Wachten op bommen in Mombasa

De illusie van veiligheid in een luxe hotel met verveelde gasten.

Meneer Lucas bij het badhanddoekencentrum.

We gaan rond in cirkels, zonder doel. Meneer Lucas, de man in het centrum, de blauwwitte matroos van het denkbeeldige badhanddoekenmidden, ziet het ernstig maar goedkeurend aan. Hij, die zelf misschien niet eens kan zwemmen, waakt over ons, terwijl wij onze baantjes draaien in het blauwwitte bad. Een even schattig als onschuldig meisje met een zwemgordel loopt vrolijk gillend op hem af.

En nu en dan een strandwacht die niet lacht.

Aan de rand van het bad staat meneer John van het animatieteam te wachten tot de zon, hoog en wit en rond aan de hemel, weer een uurtje verder door de blauwe lucht gebolderd is. Dan pakt John zijn microfoon en spreekt ons toe. 'Wij maken voortgang met het verder laten rollen van de bal', zo ongeveer klinkt zijn al te plechtige Engels. Terwijl hij slechts bedoelt: 'En nu iets anders.' Een spelletje waterpolo bijvoorbeeld. Of hup, naar de vloedlijn, voor een partijtje volleybal.

'Captain' wuift naar de zebravissen

En nu en dan een strandwacht die niet lacht.

Helemaal niets doen mogen wij als gasten ook. Het personeel van het hotel bij Mombasa, aan de Keniaanse kust, is maar druk met ons. Zoals mevrouw Tabitha, die elke ochtend haar rondgang langs de ontbijttafels maakt, soms achteloos een fris en mauve blaadje bougainville op een bord met Spaanse omelet laat dwarrelen, en met haar parelende glimlach ons opnieuw laat weten dat zij zo blij is dat wij ook deze ochtend het licht weer hebben kunnen zien. Als het aan haar ligt, komen wij hier terug, en terug, en terug.

En nu en dan een strandwacht die niet lacht.

Wie toch iets wil, vooruit dan maar, kan met meneer 'Captain' mee op zijn toverboot. Het is een schuit met een glasplaat, zodat wij niet eens zelf het water in hoeven te stappen om de visjes en vissen te bewonderen die Captain 'exclusief' voor ons bij het koraal heeft verzameld. Hij snorkelt rondjes langs de boot, zijn handen in het water wuivend naar de zebravissen. Dankzij de snee brood die hij heeft meegesmokkeld, hebben die een streepje voor. Ze happen gulzig toe. Een rode stervis houdt zich star afzijdig. Nadat we een paar uur zelf in het water luchtbellen hebben geblazen, varen we op trage golven terug naar de kust.

En nu en dan een strandwacht die niet lacht.

De hoogste en de beste tijd om te dromen van vrede. Beeld RV

Van zo veel ledigheid beginnen wij gasten op een steeds vroeger uur te gapen. De wereld heeft haar ronde langs de zon nog niet voltooid, als de oogharen duttend voor de pupillen schuiven, als palmbladeren die het zicht op een strakke en mogelijk veel te strenge hemel willen ontnemen. Het is hier tijd, de hoogste en de beste tijd, om te dromen van vrede.

En nu een dan een strandwacht die niet lacht.

En die ook niet op de foto mag. Want waar wij vrolijke meisjes met zwemgordels zien, moet hij letten op 'een boze rode leeuw'. Zo zegt hij het niet, maar wij weten wat hij bedoelt. De oceaan brengt water en wier, maar soms ook mannen met geweren. Denk aan die vrijdag op het strand van Mogadishu in Somalië; denk aan die zondagmiddag op het strand, niet heel ver van Abidjan in Ivoorkust; denk aan het vijfsterrenhotel van Bamako in Mali. Of ga terug naar 2002, en denk aan het door Israëlische gasten bezochte Paradise Hotel in Kenia, hier niet eens zo ver vandaan.

'We wachten op bommen.' Ook zijn Engels is niet al te best. Maar we snappen dat hij niet doelt op het spetterende nieuwjaarsvuurwerk.

Bij de ingang van ons hotel zijn twee slagbomen. Ze zijn bedoeld om elke aankomende auto tijdelijk klem te zetten, zodat met spiegels onder de wagen gekeken kan worden naar explosieven. Kán worden, want net als wij weten de bewakers dat zijzelf geen idee hebben hoe ze een bom moeten onderscheiden van een knalpot. De illusie van veiligheid; daar doen we het voor.

In het winkelcentrum, niet ver van het strandhotel, hebben de bewakers van een particulier bedrijf vakantiehulp gekregen van drie politieagenten. Ze zitten zwetend op hun stoelen. De automatische geweren leunen tegen hen aan. De meeste bezoekers lijken hen al niet eens meer op te merken.

Als we laat in de avond terugkomen van een etentje in een drijvend restaurant aan de rand van een kreek, zien we een groep van wel tien agenten met getrokken geweren door de steegjes van een beruchte uitgaansbuurt schuiven. Op de verharde weg liggen metalen platen met scherp uitstekende punten. Met zaklampjes bekijkt de politie de inzittenden van de auto's.

Het is tijd om echt te gaan slapen. In de droom loopt een meisje met een gordel gillend op ons af.

Ik heb mij deze column laten inspireren door het gedicht Das Karussel van Rainer Maria Rilke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden