Lezersbrieven Zaterdag 2 november

Waarom zouden referenda en verkiezingen niet op het internet kunnen?

De ingezonden brieven van zaterdag 2 november.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: Onderwerp de kiezer aan een vragenlijst

Nu ook de Raad van State zich positief heeft uitgesproken over een bindend correctief ­referendum (Ten eerste, 29 oktober), laait de discussie weer op over de vraag hoe doordacht of verantwoord de kiezers te werk zullen gaan.

De oplossing is om een referendum niet te beperken tot een eenvoudig kiezen tussen ‘Ja’ of ‘Nee’, maar te werken met een korte multiplechoicevragenlijst op internet.

Als examens, belasting­aangiften en andere officiële interacties via het internet gaan, waarom zouden referenda en verkiezingen dat niet op het internet kunnen?

De ingevulde vragenlijst maakt duidelijk of de kiezer goed heeft begrepen wat de positieve en negatieve gevolgen van ‘Ja’ en van ‘Nee’ zijn. Pas als dit goede begrip is gebleken, kan de kiezer voor ‘Ja’ of ‘Nee’ stemmen.

Met de elektronische ­beleidstechnieken van tegenwoordig is dat niet moeilijk te organiseren. Uiteraard vraagt deze ­manier van participatie een zorgvuldige voorbereiding, bij de kiezers en de voorlichters van betrokken instanties. Niettemin ontstaat het risico dat minder onderlegde of gemotiveerde kiezers buiten de boot zullen vallen.

Maar willen wij ruimte blijven bieden aan ondoordachte keuzen, of zoeken we naar ­verantwoord beleid waar een grote meerderheid van kan gaan profiteren?

Peter van der Werffantropoloog, Bennebroek

Typbehang

Schitterend stuk van Onno Blom over het uit Turks fruit geschrapte hoofdstuk (V, 30 oktober). Ik heb het na lezing meteen uitgeknipt en in het boek gestopt.

Een vraag evenwel. Blom heeft het over faxrollen waar Wolkers destijds op typte om niet steeds een nieuw vel in zijn Olivetti te draaien. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw was er nog geen fax. Bedoelt Blom misschien telexpapier?

Ook, zo in de periode van De walg­vogel, heb ik eens ergens gelezen dat Wolkers op lange stroken behang typte. Het kan natuurlijk zijn dat de schrijver later faxpapier is gaan gebruiken, en dat dat bij zijn biograaf is blijven hangen. Hoe dan ook zou je kunnen stellen dat Wolkers al in een heel vroeg stadium aan een ­ingenieus soort tekstverwerking deed.

Paul GellingsZwolle

Het nut van Vondel

Wie zo’n vijftig jaar geleden Nederlands studeerde, zoals ik, kwam uitgebreid in aanraking met Vondel, Hooft en Huygens. Het ging bijvoorbeeld om grammaticale interpretatie van 17de-eeuwse teksten. Dat scherpt de geest. Je maakte kennis met de leef- en denkwereld van deze schrijvers, ook met betrekking tot het landsbestuur van de nog jonge republiek. Volgens hoogleraar Lotte Jensen − ‘Valt de studie Nederlands nog te redden?’ − is de vraag of het nut heeft Vondel te bestuderen een verkeerde vraag (Ten eerste, 31 oktober). Ook kennis om de kennis is vanwege ‘Bildung’ van belang. Dat is waar, maar het gaat om meer.

Volgend jaar zal er in de Tweede Kamer een besluit vallen over een bindend referendum. Het is onbegrijpelijk dat er na het referendum in het Verenigd ­Koninkrijk en het daarop volgende Brexitgekkenhuis nog voorstanders te vinden zijn van referenda. Deze dwazen zouden beter te rade kunnen gaan bij een schrijver als Hooft, die het als een belangrijke opdracht van het landsbestuur zag om de ‘menigte gerust te houden’. Ik vrees dat een bindend referendum daaraan geen positieve bijdrage gaat leveren.

Pier BergsmaHurdegaryp

Germaanse Filologie

Jammer dat in de discussie over het gebrek aan belangstelling voor de studie Nederlands niet ook naar de situatie in Vlaanderen is gekeken (Ten eerste, 31 oktober). Als je hier in Vlaanderen Nederlands studeert moet je er automatisch een tweede taal bijnemen. Dat heet dan Germaanse Filologie, meestal is die tweede taal Engels. Je krijgt dan ook gelijk een dubbele lesbevoegdheid.

Volgens mij is dat de eenvoudigste manier om de studie weer aantrekkelijk te maken. Zoek het in de verbreding en combineer de studie Nederlands met een andere taal.

Misschien ook een idee om voor de vele werkloze afgestudeerden communicatiewetenschappers een snelle ­omscholing naar Nederlands te ontwikkelen.

Julius op de BekeTervuren, België

Nederlands

Neerlandici willen dat het schoolvak ­Nederlands aantrekkelijker wordt, zodat meer leerlingen voor een studie Nederlands kiezen (Ten eerste, 31 oktober). De terugloop in populariteit van de studie is zorgelijk, maar aan dit voorstel wringt iets.

Als docent wiskunde kan ik ook wel wat aanpassingen verzinnen die mijn vak leuker maken en waarmee het aantal wiskundestudenten vermoedelijk zou stijgen. Het saaie deel van de stof doen we de deur uit. Op die manier kan ieder vak zichzelf op school zo glanzend mogelijk in de etalage zetten. Maar is ­reclame maken voor de eigen studie een goed uitgangspunt bij het bepalen van je curriculum?

Het schoolvak Nederlands hervormen: prima − en ik hoop van harte dat het leidt tot een toename van het aantal studenten − maar wel alleen op basis van het enig juiste uitgangspunt: wat vinden we dat leerlingen moeten leren?

Maarten FreekeAmsterdam

Bas van der Schot Beeld Bas van der Schot

Protesten

De boeren namen hun trekkers mee, de bouw shovels, vrachtauto’s en ander zwaar materieel.

Nemen de leraren volgende week hun leerlingen mee?

Sjaak Cuppen, Nijmegen

Emotionele oorlog

Alsof we nog niet voldoende films en series hebben om naar te kijken, breekt er vanaf november een heuse streamingsoorlog uit (V, 1 november). Disney + en Apple TV + springen in op de vraag naar nog meer entertainment en kijkgenot.

Er woedt niet alleen een oorlog onder deze diensten, maar ook elders.

Want zijn we ons ervan bewust welke emotionele en energetische oorlog we in huis halen als we naar televisie of onze laptop kijken? Elke serie of film die we kijken heeft een impact op ons ­lichaam en ons bewustzijn. Een ouderwetse avond met onszelf of met elkaar zijn, lijkt te zijn verbannen naar een ver verleden. Onze honger naar entertainment en afleiding is niet meer te stillen.

Mariette ReinekeAmsterdam

Google

De zorg over de macht van grote tech­bedrijven op scholen is terecht (Ten eerste, 1 november). Al jarenlang worden we verleid met gratis gebruik van slimme en makkelijke software in ruil voor onze privacy. En nu zijn we er zo aan gewend als zijnde verslaafd.

In de jaren tachtig en negentig boden grote tabaks- en drankfabrikanten gratis (muziek-)evenementen aan terwijl ze de bezoekers allerlei verslavende producten lieten proeven. Nu pas komt de overheid echt in actie tegen bijvoorbeeld roken. Het zal minstens zo traag gaan bij onze digitale verslaving.

Huub BrinkhofAmstelveen

Ict-vaders

Uit het artikel over Googles liefde voor het onderwijs blijkt dat er bezorgdheid bestaat over risico’s die kleven aan het gebruik van Chromebooks in het onderwijs. Google is geen liefdadigheids­instelling en het is intussen wel duidelijk dat gegevens van gebruikers veel geld waard zijn. Het ligt dus voor de hand dat gratis Googlesoftware vooral gericht is op klantenbinding van al heel jonge consumenten, en daarbij aast op hun data.

Er bestaat een − ook gratis − oplossing om de honderdduizenden Chromebooks die door scholen worden aangeschaft te blijven gebruiken, zonder dat Google over de schouders van onze kinderen meekijkt. Die oplossing heet Gallium OS, een opensource-alternatief voor Chrome OS. Dit betekent dat een aantal ict-vaders een paar avonden moet klussen op de scholen om deze software te installeren en te onderhouden. Zo’n ­alternatieve benadering is een goede les voor kinderen. Er is meer dan Google.

Rob KleissenEnschede

Merkonafhankelijk onderwijs

Ik mis het benoemen van de monopoliepositie van die andere techreus. In het voortgezet onderwijs regeert Apple: de software en de boeken die worden gebruikt werken enkel op een iPad.

Google wil hun informatie, Apple de portemonnee van de leerling. Het is tijd voor merkonafhankelijk onderwijs.

Ludo OomkesVorden

Niets

Sylvia Witteman verzuchtte dat er toch wel meer is dat op fiets rijmt dan ‘haidewiets’ (V, 29 oktober)? Ze kan het niet meer aan Herman Pieter de Boer vragen, maar gelukkig heeft een andere Herman, namelijk Herman Finkers, het antwoord al lang geleden gegeven: ‘Poëzie, zo moeilijk nie, op alles rijmt wel iets. Behalve dan op waterfiets, op waterfiets rijmt niets.’

Louis VisscherPapendrecht

Een vleugje minder

Je weet het in Groningen natuurlijk wel, die randstadgerichtheid van de Volkskrant, maar vrijdag struikelde ik er toch echt over (Ten eerste/ V, 1 november). Grote stukken over: een onbereikbare Zuidas, gratis op te halen stenen huisornamenten bij de gemeente Amsterdam, een groot artikel over een of ander Actiecomité Verontruste Erfpachters − in, jawel, Amsterdam − twee volle pagina’s over een fotomuseum in Amsterdam, een stuk over een expositie in Huis Marseille in de hoofdstad, en tot slot twee pagina’s over een Engelse chef-kok op bezoek in, wederom, de Amsterdamse horeca. Informatie zonder relevantie voor een gemiddelde Groninger of Limburger.

Deze ‘regio-centrische’ verslaggeving is al vaker aan de orde gesteld. We hebben nu eenmaal veel lezers in en om de hoofdstad, is dan het excuus. Dat zal, maar is er nu nooit een eindredacteur die denkt: tjonge, dat mag vandaag wel een vleugje minder in een landelijke krant?

Trees RooseGroningen

Retourtje Camus

Graag reageer ik op de column van Peter Buwalda (V, 1 november). Ongeacht ­Buwalda’s andere ideeën over de NS ­Publieksprijs is het tamelijk wereldvreemd dat hij meent dat lezers pas gaan lezen als de mogelijkheid tot onder meer een jaar gratis treinen in het verschiet ligt (dat lijkt me overigens geweldig: retour in een eersteklasstiltecoupé van Noord- Friesland naar Zuid- Limburg om ongestoord de nieuwe vertaling van Camus’ De mythe van Sisyphus uit te kunnen lezen).

Ik heb trouwens op Martine Bijl gestemd: haar boeken − naast Rinkeldekink ook Hindergroen − zouden moeten worden verplicht voor alle zorgverleners in opleiding.

Mariska JansenFraneker

Mediathecaris

O&D 30 oktober: ‘Publiceer meer jongensboeken’. O&D 31 oktober: ‘Laat juf of meester zelf ‘ns een boek lezen’.

Gelukkig zijn er nog mediathecarissen. Want deze beroepsgroep maakt themalijsten zoals ‘Boeken voor jongens’ en deelt die met elkaar via het ­landelijke platform (BMO.nu). Een ­mediathecaris leest wél heel veel, kent de juiste bronnen om objectieve informatie over een boek te vinden en tipt ­elkaar welke boeken jongeren zullen aanspreken. Als hulp voor docenten kent en hanteert een mediathecaris de niveau-indeling van ‘Lezen voor de Lijst’.

En, als een leerling zoekend voor de boekenkast staat, enigszins radeloos vanwege het grote aanbod aan voor hem of haar nog onbekende titels, wie heeft dan de gelegenheid om rustig te helpen kiezen? Juist.

Marieke HeemskerkLisse

Melkprijs omhoog

In het artikel ‘Andere koe, beter milieu?’ maakt Pieter Hotse Smit duidelijk dat met alle technologie de stikstofuitstoot niet genoeg wordt teruggedrongen (Ten eerste, 1 november). Tegelijkertijd hoor ik de boeren klagen dat ze per liter melk te weinig betaald krijgen om ook nog alle milieumaatregelen te nemen. Bij mij rijst dan de vraag: waarom verhogen we de prijs per liter melk niet (nu ongeveer 37 cent per liter), zodat de boer er 50 eurocent per liter voor krijgt?

De melkprijs gaat dan met een derde omhoog. Daarmee komt de prijs van een liter melk meer in de buurt van de prijs van de alternatieven, zoals sojadrink en haverdrink, die nu nog beduidend hoger ligt. De consument zal dan eerder kiezen voor het alternatief.

De boer krijgt een derde meer voor de melk en kan daarom een derde van zijn koeien afstoten. Daarbij heeft de boer minder uitgaven, het scheelt in de kosten van voeding en stalling van een derde van zijn koeien, waardoor het ­mogelijk is dat de boer zelf het toe­dienen van het enzym van DSM kan ­bekostigen, de stof die de uitstoot van methaan (stikstof) verlaagt.

En de consument? De prijzen van melk, kaas en boter worden hoger, maar ook realistischer en door een hogere prijs zal de vraag afnemen. Kaas en boter bevatten toch het verkeerde vet, hiervan minder eten schaadt de gezondheid niet. Uiteraard valt deze maatregel gefaseerd in te voeren, zodat de markt niet overspoeld raakt met rundvlees.

Kajsa HeynesAmsterdam

Muziekles

Het artikel ‘Hekel aan muziekles’ (V, 30 oktober) is redelijk uitgebreid. Toch worden een paar belangrijke zaken niet besproken. Nu doet de auteur alsof ­hedendaagse muziekdocenten niet allang bij iedere leerling compositie of improvisatie aanbieden en alleen dwingend voorschrijven om muziekstukken uit het hoofd te leren. Wat een onzin. Vijftig jaar geleden misschien, maar al decennia niet meer.

Hedendaagse muziekdocenten zijn op de hoogte van de laatste muziektrends en stijlen en kunnen die professioneel aanbieden in diverse methodiek- en van jong tot oud. Er wordt in het artikel met geen woord gesproken over ­belangrijke andere redenen dat er niet of te weinig wordt gespeeld.

Onze vrije tijd kunnen we volledig dichtplamuren met instant geluk in de vorm van talloze sociale media − ook jonge kinderen hebben vaak een eigen mobieltje. Er is permanent kindertelevisie op meerdere zenders, YouTube, Netflix, Vimeo, Videoland, computergames en mooie dure gameconsoles. En vergeet de oneindige stroom aan superleuke filmpjes niet, op TikTok en dergelijke. Als er daarna nog tijd over is dan moet het kind naar sport, inderdaad ook heel belangrijk. In sommige gevallen (voetbal, hockey) tweemaal in de week training en in het weekend wedstrijden.

Ik vind het niet meer dan logisch dat een kind dan geen energie of zin meer heeft om zich te moeten concentreren op een viool of een keyboard. Buiten­spelen schiet er ook vaak bij in. Ik heb het nu nog even niet over de etentjes, slaapfeestjes, partijtjes, pretparken, schooluitjes en de griep waardoor ­kinderen niet naar muziekles kunnen, mogen of hoeven.

Al deze zaken maken dat de wekelijkse muziekles onder druk staat en daarmee dus ook het resultaat. De kunst voor ouders is om dat te reguleren voor het kind, en dat valt inderdaad niet mee. Want… o, wacht ik krijg een appje… eh, waar hadden we het over?

Marc Lezwijnmuzikant, Zoetermeer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden