Column Witteman heeft iets gelezen

Waarom wilden ze, zelf allebei in de 30, seks met een lompe, egocentrische jongen van 19?

Witteman heeft iets gelezen

Als ik weer eens zo’n met veel poeha uitgebrachte, nauwelijks verteerbare Nederlandse roman lees van een auteur die bij talkshows ijdele praatjes komt verkopen over de ‘worsteling die schrijven heet’, denk ik altijd even aan Simon Vestdijk. Vestdijk worstelde niet, hij schreef. Hij schreef zijn boeken razendsnel, vaak in een paar weken, en hij schreef ontzettend veel, namelijk zo’n 200 boeken. Van al die boeken is een groot deel ook nog eens verschrikkelijk goed, en dan bedoel ik niet ‘goed’ in het genre ‘oud/ saai/ moeilijk maar het staat nu eenmaal op de leeslijst’ (Karel ende Elegast/ De ontdekking van de hemel/ Ulysses)(al heeft Vestdijk trouwens een heerlijke Ulysses-achtige roman geschreven, Meneer Visser's Hellevaart, maar dit geheel terzijde). Toch leest bijna niemand hem meer.

Het leuke aan Vestdijk is dat elke roman weer anders is: je weet nooit wat je krijgt, behalve dan als je hem hérleest, en ook dat is leuk. Ik las voor de zoveelste keer de Anton Wachterreeks, acht semi-autobiografische delen waarvan alleen de samenvatting van Terug tot Ina Damman nog weleens door een lusteloze scholier gekopieerd wordt van scholieren.com; de andere zeven delen zijn in de literaire vergeetput beland. Ik heb vooral een zwak voor deel 6, De vrije vogel en zijn kooien, waarin Anton (Simon Vestdijk dus) zijn leven als 19-jarige medicijnenstudent beschrijft, plus de verschillende kamers die hij in Amsterdam bewoont, in het bijzonder de kamer aan Overtoom 218. Hij krijgt daar een verhouding met zijn béíde hospita’s, Fietje (‘het kleine kreng’) en Clasina (met haar ‘vriendelijke eierdooierogen’), zussen, die het niet alleen van elkaar weten, maar zelfs instemmen met deze gewaagde constructie.

‘Op de snijzaal was hij op tijd. Hij had een onderarm, en hij vroeg zich af waarom het leven zo was ingericht: dat men een half uur nadat men met zijn hospita op de divan had gelegen, met de gordijnen dicht en de deur op slot, in de spieren en zenuwen, pezen en banden, vaten en vetlagen zat te peuteren van weer een ander’.

In de tijd van verschijnen (1958) werd het boek ontvangen als een tamelijk schandalige klucht. Bij nadere beschouwing is er weinig schandaligs aan: ja, het feit van die dubbele verhouding wel, maar wat er allemaal gebeurt op die divan, met de deur op slot en de gordijnen dicht, daar zwijgt Vestdijk zorgvuldig over.

Ook dat kluchtige komt heden ten dage in een ander daglicht te staan. Eigenlijk was die verhouding van Anton met zijn hospita’s nogal tragisch. Waarom pikten die zussen dat, een gedeelde minnaar? Omdat ze seks wilden. Waarom wilden ze, zelf allebei in de 30, seks met een lompe, egocentrische jongen van 19? Omdat vrouwen in die tijd (het boek speelt rond 1920) geen seksuele vrijheid hadden. Seks moest stiekem, en dan is een inwonend student een plausibele, want onopvallende optie.

Nóg schrijnender: Anton is student, maar de hospita’s zijn dochters van een kleermaker. Op de jongste, een leuke, aantrekkelijke vrouw, is Anton wel degelijk verliefd. Die twee zijn ook op erotisch gebied aan elkaar gewaagd; iets dat indertijd behoorlijke mazzel was, en trouwens nog steeds is. Toch komt, vanwege dat standsverschil, de gedachte aan trouwen, of zelfs maar trouw, niet in Anton op. Erger nog, hij laat haar uiteindelijk, zonder enige verklaring, vallen als een baksteen. Dat alles was indertijd volkomen vanzelfsprekend, maar nu denk je: wat een lul. En het is nog allemaal echt gebeurd ook!

Lees, en oordeel zelf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.