Wacht niet langer met renovatie politiek bestel

Het groeiende wantrouwen van met name de laagopgeleide kiezers vraagt om hervorming van het bestel en bundeling van krachten van partijen.

Beeld Freek Van Den Bergh

Wie wil weten wat er in politiek Nederland aan de hand is, moet naar Rotterdam kijken. De politieke en sociale breuklijnen tekenen zich in de multi-etnische havenstad scherper af dan in de rest van het land. Het Rotterdamse stadhuis was de plek waar Pim Fortuyn alweer dertien jaar geleden met Leefbaar Rotterdam de gevestigde politieke orde in de gordijnen joeg. Rotterdam was afgelopen woensdag de stad waar de opkomst met 35,5 procent de laagste van het land was. Het was ook de stad waar de PVV van Wilders met 17 procent de grootste partij is geworden.

Naast Rotterdam werd de PVV ook de grootste in Dordrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel en andere gemeenten in de Rijnmond. Rinus van Schendelen, Rotterdammer en de grand old man van de Nederlandse politicologie, wijst in Trouw van 20 maart op de frustraties van de arme blanke Rotterdammers die de wijk nemen naar de randgemeenten: 'Daar zit geen gekleurd volk. En ze willen niet dat dat achter ze aankomt.'

En PvdA-burgemeester Aboutaleb dan? Dat is toch de populairste politicus van Nederland? Van Schendelen: 'Aboutaleb staat boven de partijen. Hij is meer de imam van de stad, zoals zijn vader ook imam was. Hij moraliseert graag en laat zich stevig uit over de islam. Maar het helpt niet. Met de PvdA is electoraal geen brood te verdienen.' Dat gold ook voor de rest van het land. Van de PvdA-kiezers van 2012 was deze week nog maar eenderde over. Eenderde bleef thuis en de rest stemde op een andere partij.

Minipartijtjes

De lage opkomst, de bestendigheid van het populisme van de PVV en het onvermogen van de sociaal-democratie om oude en nieuwe Nederlanders tot elkaar te brengen verraden een ongezond politiek bestel.

De segregatie in de Rijnmond, waar hoogopgeleide kosmopolieten, migranten en laagopgeleide autochtonen steeds minder met elkaar te maken willen hebben, vertaalt zich in het politieke landschap. Maurice de Hond rekent voor dat de PVV vijf keer zoveel laagopgeleide als hoogopgeleide kiezers heeft. Bij de SP is dat bijna vier keer zoveel. Omgekeerd is het aantal laagopgeleide kiezers op de PvdA nog maar de helft van het aantal hoogopgeleiden, net als bij GroenLinks. D66 telt maar liefst vier bollebozen op elke laaggeschoolde.

De politieke partijen zijn dus niet alleen minipartijtjes geworden van hooguit 15 procent van de kiezers, ze zijn ook in sociologisch opzicht steeds smaller. En dat terwijl volkspartijen van oudsher de ambitie hadden om kiezers uit alle lagen van de bevolking te verenigen in één beweging, liefst met een gemeenschappelijke visie op de maatschappij.

Vicieuze cirkel

Nu blijven de laaggeschoolden (maar zij niet alleen) thuis of steken ze hun middelvinger op met een stem op populistische buitenstaanders. Je ziet het terug in de samenstelling van de fracties in de diverse volksvertegenwoordigingen: het politieke bedrijf dreigt een onderonsje te worden van 'ons soort mensen': de gegoede middenklasse in de Randstad.

Zo ontstaat een vicieuze cirkel van wantrouwen van steeds grotere groepen kiezers en veronachtzaming van hun zorgen (over integratie, immigratie, bestaanszekerheid, de euro) door de politieke klasse.

Het is een probleem dat in meer oudere parlementaire democratieën in Europa speelt. Zo spreekt de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck in zijn pamflet Tegen verkiezingen van 'het democratisch vermoeidheidssyndroom'. Hij stelt voor vertegenwoordigende lichamen door loting samen te stellen. Het model-Van Reybrouck zou een Eerste Kamer opleveren van 38 vrouwen en 37 mannen, met uiteenlopende achtergronden en opleidingen, evenwichtig verspreid over alle regio's: kortom een getrouwe afspiegeling van de bevolking. Deze volksvertegenwoordigers op basis van burgerdienstplicht wisselen elkaar regelmatig af en hoeven zich dus niet bezig te houden met hun herverkiezing. Dat maakt ze volgens Van Reybrouck meer bereid tot constructieve samenwerking dan beroepspolitici die in permanente staat van verkiezingskoorts verkeren.

De Belgische schrijver David Van Reybrouck met de door hem gewonnen prijs tijdens de uitreiking van de Gouden Ganzenveer 2014. Beeld anp

Over de merites van loting valt te twisten, maar Van Reybroek maakt wel duidelijk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de huidige representatiecrisis. En het is weer eens wat anders dan het afschaffen van de Eerste Kamer, een districtenstelsel, referenda of een gekozen premier.

Ook de politieke partijen zelf hoeven zich niet neer te leggen bij de huidige malaise. Als zelfs de VARA en BNN elkaar onder druk van de omstandigheden in de armen kunnen vallen, kunnen ook partijen de krachten bundelen. Ze kunnen gezamenlijke programma's en kieslijsten opstellen voor de Kamerverkiezingen van 2017. Ze zouden daarbij ook niet-leden kunnen betrekken, zoals bij de primaries in de Verenigde Staten. Alles is beter dan de huidige constellatie, waarbij de verkiezingen en de totstandkoming van het regeringsbeleid niets meer met elkaar te maken hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden