Waarvoor sneuvelden onze helden?

Verzetstrijders en militairen streden voor een heel andere vrijheid dan ons nu voor ogen staat. Dat noemen we vooruitgang

de opinieredactie

‘Ze stierven voor onze vrijheid.’ Deze vijf woorden zijn op 4 mei bijna een vaste formule geworden bij het uitspreken van onze waardering voor degenen die in de strijd tegen het Derde Rijk het leven lieten, als verzetsstrijder of als militair.

Volwassen
Maar met elk nieuw jaar dat op elke volgende 4 mei sinds de Tweede Wereldoorlog verstreken is, met elke nieuwe naoorlogse jaargang die volwassen wordt en elke vooroorlogse jaargang die door natuurlijk verloop verder wordt uitgedund, wordt die zinsnede uit de aard der zaak steeds een beetje minder waar, omdat onze samenleving – en dus ook onze opvatting over ‘vrijheid’ – steeds minder lijkt op hetgeen hen die indertijd voor die vrijheid stierven voor ogen stond.

Want onvermijdelijk werd dat niet door de normen en waarden van ons huidige heden, maar door die van het toenmalige heden bepaald. En zoals die normen en waarden van toen velen van ons thans als onleefbaar ouderwets voorkomen, zo zouden veel van de volwassenen toen door onze hedendaagse in shock geraken. Dat noemen wij vooruitgang.

Weinig geleerd
‘Ik ben niet veranderd.’ Met deze uitspraak keerde ARP-voorman Jan Schouten uit het concentratiekamp terug. Als historicus zou ik zeggen: dan heb je dus weinig geleerd. Maar in menselijk opzicht is die reactie heel begrijpelijk: tegenover de behoefte bij velen om een nieuw begin te maken stond bij evenzovele anderen een niet minder grote behoefte om terug te keren naar waar men in 1940 gebleven was.

Oorlog en bezetting waren het neutrale Nederland immers van buitenaf overkomen, een politieke natuurramp die uit dien hoofde zeker niet iedereen ertoe bracht om bij de in veel opzichten zo beschutte vooroorlogse samenleving vraagtekens te zetten.

Illusoir
‘Oude tijden keren weerom’ was reeds de leus van Van Hogendorp bij het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 geweest – en evenals in 1945 zou dat onmogelijk blijken zonder dat dat toen al meteen voor iedereen zichtbaar was. Het zouden in het laatste geval vooral onvoorziene internationale ontwikkelingen zijn, zoals de snel opkomende Koude Oorlog, die een terugkeer naar de jaren dertig illusoir maakten en beletten de mentale landsgrenzen opnieuw te sluiten.

Toen mijn grootouders in 1937 uit nazi-Duitsland naar Nederland uitweken, keerden zij terug naar de negentiende eeuw. Mag gemengd zwemmen, al dan niet op zondag – dat waren de grote levensvragen in de dagen van Colijn, waarvan de eerste overigens met de multicultiproblematiek intussen opnieuw verrassend actueel geworden blijkt. Maar wie voor Hitler is gevlucht, heeft wat anders aan zijn hoofd.

Verzuild
De vrijheid die veel verzetsstrijders in ’40-’45 voor ogen stond, was zo onvermijdelijk die van het verzuilde Nederland, waarbinnen die vrijheid om op zondag gemengd te mogen zwemmen voor degenen die het ongeluk trof in een orthodox-protestantse zuil te zijn geboren, drastisch was ingeperkt.

Niet voor niets was het culturele effect van de jaren zestig in Nederland heviger dan waar ook: er viel de nodige schade aan gederfde levensvreugde in te halen, en van het meest muffe land van Europa sloeg het in zijn vrijheidsroes naar het andere uiterste door. oud-Nederlandse deugden als godvruchtigheid, properheid en ingetogenheid zijn in onze verkermisklante binnensteden inmiddels ver te zoeken – wie met de ogen van het Interbellum naar het heden wil kijken, kijke door de ogen van de SGP.

Zedenwet
Dat hun vrijheid niet precies de onze is, om op een vermaarde krakersleus te variëren, bleek ook in de kwestie-P.J. Meertens, toen de naamgever van het latere Meertensinstituut vanwege homoseksualiteit tijdens de oorlog in het gevang was beland. De secretaris van de Koninklijke Academie, de ARP’er P. Scholten, hoe fel antinazi ook, weigerde nadien een helpende hand uit te steken: bij alle vrijheidsliefde, Gods Zedenwet ging vóór.

Nog vele decennia na de oorlog werden homoseksuele nazislachtoffers officieel doodgezwegen, en kon op 4 mei op de Dam vanwege fatsoensrakkerij in oudstrijderskring niet namens hen een aparte krans worden gelegd.

Vrijheidsbesef
Ook anderszins zijn de opvattingen verschoven. In het verzet waren de ARP en de CPN sterk oververtegenwoordigd. Maar dat het vrijheidsbesef van de communisten toch niet geheel met dat van de overige Nederlanders spoorde, bleek al kort na 1945, en van politieke helden veranderden zij in politieke paria’s.

Niet alleen bij de vergaande Stalinverering, ook bij de interne partijdisciplineringsmethodes vallen uit democratisch oogpunt vraagtekens te plaatsen. Dat bij de interne zuiveringen niet letterlijk bloed vloeide, is meer een verdienste van onze rechtsstaat dan van de communisten zelf.

Dat vrijheidshelden zonder tegenspraak snel als dictatoren ontsporen, omdat velen hunner niet alleen op de noodzakelijke onverzettelijkheid, maar tevens op een daartoe bijna even noodzakelijke autoritaire persoonlijkheidsstructuur kunnen bogen, illustreerden Mugabe en Fidel Castro en in een verder verleden Tito, Soekarno en Robespierre. In dat opzicht heeft de moord op Rosa Luxemburg en Che Guevara hun goede naam mogelijk bijtijds gered.

Ook bij het rechtse antinazisme vallen vanuit hedendaags vrijheidsperspectief kanttekeningen te plaatsen. Dat begint al met de grote heldin zelf, koningin Wilhelmina, die weinig met de democratische orde op had en het Londense regeren zonder parlement als wenkend naoorlogs perspectief beschouwde.

Godsdienstwaanzin
Op basis van haar ‘mythische’ band met het Nederlandse volk zag zij voor de toekomst een autoritair Oranjebewind als ideaal. Niet toevallig was ook zij ontvankelijk voor de doorgevingen van Greet Hofmans, en als zij niet omringd was geweest door meer aardse politici als Drees of Romme, dan had haar godsdienstwaanzin zich vast ook in staatkundige ontsporingen vertaald.

Met haar antiparlementaire onvrede over het vooroorlogse bestel stond zij niet alleen; ter rechterzijde was de hele jaren dertig de afkeer van partijpolitiek groot, en smeulde onderhuids het verlangen naar de reddende sterke man, die toen in Colijn gevonden werd en later Mussert in zijn plaats hoopte te worden.

Qua autoritair, kleinburgerlijk en nationalistisch wereldbeeld hadden veel verzetsstrijders voor God, Koningin en Vaderland zodoende meer met hun NSB-tijdgenoten gemeen, dan – en dat is de historische paradox – met de hedendaagse libertijnse doorsnee-Nederlander die nu van de mede door hen bevochten vrijheid geniet.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden