ColumnThomas van Luyn

Waarom zijn alle mondhygiënisten vrouw?

Beeld Aisha Zeijpveld

Ik heb een gloednieuwe mondhygiënist. De oude is gestopt, dus ik heb deze opgegoogled. Het ligt voor de hand, maar bij mijn zoektocht viel me iets op: mondhygiënisten zijn allemaal vrouwen. Dat verbaast me niet, maar verwondert me wel. Op zich is er weinig seksisme in de tandheelkundige zorgsector, want er zijn immers zat vrouwelijke tandartsen. Maar waarom dan geen mannelijke tandhygiënisten? 

Dat zijn uitstekende vragen om te contempleren in de mondhygiënistenstoel (is die anders dan de tandartsstoel?), want je vindt vanzelf antwoorden. Terwijl ze haar haakje in mijn pockets steekt, besluit ik dat het ligt aan hoe we historisch gezien, emancipatie nogal eenzijdig hebben aangepakt. We hebben ons al die tijd blindgestaard op hoe we vrouwen in leidinggevende posities krijgen, maar geen enkele moeite gedaan om mannen in ondergeschikte functies te drukken. Terwijl het één onherroepelijk uit het andere volgt. Staat iemand daar weleens bij stil? 

Terwijl mijn tandsteen wordt weggekrabt, bedenk ik dat het geen slecht idee zou zijn om mannenquota in te stellen voor traditionele vrouwenberoepen. Elk bedrijf met meer dan vijftig werknemers moet minimaal twee mannelijke receptionisten en secretaressen in dienst nemen, anders volgt een boete. Hoewel, daar zouden dat soort banen waarschijnlijk alleen maar meer status van krijgen, want het omgekeerde is een bekend verschijnsel, dat beroepen in aanzien en loon dalen als er meer vrouwen in terechtkomen. Misschien dat het FvD-smaldeel daarom wetenschappers, rechters en ministers niet vertrouwt: wijvenberoepen. 

Is er trouwens een korter woord voor een mondhygiëniste? Hm... tandenfee? Ik merk dat ik het prettig vind dat ze geen man is, omdat ik een vrouw nou eenmaal als verzorgender ervaar. Niet mijn schuld. Sommige rolpatronen zitten zo diep, die emancipeer je niet even weg. Misschien dat ik daarom niet zit met het porren, schrapen en bloeden. 

Wat ik wél heel erg vind, is wat erna gaat gebeuren. Als er een patroon zit in de afgelopen decennia: ze gaat me na de behandeling eens flink de les lezen. Hekel aan. Hékel. Ja-ha, ik moet beter poetsen, ja. En stoken, inderdaad. Dit is niet de eerste keer dat ik dat verhaal hoor, hè? De honderd vorige keren hebben mijn gedrag ook niet veranderd, dus waarom dóén we dit? Waarom moet ik weer machteloos gaan knikken en beterschap beloven, terwijl we allebei weten dat dat een leugen is? 

Mijn oude mondhygiënist heb ik dat een keer gewoon verteld. Bespaar me de preek, zei ik. Als ik het nu nog steeds niet goed doe, gaat het niet meer gebeuren ook. Net zoals ik nooit twee stuks groente en twee stuks fruit per dag zal eten, niet regelmatig aan lichaamsbeweging doe en mijn pensioen niet heb geregeld, zo ga ik ook echt niet elke avond tussen mijn tanden stoken. 

Op een bepaald moment in je leven moet je erkennen: ik heb het me niet aangeleerd, nu is het te laat, beter gaat het niet worden. En zelfs als er een pil bestond die al die dingen voor me zou oplossen, zou ik die ook vergeten te slikken, want zo ben ik dus.

Tot mijn opluchting kreeg ik de preek niet. Ze verfde mijn tanden paars, zodat ik kon zien waar ik vies was. De rest moest ik zelf maar uitzoeken, zei ze. Ik ga haar aanhouden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden