Column Verslaggeverscolumn

Waarom zwerfjongeren onnodig lang op achterstand worden gezet

Margriet Oostveen.


Verslaggeverscolumn - Margriet Oostveen in Easterein.

Toen Stephanie Kaptein op haar veertiende wegliep van huis maakte ze haar ouders wijs dat ze een schooluitje had. Haar vader bracht haar met wel erg volle tassen naar de bushalte en vroeg: ‘Ga je op vakantie of zo?’

Nee, zei Stephanie. En weg was haar vader.

Dat totale gebrek aan interesse is haar toch wel bijgebleven. Zestien jaar later heeft ze drie pleeggezinnen achter de rug, een justitiële jeugdinrichting en jaren van rondzwerven, tijdelijke opvang, her en der logeren.

Nu is ze dertig. Ze vond een piepkleine woning in het Friese dorpje Easterein, omringd door leegte, een uur met de bus naar Leeuwarden. Maar het is hier goed zo. Op haar schoot spinnen jonge poesjes en ze heeft haar eigen bed. Ze studeert sociaalpedagogische hulpverlening, gretig van plan anderen te leren hoe het beter kan. Ze heeft een kleine keuken en eindelijk een paar planken om haar spullen op te zetten. Haar boeken, haar zonnebril, haar kleine globe, haar cactus.

Eindelijk een paar planken om haar spullen op te zetten.

Morgen ontmoet Stephanie koningin Máxima en staatssecretaris Blokhuis (VWS) op een conferentie van de Stichting Zwerfjongeren Nederland. Dit om iets te doen aan het inderdaad merkwaardige gat waar veel jongeren uit de jeugdzorg in vallen als ze achttien worden, en de overheid formeel niet meer over ze gaat.

Jongeren

Van de 12.000 dak- en thuisloze jongeren in Nederland zijn er 8.700 tussen de achttien en 23 jaar oud. Jaarlijks verlaten 20.000 achttienjarigen de jeugdzorg. Door de harde knip met de hulp voor volwassenen die er nu is, drijven veel achttienjarigen jarenlang af. Ze kunnen niet langer gedwongen worden hulp te aanvaarden dus laat men het daar dan maar bij. Maar als die jongeren toch weer hulp zoeken, zijn ze vaak al ontspoord.

Rond Easterein.

De overheid zou zich verantwoordelijker moeten opstellen, vindt directeur Hella Masuger van de Stichting Zwerfjongeren: ‘Een overheid die jongeren uit huis plaatst, heeft ook de morele plicht ze tot hun eenentwintigste financieel te steunen: dat moeten ouders ook. ’ Sinds de participatiewet lijkt het beleid er juist op gericht deze jongeren zo min mogelijk uitkeringen te verstrekken. Terwijl ze met iets meer financiële steun en een eigen kamertje veel sneller op eigen benen zouden staan.

Zorgzaamheid is politiek gezien totaal uit de mode, dus de Stichting Zwerfjongeren, die haar pappenheimers in Den Haag wel kent, liet de zaken doorrekenen en drukt zich nu uit in ‘kostenscenario’s’, ‘kosteninventarisaties’ en een ‘kostenoverzicht’. Dit moet bewijzen dat ‘investeren’ geld kan besparen.

Stephanie Kaptein.

Stephanie is de middelste van zeven kinderen. Haar vader was alcoholist en agressief, haar moeder onmachtig, die betaalde geen rekeningen. ‘Ongeveer iedere negen maanden, als we weer ergens werden uitgezet, verhuisden we.’ Bungalowpark, camping, volgend bungalowpark.

Stephanie dwong zichzelf veel te vergeten, dat kan. Ze kreeg de diagnose ‘ontwijkende persoonlijkheidsstoornis’. Ze had haar handen jarenlang vol aan wegduiken voor ruzie en agressie en begreep dus niets van een normaal functionerend pleeggezin.

Schuld

Toen jeugdzorg haar op haar zestiende na die drie pleeggezinnen als ‘wegloopgevaarlijke’ tiener dus maar in de Justitiële Jeugdinrichting van Lelystad opsloot, vond ze de onvrijheid daar best fijn: hier was tenminste duidelijk wat de bedoeling was. En haar hulpverleners zeiden er: ‘Wij laten je niet vallen, wat er ook gebeurt.’

Dit duurde achttien maanden. Toen werd Stephanie achttien ‘en lieten ze me voor mijn gevoel toch stikken.’ Ze was nu te oud, ‘ik leverde natuurlijk ook geen inkomsten meer op.’

Ze kreeg wel een lijst adressen mee voor hulp. Was er echt níemand die haar naar een nieuwe opvangplaats begeleidde? Nee. ‘Ze hebben het denk ik wel gevraagd, maar ze hadden nooit genoegen moeten nemen met mijn antwoord: ik red me wel.’ Trots. Juist door een jeugd als de hare leer je weerbaar over te komen, zegt ze: ‘Maar verwar dat niet ten onrechte met volwassenheid. Ik wist niets.’

Ze redde zich helemaal niet en het heeft haar op jaren achterstand gezet. Ze belandde in Amsterdam en _ nou ja zegt ze, overleefde. Ze woonde buiten de Randstad een paar jaar bij vriendjes, werkte zwart in een pizzeria, onzichtbaar voor alle instanties, die haar trouwens ook niet zochten. Vertrok, zwierf rond, bleef ergens even, vertrok. Bouwde een schuld op van 25 duizend euro.

Daardoor zocht ze toch weer hulp. En stuitte ze bij toeval op een begeleidster met engelengeduld die haar, hoe onmogelijk ze soms ook was, definitief hielp opkrabbelen.

Die is intussen ook wegbezuinigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.