Column De week van de hoofdredacteur

Waarom ze in Scandinavië zo van leescijfers houden

Eindelijk goede cijfers

De week bracht een wisselbad: maandag de voorzichtige teen in het water van onze redactie op het gebied van lezersdata. Woensdag en donderdag een studiereis naar Oslo en Stockholm, waar ze volledig in het diepe zijn gesprongen. ‘Veertig jaar wisten we niks van de lezer, nu alles’, glunderde een oude regionale hoofdredacteur met een vlecht in zijn baard voor de grafieken met artikelen. Hij heeft gelijk: een papieren krant maak je vooral op gevoel. Wat vinden wij interessant, wat leeft er naar ons idee onder de lezers?

Digitaal is het revolutionair anders. Je kunt precies volgen wat mensen daadwerkelijk doen. Maar voor je het weet gaat de redactie te veel werken naar de klikcijfers en de grootst gemene deler. Dus hebben we cijfers mondjesmaat onder redacteuren verspreid. Ja, de bestgelezenlijst van de oude site werd ter redactie gevolgd. En op een scherm daar zie je het algemene sitebezoek. Maar die cijfers zijn primitief, vervormd door de toevalligekliks van duizenden passanten.

Nu hebben we nieuw gereedschap en een fijne data-expert, Roy Wassink. En kunnen we precies zien welke artikelen de lezers echt boeien, na welke ze verder lezen of terugkeren op de site, een maandabonnement nemen. Dat heeft betekenis, dus gaan we de cijfers over de redactie mailen. Roy legde maandag aan een zaal vol redacteuren uit wat we meten. Hij stelde ons gerust: je moet gewoon je gezond verstand blijven gebruiken en je eigen journalistieke oordeel vellen. Data zijn een hulpmiddel. Waar mensen in nieuwsvergaderingen nu zeggen dat hun vrouw of man dit interessant vindt (ik maak me er zelf ook schuldig aan), kunnen  we voortaan de mening van meer lezers dan die ene in de journalistieke discussie ­inbrengen. Ik voegde toe dat het geheel van de krant/site ­essentieel blijft voor het karakter ervan. Populariteit is niet de enige afweging, er zijn deelinteresses en zaken die wij belangrijk vinden. Maar de cijfers kunnen veel zeggen over hoe je iets het beste brengt.

Schok in Stockholm

Weer een stap in de moderniteit, dacht ik tevreden. Tot ik twee dagen later de redactievloeren van de grootste Scandinavische kranten betrad. De journalisten werken daar tussen ­muren van beeldschermen waarop alle statistieken live worden bijgehouden. Het soort cijfers dat Roy Wassink voor ons verzamelt. 

De newsroom van de tabloid Expressen in Stockholm. Beeld Philippe Remarque

Hier geen voorzichtigheid, maar, zoals de chef ­redactionele ontwikkeling van kwaliteitskrant Dagens Nyheter me uitlegde, ‘totale transparantie’. Hij stond voor een gigantisch touchscreen waar iedere auteur naar de score van zijn eigen artikelen kan swipen. Onderaan de lijst van digitale triomfen en misperen van redacteur Juan Flores (13.048 artikelen) zag ik een fotootje van de ontwikkelingschef en een vrouwelijke collega met een vraag en antwoord erbij. ‘Is dat voor als ze hier problemen mee hebben?’, vroeg ik. ‘Nee, voor als ze hun cijfers willen verbeteren’, verbeterde hij. Ik las: ‘Vill du boosta ditt resultat? Prata med oss.’ Daar is geen woord Frans bij. 

Chef redactionele ontwikkeling van de Zweedse krant Dagens Nyheter biedt hulp aan onderaan het touchscreen met de resultaten van individuele redacteuren Beeld Philippe Remarque

Ik heb het helaas nog niet kunnen navragen bij de redacteuren, maar volgens hun ontwikkelingschef werken ze nu beter samen met de digitale collega’s om hun stukken goed geïllustreerd op de site te krijgen en de timing en verspreiding via sociale media voor te bereiden. Of, ­zoals hij het noemt (en het was of ik onze chef online Kustaw Bessems hoorde): gezamenlijk te zorgen dat zoveel mogelijk lezers goede journalistiek onder ogen krijgen. Dat levert wat op. Het Zweedse Dagens Nyheter en het Noorse Aftenposten, kranten als de Volkskrant, hebben het hele verlies aan papieren abonnees sinds de opkomst van internet goedgemaakt met ­digitale abonnees. Lezersdata helpen daarbij. ‘U vraagt, wij draaien’ zal het nooit worden met die eigenwijze journalisten. Maar lezers praten terug. Dat voelt als een vorm van democratisering. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden