InterviewTabitha van Krimpen

Waarom zou de kerk niet kunnen adverteren in de sportschool? ‘Zorg niet alleen voor je lijf, ook voor je ziel!’

Tabitha van Krimpen is Jonge Theoloog des Vaderlands, maar ook bedrijfskundige. Ze vindt dat de kerk veel beter in marketing kan worden. Om de concurrentie aan te gaan met alle coaches bijvoorbeeld, waar mensen nu terechtkomen met hun levensvragen en burn-outs.

Gerrit-Jan KleinJan
Jonge Theoloog des Vaderlands Tabitha van Krimpen: ‘Slogans als ‘succes is een keuze’, daar heb ik grote moeite mee.’ Beeld Jiri Büller
Jonge Theoloog des Vaderlands Tabitha van Krimpen: ‘Slogans als ‘succes is een keuze’, daar heb ik grote moeite mee.’Beeld Jiri Büller

‘Neem de sportschool waar ik kom. Laatst viel mij op dat je er allerlei reclames ziet voor drankjes en kleding. Waarom maakt de kerk daar geen reclame? Jongeren vinden het fijn om in de sportschool uit hun hoofd te komen en hun lijf te voelen. Behalve je lijf is er ook een geest, een ziel, waarvoor je moet zorgen. Ook daar is behoefte aan. En daarin voorziet de kerk. Ik zie de reclame al voor me: ‘Niet alleen je lijf, ook je ziel op adem laten komen. Kom naar de kerk!’’

Haar appartement in Utrecht is nog half studentikoos ingericht: een standaard met een saxofoon, een galajurk aan een hanger, een goedgevulde boekenkast. Tijdens het interview staat student theologie Tabitha van Krimpen (24) plotseling op om een ingelijste prent te laten zien aan de andere kant van de kamer. Er is een tekening van een vrouw op te zien: ze kijkt op haar telefoon én in haar bijbel. ‘Daarin herken ik mij’, zegt ze. ‘Ik voel me thuis in zowel het wereldlijke als het geestelijke.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Mijn missie ligt buiten de kerk. Ik wil niet preken vanaf de kansel, ik geloof dat een theoloog op de plekken moet zijn waar de vragen leven. Voor antwoorden op belangrijke vragen gaan mensen van mijn generatie niet meer naar de kerk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze geen zin- en betekenisvragen hebben, integendeel. Ik spreek veel mensen van mijn leeftijd die boordevol vragen zitten.’

Zoals?

‘Uiteindelijk draait het om deze vraag: wat is goed leven? Wat is, om een christelijke term te gebruiken, heil? Wat is de zin van ons leven? Mensen, ook jonge, zoeken iets groters dat boven het hier en nu uitstijgt. Zinloosheid is moeilijk te verdragen. Laatst hoorde ik Lale Gül (Gül nam afstand van haar streng-islamitische opvoeding, red.) bij het tv-programma Adieu God. Ik zou het atheïsme niemand aanraden, zei zij. Het belooft niets en biedt geen troost. Is dat aantrekkelijk? Ik denk het niet.’

Tabitha van Krimpen (Woudenberg, 1998) mag zich dit jaar ‘Jonge Theoloog des Vaderlands’ noemen. Het is een eretitel waarmee een getalenteerde en in het oog springende theologiestudent de godgeleerdheid een jaar lang op de kaart zet. Het is een initiatief van onder meer dagblad Trouw, de omroepen EO en KRONCRV en theologieopleidingen. In deze tijd van het jaar, zo rond de christelijke feestdagen Pasen, Pinksteren en Hemelvaart, heeft ze het extra druk. In heel wat kerkelijke zaaltjes, bijeenkomsten en symposia voert ze het woord.

Toch voelt ze zich soms een roepende in de woestijn. Ze noemt de kerk waartoe zij behoort, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), te veel naar binnen gekeerd. ‘Als wij als christenen vinden dat het geloof er voor iedereen is, waarom zijn we dan zo weinig op plekken waar ook niet-christenen te vinden zijn?’ Met zo’n anderhalf miljoen leden is de PKN nu nog het grootste protestantse kerkgenootschap van Nederland. Elk jaar verliest dit kerkverband zestigduizend leden, evenveel mensen als er in een middelgrote stad wonen. Bij veel kerkgangers leidt deze alarmerende leegloop allerminst tot actie, stelt Van Krimpen met spijt vast. ‘Gelovigen zijn nog te vaak met elkaar bezig. Ze nemen elkaar graag de maat. Ik krijg zelf ook mails als ik bijvoorbeeld op de radio ben geweest: ‘Waarom heb je verzoening niet genoemd?’’

Van Krimpen kijkt ook naar de marketing van haar geloof. Niet alleen is zij momenteel masterstudent theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Amsterdam, nog niet zo lang geleden studeerde zij af als bedrijfskundige. Die kennis komt haar goed van pas. ‘Het pragmatisme van het bedrijfsleven spreekt mij aan, op een gegeven moment moet je stoppen met praten en de dingen gewoon gaan doen.’

In de protestantse kerk van Amsterdam, waar ze actief is, krijgt ze naar eigen zeggen alle ruimte om te experimenteren. Zo ontwikkelde Van Krimpen samen met een jong team ‘Holy Hub’, een platform met een gelikte website dat in de hoofdstad workshops, cursussen en bijeenkomsten voor millennials organiseert rondom levensvragen, levenskunst en religie.

‘Een tijdje geleden hadden we een cursus over het belang van rust, een eigentijdse vertaling van de betekenis van sabbat en de zondag, de traditionele rustdagen. Daar kunnen we wat mee in ons leven. Zo maak je theologie praktisch. Bottom-uptheologie noem ik dat. Met de kerkdienst op zondagmorgen ga je jongeren niet terugkrijgen. Dat vind ik zelf ook te schraal, alleen op zondagochtend kerkje spelen. Geloof en je levensovertuiging zijn de hele week van belang. Sociale gerechtigheid en klimaatactivisme hebben evengoed met het christendom te maken. Er zijn meer dan tweeduizend Bijbelteksten die gaan over armoede en gerechtigheid. Al aan het begin, in het scheppingsverhaal, krijgt de mens de opdracht om goed voor de aarde te zorgen.’

Nederland telt voor het eerst meer niet-gelovigen dan gelovigen, meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs. Hoe erg is dat?

‘Die cijfers zijn geen verrassing natuurlijk. Ze onderstrepen een trend: een jonge generatie groeit op zonder religieuze taal en traditie. Dat is jammer, want daarmee verliezen we volgens mij wel wat. Er staat nogal wat op het spel, ook voor de maatschappij. De kerk is maatschappelijk relevant omdat ze zich ook inzet voor maatschappelijke thema’s, zoals eenzaamheid. Denk ook aan de opvang van Oekraïense vluchtelingen, iets wat kerken sneller kunnen dan de bureaucratische overheid. De kerk draagt bij aan het sociale weefsel van de samenleving. De vanzelfsprekendheid van het christendom in Nederland is er niet meer en daarmee is voor veel mensen ook houvast verdwenen.’

Hoe ziet u dat verlies aan houvast in de praktijk?

‘Ik zie dat bijvoorbeeld bij mensen zoals ik, studenten en net-afgestudeerden. Enerzijds hebben zij een enorme vrijheid, juist ook omdat de ballast van de christelijke traditie geen enkele rol meer speelt. Denk aan de regels, de verplichte kerkgang. Tegelijk staan ze met lege handen. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Waar word ik écht gezien? Waar mag ik er helemaal zijn, met mijn succesvolle kanten, maar ook op de momenten dat ik alleen op mijn kamer zit en tob over mijn studieschuld? Wie je bent, wat je doet, wat je belangrijk vindt, dat soort zaken moet je allemaal zelf kiezen. Stel je voor dat je de verkeerde keuzes maakt. Dat besef verlamt veel mensen die ik ken en spreek.’

Wat stelt het christendom hier volgens u tegenover?

‘De christelijke traditie, met haar vormen, verhalen en rituelen, biedt houvast en richting. Het geloof biedt een specifieke taal die woorden geeft aan het ongrijpbare. Het is de taal van de mystiek, maar ook van de kunst en de poëzie. Het is ook de taal om met lijden om te gaan, met verlies en onzekerheid. Neem de psalmen. Daarin worden alle menselijke emoties bezongen. Die manier van kijken, die bron, die kennen veel mensen niet meer.’

Wat zou een ongelovige, jonge generatie kunnen hebben aan uw geloof?

‘Jongeren zitten in een vormende periode van hun leven. De kerk en het geloof bieden een ander perspectief dan de blik op de bv-ik waarbij het allemaal om het eigen individu draait. Ook dat is verlossing, een verlossing die voor velen reëler is dan de klassieke verlossing van onze zonden door het bloed van Christus. Er zijn maar weinig plekken waar je samenzijn nog kunt beleven. Je vormt in de kerk een gemeenschap. En dat is echt wat anders dan een zelfhulpcursus.’

‘Er is bij mijn generatie weinig ruimte voor transcendentie, voor iets hogers waar je niet helemaal grip op hebt, voor iets alomvattends. Er is, juist ook door sociale media en het voortdurende scrollen op de smartphone, weinig ruimte voor verwondering en het ervaren van verbinding en schoonheid op een dieper niveau. Door de opkomst van de smartphone heb je sneller even kort en oppervlakkig contact. Emoji’s kunnen niet goed uitdrukken hoe je je echt voelt. De telefoon wordt snel een verslaving. Alles draait om het hier en nu. Terwijl die behoefte aan verdieping en verbinding er wel is.

‘Het is niet zo vreemd dat onder mensen die op retraite gaan in een klooster veel jongeren te vinden zijn. Ik geloof dat de christelijke traditie je kan leren omgaan om met aandacht voor elkaar te leven. Het christelijk geloof leert mij dat onderlinge afhankelijkheid een gegeven is. De Bijbel staat vol met verhalen over mensen die zoeken naar verbinding. Denk aan Jezus die relaties met mensen aangaat op onverwachte manieren. Dat is van waarde. En nastrevenswaardig.’

Tabitha van Krimpen:  ‘Ik geloof dat God ons lijden niet onberoerd laat. Dat vind ik een troostrijke gedachte.’ Beeld Jiri Büller
Tabitha van Krimpen: ‘Ik geloof dat God ons lijden niet onberoerd laat. Dat vind ik een troostrijke gedachte.’Beeld Jiri Büller

Van Krimpen groeide op in Woudenberg, op de Biblebelt, in een gemeente van de Nederlandse Hervormde Kerk (nu PKN) die tot de Gereformeerde Bond wordt gerekend, de meest behoudende flank. ‘Vanaf mijn achtste ben ik al bewust met het geloof bezig’, zegt ze. Haar geboortegrond omschrijft ze als ‘heel christelijk en veilig, soms ook benauwend, maar een hechte gemeenschap’.

Na het vwo besloot ze in Nijmegen een studentenkamer te zoeken. Een katholieke universiteit, niet bepaald een voor de hand liggende plaats voor iemand uit een strikt protestants milieu. ‘Ik zocht bewust een andere wereld op. In Nijmegen vond ik de vrijheid om te onderzoeken wat ik wilde. De studie theologie op deze universiteit voelde voor mij als een bevrijding. Zo van: wauw, wat is dit voor een nieuwe wereld! De diversiteit van het vroege christendom die ik ontdekte, allerlei gnostische stromingen, de opvatting dat ‘in het begin’ ook ‘in een begin’ kan zijn. Ik dacht: waarom is dit me in de kerk nooit verteld?

Voor menig theologiestudent betekent zo’n confrontatie het einde van het geloof. Zo niet voor de Jonge Theoloog des Vaderlands. ‘Al heb ik zeker een geloofscrisis gehad. Ik zat bij een reformatorische studentenvereniging. Op het ene moment hoor je al die nieuwe dingen bij een college, het volgende moment moet je op de vereniging vrome dingen zeggen. Het werden twee gescheiden werelden.’

Haar geloof veranderde. ‘Ik kom uit een wereld waar het allemaal duidelijk was: wij zijn de gelovigen, buiten de kerk zitten de ongelovigen. Nu is het: het ene moment ben ik gelovig, het andere moment zoek ik, heb ik vragen. Juist door veel van de oude zekerheden en dogma’s los te laten, kon ik verder met het geloof.’

Enig idee waarom het de kerk niet lukt om zich in de kijker te spelen?

‘De kerk is te bedeesd. Je krijgt als je jezelf profileert al snel het stempel hoogmoedig, of je hoort dat je jezelf te veel op de voorgrond zet. De drempel van de kerk is vaak ook te hoog: hoe mooier de kerk, des te moeilijker de inhoud lijkt het vaak wel. Daarbij: mensen denken nog weleens dat christenen een dubbele agenda hebben, dat ze je toch ergens willen bekeren als je met ze in gesprek gaat. Ik zou willen zeggen: iedereen kan aanschuiven wat mij betreft. Mensen weten wat mijn verhaal is, wat mijn opvattingen zijn als theoloog. Maar ik hoef mensen niet te bekeren. We worden als kerk en als geloof nu overschreeuwd door anderen, door de duizenden coaches en zelfhulpgoeroes die Nederland telt. En dat is echt zonde.’

Wat is er mis met al die coaches?

‘Mijn probleem met zelfhulpgoeroes en coaches is dat hun recept vaak vooral gebaseerd is op goede marketing. Slogans als ‘succes is een keuze’, ‘succes is een mindset’, ‘in deze zeven stappen kom je écht van je problemen af’, daar heb ik grote moeite mee. Aan hun methode ligt namelijk ten grondslag dat het leven maakbaar is en dat een individu zijn leven volledig kan vormgeven. Ervaar je stress of heb je een burn-out? Dan ben jij zelf het probleem, jij hebt iets niet helemaal goed gedaan.’

‘Het ontslaat de maatschappij bovendien als geheel van de plicht om na te denken over hoe we elkaar in de gaten kunnen houden, kunnen helpen. Alsof we allemaal mondige, autonome en vrije mensen zijn die niet van elkaar afhankelijk zijn.

‘De kerk, mijn geloof, biedt een alternatief. Het gaat er ook om te aanvaarden wat op je pad komt. Je kunt niet voor alles een snelle oplossing bieden. Het leven is niet alleen goed. Het christendom kent het begrip zonde, hierdoor is voor mij het besef niet vreemd dat het menselijk bestaan ook donkere kanten heeft.’

De boodschap van coaches en zelfhulpgoeroes is wel goed zichtbaar, in tegenstelling tot die van de kerk.

‘Ik denk dat de kerk veel inventiever kan zijn. Zoals Maarten Luther in 1517 de boekdrukkunst effectief gebruikte om zijn ideeën te verspreiden, zo denk ik dat de kerk anno 2022 het ook moet doen. Wij moeten als christelijke kerk geen schroom hebben om moderne technische middelen in te zetten, zoals adverteren op sociale media.

‘Ook zouden kerken de verbinding kunnen faciliteren tussen generaties, een soort mentorschap tussen oudere en jongere mensen om zo levenservaring door te geven. Dat laat jongeren ook zien dat er zoveel meer is dan hun eigen perspectief. Veel mensen van mijn leeftijd denken dat geluk betekent zo succesvol mogelijk zijn in het leven. Dat is natuurlijk helemaal geen universele waarheid. Iemand met levenservaring kan dat relativeren.’

U klinkt ook als iemand die het leven ernstig neemt. Hoe komt dat?

‘Mijn vader overleed twee jaar geleden plotseling. Van de ene op de andere dag was hij er niet meer. Dat was geen gemakkelijke tijd. Het geloof bood mij toen houvast, niet de ambities die ik had. Ik merkte: God was bij mij en bij mijn familie. Ik geloof dat God ons lijden niet onberoerd laat. Dat vind ik een troostrijke gedachte.’

Wat is de kern van uw geloof?

‘Als ik het heb over iets dat boven mijzelf uitstijgt, over onderdeel uitmaken van een groter geheel, dan gaat het bij mij ook over een persoonlijke God. Ik geloof dat God de wereld in zijn hand heeft. Daar geef ik mij aan over. Maar op de millimeter nauwkeurig uitleggen hoe dat zit, dat kan ik niet, dat hoeft ook niet. Dat is ook de mystiek van het geloof. Mijn geloof is een medicijn tegen het denken dat je alles zelf moet doen en dat alles maakbaar is.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden