sta ik voor gesloten spoorwegovergangen, op tochtige perrons en in kilometerslange files. Mijn boeddhist grijpt zulke situaties juist aan als momenten van bezinning. Eerlijk gezegd kan het me behoorlijk kriegel maken, dat op zijn dooie gemak kruiswoordpuzzel, potje poker, krantje, frikandelletje speciaal met curry en uitjes en nog een bakkie koffie-ge-zen. Doe es wat nuttigs man! 

Trage mensen werken me ook op de zenuwen – bij pinautomaten of achter loketten, hop hop, wat is je punt, aan de kant, ik moet erbij, erlangs, erover, ertussen. Ik weet, ik ben niet alleen. Een vriend van mij vertelde dat hij uit ongeduld altijd maar een half tankie tankt. Ja, dat! Dat doe ik ook! Maar waarom? Wat jaagt me op? Waar moet ik toch zo snel heen?

Tokio, 1982.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Ik weet het wel. Waarnaar ik op weg ben. Waarvan ik tijdens mijn jachtige geleef droom. De rust. Wandelingen door bossen, mijn stappen over herfstig bladerdek, geritsel dichtbij, een timmerende specht, ergens, een uil? Zonnestralen kierend tussen takken, wazige, dwarrelende lichtbundels. Middagen in een hangmat, turend naar blaadjes aan populieren, mijn vingertoppen in zacht kabbelend water. Een bank bij een haard, opgetrokken benen, een boek, achter elkaar, helemaal in het verhaal, spannend, ontroerend, zo mooi. Al mijn lievelingsboeken van vroeger voorlezen aan mijn kinderen. Elpees draaien, liedje na liedje, kant A, kant B, en nog een keer. Een weiland, hoog gras, de wolken, de geur van zomer. Met mijn boeddhist vrijen in de open lucht. In een hotelbed, urenlang. Pizza eten tussen de lakens. Gordijnen open, donkere lucht, in de verte licht – wachten op een regenboog. De maan zien zakken. De zon zien opkomen. Op een luchtbed dobberen, gewichtloos in de zoute zee. Op een krukje voor de oven toekijken hoe een taart rijst. Het roze van een roze koek afpeuzelen. Een moestuin aanleggen. Namen van bloemen en planten uit mijn hoofd leren. Treinreizen door Siberische landen maken. Japan. Op een berg zitten en naar het uitzicht kijken. De wind voelen. Luisteren. Glimlachen. Geen zorgen. Geen verdoving. Geen haast. Geen klok. Chill. Relax. Haal. Adem. Ont. Span. Verlost te zijn. Gelukkig te zijn. Ik verlang. Ik jaag. Ik leun.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden