EssayNederland in gesprek

Waarom verzuiling en filterbubbels niet hetzelfde zijn – en de laatste veel schadelijker

In de bubbeldemocratie wordt ­gezag per definitie betwist.Beeld Rhonald Blommestijn

Tijdens de verzuiling heerste een enigszins steriele rust. Maar de bubbeldemocratie is het domein van prikkelbare, ongeduldige mensen met vragen die zij het liefst zélf beantwoorden.

Soms wordt het verleden opgeroepen als schrikbeeld. Dan gaat het over pest, cholera of tyfus. Over hongersnood en over Adolf Hitler. Over slavernij, kolonialisme en nie wieder! In die gevallen dient het verleden als doekje voor het bloeden: vroeger was het allemaal nog véél erger.

Maar aan het verleden kan ook de sussende gedachte worden ontleend dat we ons geen zorgen hoeven te maken over hedendaagse tijdsverschijnselen omdat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. Warme zomers en kwakkelwinters? Die had je vroeger ook. Islamitische scholen? Geen punt, want vroeger stichtten de rooms-katholieken ook hun eigen instituties, ter bevordering van hun eigen emancipatie. Complottheorieën? Dat zijn varianten op aloude horrorverhalen over waterbronnen die door Joden zijn vergiftigd en op de Protocollen van de Wijzen van Sion, het Russische boek (uit 1897) over een Joodse wereldregering die de levenssappen aan vitale natiestaten zou onttrekken. Opiniebubbels? Dat zouden slechts hedendaagse variaties zijn van de levensbeschouwelijke zuilen die lange tijd de pijlers vormden van een stabiele Nederlandse democratie: ‘naast elkaar, maar niet met elkaar’, zoals politicoloog Arend Lijphart het uitdrukte.

En zo is het dus ook met die opinie- of filterbubbels, voeren publicisten aan ter relativering van het kwaad dat aan dit tijdsverschijnsel wordt toegedicht. Ze zijn te vergelijken met de levenssferen van waaruit protestanten, vrijzinnigen en katholieken zichzelf welbewust, ter bevordering van het eigen zielenheil, opsloten – terwijl hun leiders, behept met een gezonde dosis pragmatisme, samen het land bestuurden. Het is het bekende verhaal, vastgelegd in enigszins beklemmende romans die zijn gesitueerd in het Nederland dat sinds de jaren zestig is opgelost in de tijd: katholieken die de protestantse kruidenier om de hoek meden. Gescheiden onderwijs en gescheiden voetbalcompetities. Het lidmaatschap van de socialistische vakbond NVV dat onverenigbaar werd geacht met het lidmaatschap van de ARP of met het katholieke geloofsleven.

Als je deze kenmerken van de vroegere verzuiling opnoemt, lopen de verschillen met de verbubbeling van Nederland echter meteen in het oog. De mensen van vroeger kozen in de regel niet voor een zuil, ze kwamen er door geboorte in terecht. Met alle gevolgen voor hun levensbeschouwing van dien. Je hield er een bepaalde levenshouding en een pakketje met opvattingen op na omdat je onderdeel was van een zuil. Een filterbubbel daarentegen is het toevallige resultaat van mensen die vanwége hun mening over een brandende kwestie (enigszins vluchtige) gemeenschappen vormen: eerst was er de mening, toen de bubbel.

Maar die filterbubbels – het begrip werd in 2011 gemunt door internetactivist Eli Pariser – zijn ook uitingen van de wanen van de dag. Per definitie vluchtig, anders dan de oude zuilen die mensenlevens doordesemden ‘van de wieg tot aan het graf’, zoals het heette. De mensen die zich rondom opvattingen in een filterbubbel groeperen, gedragen zich als een flashmob: ze verschijnen plotseling op een digitaal marktplein, roepen wat, trekken daarmee de aandacht van passanten, en verdwijnen weer. Soms even plotseling als ze zijn verschenen.

Bubbels hebben geen organisatiestructuur, laat staan leiders. Althans: forméle leiders. Willem Engel, van Viruswaarheid, bezwoer dan ook dat hij Famke Louise en andere influencers niet op pad had gestuurd met de hashtag #ikdoenietmeermee. Hun omstreden actie was, aldus Engel, ‘vrij organisch ontstaan’ – niettegenstaande het feit dat de influencers precies dezelfde tekst declameerden. Zij zouden slechts vragen willen stellen over het coronabeleid, maar zij kennen de antwoorden op die vragen – hún antwoorden – allang. ‘Mensen die zeggen vragen te hebben, zitten meestal vol meningen’, schreef televisierecensent Arjen Fortuin in NRC Handelsblad.

Hoe vaak heeft u nog een gesprek met iemand met een andere mening dan uzelf? Met ‘Nederland in gesprek’ wil de Volkskrant de dialoog weer op gang brengen. Lees hier over het project en meld u aan om mee te doen.

De filterbubbel faciliteert in de regel geen interne tegenspraak maar cultiveert juist de verschillen met andere filterbubbels – en met de buitenwereld in het algemeen. Of het nu gaat om het gangbare misverstand dat de aarde rond is, of om regeringen die ons onder het mom van corona in gijzeling houden: binnen de filterbubbel pretendeert men de waarheid te kennen waarvan de meerderheid geen nota wil nemen – of waarvan ze van een overheid met duistere intenties geen nota zou mógen nemen.

Natuurlijk: ook de zuilen vormden gesloten gemeenschappen die het eigen gelijk koesterden en die de buitenwereld met argwaan bekeken. Maar anders dan de hedendaagse filterbubbels hadden de zuilen formele leiders die met elkaar een ‘agreement to disagree’ overeen waren gekomen. In deze pacificatiedemocratie, zoals Lijphart haar noemde, werd politiek ontdaan van haar emoties opdat de leiders van de zuilen zaken met elkaar konden doen. Onderaan het verzuilde bouwwerk mochten katholieken, protestanten en socialisten elkaar dan naar hartenlust verwensen (liberalen waren daarvoor te deftig), aan de top van de zuilen werden de spelregels van een nationale consensus vastgesteld. Als die consensus voorzag in een verbod op katholieke processies in het protestantse noorden, dan voegden de katholieken zich daarnaar.

De pacificatiedemocratie vergde ‘eerbied, gehoorzaamheid, passiviteit en lijdelijkheid’ van de Nederlanders. En dat zijn nu juist níet de kenmerken van de buitenparlementaire bubbeldemocratie. In de bubbeldemocratie wordt gezag per definitie betwist, verzet eigenzinnigheid – ook al wordt die in kuddeverband nagestreefd – zich tegen gehoorzaamheid, wordt kritiek op een algemeen verschijnsel hoogst persoonlijk opgevat en komt de bereidheid om zich naar het algemeen belang te voegen onder druk te staan als het eigenbelang in het geding is.

Waar binnen de pacificatiedemocratie een enigszins steriele rust heerste, wordt de bubbeldemocratie gekenmerkt door prikkelbaarheid, ongeduld en een overwaardering van meningen – die overigens vaak als feit of wetenschap worden gepresenteerd. Niet de mensen in de filterbubbel zijn de gekke henkies, maar al die anderen die voetstoots aannemen dat de Aarde rond is, of dat corona grote inperkingen van onze bewegingsvrijheid rechtvaardigt. Zíj zijn de echte wetenschappers die, anders dan degenen die zich wetenschapper nóemen, ongemakkelijke vragen durven stellen. Ongemakkelijk, omdat zij daarmee de bijl aan de wortels zetten van de gemakzuchtige common sense– alles wat mensen menen te weten zonder zich af te vragen waarom zij eigenlijk denken wat zij denken.

Binnen deze bubbels wordt weliswaar geen tegenspraak georganiseerd, dat wil nog niet zeggen dat ze daardoor hermetisch gesloten zijn. Mensen die in de tijd van de verzuiling gewoontegetrouw de antirevolutionaire krant De Standaard lazen, stapten in de regel niet over op het liberale Handelsblad of de – ooit – rooms-katholieke Volkskrant. De bewoners van een filterbubbel daarentegen, staan in een sociaal gemêleerde omgeving ook bloot aan andere opvattingen dan de hunne – of ze willen of niet. Hoe broos de wand van een bubbel is, kan – met enige welwillendheid – worden opgemaakt uit het feit dat influencer Famke Louise binnen een dag nadat ze haar hashtag #ikdoenietmeermee had gedeeld met haar ruim 1 miljoen volgers aan tafel zat bij ic-arts Diederik Gommers, en een week daarna samen met Gommers een corona-campagne begon.

Toen het verzuilde bestel in een opmerkelijk korte tijd desintegreerde, toonden maar weinigen zich daar bedroefd over. Geen land in West-Europa heeft in de jaren zestig en zeventig zo’n fundamentele verandering ondergaan als Nederland, en nergens heeft de zittende elite zich zo weinig tegen die ontwikkeling verweerd. Het bestel had uiteindelijk geen verdedigers meer, omdat het al vergaand was vermolmd toen de stormloop van de jaren zestig begon.

Dat de vitaliteit van de zuilen bedrieglijk was, stelde Karol Józef Wojtyła – de latere paus Johannes Paulus II – al vast tijdens een bezoek dat hij, als jonge kapelaan, in 1947 aan Nederland bracht: het rijke Roomse leven was een façade waarachter een verschraald geloof schuilging. Toen hij in 1985 opnieuw in Nederland was, kon hij zich van de juistheid van die waarneming overtuigen: de loyale katholieken die hem eerbied kwamen betuigen, werden aan de ene kant overstemd door kritische geloofsgenoten die bezwaar hadden tegen de orthodoxe dagkoers van het Vaticaan, en aan de andere kant door demonstranten die in deze jaren elke gelegenheid aangrepen om tegen de tegen de bestaande orde te ageren. In hun strijdkreten klonk overigens nog een ouderwets antipapisme door.

Toen Arend Lijphart in 1968 de pacificatiedemocratie analyseerde, was het systeem nog betrekkelijk intact (al verschenen met de komst van nieuwe partijen wel donkere wolken aan de horizon). Ten tijde van de tweede druk van Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek, in 1976, zat de sleet er al goed in. Politieke partijen die vroeger de noodzaak van samenwerking hadden onderkend, gingen nu de verkiezingen in met ‘ononderhandelbare punten’ en met ‘schaduwkabinetten’ die de zuiverheid van het eigen programma moesten bewaken. Nu kan worden vastgesteld dat dit de mentale voorboden waren van de huidige filterbubbels.

Ook het verzuilde verleden werkt nog door in de bubbeldemocratie. Binnen de gesloten zuilen werd met overgave en zonder enige vrees voor weerwerk gescholden op de mensen aan gene zijde van de scheidslijnen. Mogelijk is dit een historische verklaring (zeker niet de enige) van het feit dat er, naar verluidt, geen ander volk is dat in de anonimiteit van het internet zo ongeremd te keer gaat: Nederlanders zijn er in de loop der eeuwen bedreven in geraakt. ‘I’m Dutch, so I can be blunt’, zei oud-minister van Financiën Jan Kees de Jager nadat hij in 2011 tijdens een Brusselse marathonvergadering de diplomatieke conventies aan zijn laars had gelapt. Maar uiteindelijk toonde De Jager zich compromisbereid. En zo voegen uiteindelijk ook maar heel weinig mensen de daad bij het woord als ze mensen uit andere bubbels met hel en verdoemenis hebben gedreigd.

Mensen die het zo bont maken dat zij zich voor de rechter moeten verantwoorden, zoals de man die de voormalige D66-leider Alexander Pechtold met een kopschot dreigde of de reaguurders die journalist Clarice Gargard dood wensten, tonen zich doorgaans deemoedig: ze hadden dan wel dreigementen geuit, maar het was nooit hun bedoeling daarnaar te handelen of om mensen angst aan te jagen. Zoals het ook niet de bedoeling van Willem Engel was dat zijn volgers – of zijn het volgelingen? – verwensingen zouden uitstorten over de baliemedewerkers van woonzorgcentrum Guldenakker in Goirle nadat hij op Facebook zijn misnoegen had geuit over het feit dat deze instelling vanwege een corona-uitbraak op slot was gegaan terwijl hij had bepaald ‘dat dit nooit meer mocht’.

Engel zei achteraf spijt te hebben van zijn oproep (‘Even een doe opdracht tussendoor’) maar voegde daaraan toe ‘dat het een signaal is voor de beleidsmakers, dat de eindverantwoordelijken beseffen dat dit het verkeerde beleid is’. Daaraan zullen de bedreigde baliemedewerkers niet veel troost hebben ontleend. Engel had er beter aan gedaan met hen, of met de ‘eindverantwoordelijken’, in gesprek te gaan. Maar dan zouden zijn zekerheden zomaar aan het wankelen gebracht kunnen worden, en dan heb je geen bubbel meer. En dan zouden Engel en de zijnen hun existentieel houvast verliezen.

De Volkskrant laat mensen met verschillende meningen met elkaar in gesprek gaan. Meer dan vijfduizend mensen meldden zich al aan. Doe ook mee door de vragen hieronder te beantwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden