ColumnBert Wagendorp

Waarom we de werkelijkheid van Sobibor nooit écht zullen weten

Op de voorkant van de bijlage Zaterdag van de Volkskrant stond een foto van een ruiter te paard. Binnenin was over twee pagina’s een foto afgedrukt van wat nog het meest weg had van een dorpje met een door hekken afgesloten ruimte ervoor. De man op het paard was Untersturmführer Johann Niemann, plaatsvervangend kampcommandant van Sobibor, een vernietigingsfabriek waar in 1942 en 1943 minstens 170 duizend mensen werden vergast, onder wie ruim 34 duizend uit Nederland. De foto’s, die vorige week voor het eerst naar buiten kwamen, komen uit de privéverzameling van Niemann, die 62 foto’s uit Sobibor telt.

Jules Schelvis (1921-2016), een van de achttien Nederlandse joden die Sobibor overleefden, kwam op 4 juni 1943 aan in het kamp. De eerste aanblik deed hem denken aan ‘kleine Tiroler huisjes, met gordijnen en geraniums’. Op de foto zie je wat hij bedoelde.

Sobibor kende geen werkkamp, het enige doel was snelle en systematische vernietiging. Op 12 februari 1943 brachten Himmler en Eichmann een bezoek aan het kamp. Om het hoge bezoek te tonen hoe efficiënt er werd gewerkt had de directie, onder wie Johann Niemann, een paar honderd joodse vrouwen uit een kamp in de buurt naar Sobibor gebracht en laten vergassen. Bij die gelegenheid werd Niemann bevorderd tot Untersturmführer.

Er waren tot dusver maar twee foto’s van Sobibor bekend, en de 62 die nu zijn gevonden geven, kun je constateren, een vals en pijnlijk onvolledig beeld van de werkelijkheid van het kamp. Er is op de foto’s geen kwaad te bekennen. Juist in die bedrieglijkheid zit de kracht. We zien het bijna lieflijke decor waartegen de gruwelijkheden zich hebben voorgedaan – verder moeten we te rade gaan bij de schaarse getuigen en ons inbeeldingsvermogen.

Van de dagelijkse praktijk van Auschwitz is veel meer fotografisch vastgelegd. Het zogenoemde Auschwitz Album telt 193 foto’s van de aankomst en de daaropvolgende selectie van een grote groep Hongaarse joden in de zomer van 1944. Beroemd zijn ook de vier Sondercommandofoto’s, die in augustus 1944 het kamp werden uitgesmokkeld. Op een ervan is een groep vrouwen voor de gaskamer te zien, op een andere het verbranden van lijken.

Auschwitz, waar zeker 1,1 miljoen mensen werden vermoord, had fotograferende SS’ers en een Poolse gevangene annex beroepsfotograaf, Wilhelm Brasse, die in opdracht van de Duitsers ongeveer 50 duizend foto’s maakte. Er was in Auschwitz een professioneel fotolab. Van de in het kamp gemaakte foto’s zijn er bijna 40 duizend voor vernietiging behoed. Brasse, die in 2012 overleed, raakte na de oorlog nooit meer een camera aan.

Veel meer foto’s dan uit Sobibor, en ook veel meer verhalen van ooggetuigen. En toch is het probleem niet wezenlijk anders. Ondanks talloze foto’s en getuigenissen blijft de kloof met wat zich écht heeft afgespeeld onoverbrugbaar. Die werkelijkheid is niet onbegrijpelijk of onverklaarbaar en de verpletterende grootheid van het kwaad is evenmin een reden om er dan maar het zwijgen over te doen, zoals Arnon Grunberg terecht constateert in zijn recentelijk verschenen bloemlezing Bij ons in Auschwitz.

De werkelijkheid van Auschwitz en Sobibor is benaderbaar en invoelbaar. Maar écht zullen we het nooit weten.

De laatste overlevende van Sobibor, Semion Rosenfeld, overleed vorig jaar juni in Israël, op 96-jarige leeftijd. Langzaam maar onvermijdelijk zal de stilte over de historie neerdalen, hoe we ons daar ook tegen verzetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden