Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Duizel

Waarom sigarenfabrikant Agio zijn werknemers 10 miljoen geeft

Agio is verdwijnend Nederland. Maar het werd ook de nieuwe wereld die niet langer buiten is te sluiten. Melancholie en moderniteit: een hopeloze combinatie.

Agio was Koninklijke Agio sigaren. Van de sigarenbandjes om je kindervingers.

En Agio is Royal Agio Cigars. Van maatpakken en acquisitie.

Het bedrijf is kortom verkocht. De familie Wintermans, die de sigarenfabriek in 1904 begon in het Brabantse Duizel en liet uitgroeien tot een van de vier grootste ter wereld, heeft Royal Agio Cigars na 116 jaar voor 210 miljoen euro uit handen gegeven aan het Deense Scandinavian Tobacco Group (STG). En daarmee 3.200 trouwe werknemers in Nederland, België, Sri Lanka en de Dominicaanse Republiek.

De Wintermansen maakten deze week bekend dat ze als dank voor de samenwerking 10 miljoen euro onder de werknemers verdelen. Daarover is enthousiast bericht, maar baangarantie is bij de verkoop niet geregeld. Die 10 miljoen is een laatste typerend Wintermans-gebaar, waarmee ze hun handen ook van iedereen aftrekken.

De oude Agio-fabriek.

In Duizel staat pal naast de oude fabriek van wit baksteen (‘Agio sigaren’) het state of the art hoofdkantoor (‘Royal Agio Cigars’). ‘Maar STG heeft 5 minuten verderop in Eersel al een bedrijfshal staan’, zegt Piet Gevers, eigenaar van de tabaks- en tijdschriftenwinkel Primera in het dorp bezorgd. De Primera-keten is ook mede door Agio opgericht. Dit ter bevordering van de tabaksverkoop. Nu zijn de sigaren in de winkel amper te ontwaren achter alle stickers met enge ziekten en ‘Roken is dodelijk. Stop nu.’ Boris Wintermans, de laatste Nederlandse ceo van de familie, die verder niet met de pers praat rond de overname, noemde in het Eindhovens Dagblad de steeds weer nieuwe eisen voor anti-rookverpakkingen nauwelijks nog uitvoerbaar en de voornaamste redenen dat de familie er geen zin meer in heeft.

Jac Jacobs krijgt niets van de 10 miljoen, hij werkte 46 jaar voor Agio maar was al met pensioen. ‘Wij kregen als pensionado nog sigaren tot onze dood.’ Het scheelde niet veel: Jac kreeg een hartinfarct en mag sindsdien niet meer roken: ‘Wil jij misschien een doosje sigaren mee naar huis?’

Ach, koninklijke Agio. Waar ze nog wisten hoe je fatsoenlijk een bedrijf leidt, zegt Jac, ‘tot dat anti-roken de boel verziekte’.

Dit deel van Brabant was ooit vergeven van de sigarenmakers. Schrale zandgrond en de ruilverkaveling: wie niet langer kon boeren, moest wát. Agio’s oprichter Jacques Wintermans was ook een boerenzoon. ‘Zijn zoon, meneer Adriaan, heeft me nog persoonlijk sigaren leren roken’, zegt Jac. ‘Dat duurde twintig minuten, een heel college over de rook die langs je smaakpapillen moest, het leek wel wijnproeven.’

Jac met zijn vrouw Nelly en zijn pensioneringssigaar.

Jac komt ook van een boerderij. Kwam op zijn 15de bij Agio. Hij wou niet maar het moest. Begon met het vegen van de werkplaats toen in de fabriekshal nog vijfhonderd man met de hand sigaren zaten te rollen. In die tijd nam ook het mechaniseren een aanvang. Jac groeide mee binnen de technische dienst. Wanneer hij iets wilde bijleren, betaalde Agio zijn opleiding.

Jac zag de eerste Zweedse Arenko-machines, die zestien sigaartjes per minuut konden produceren. Die bouwden ze bij Agio zelf om, tot een productie van negentien sigaartjes per minuut. Rokende meisjes uit België bedienden de machines, die waren voorzien van asbakjes.

Wie een hypotheek nodig had in Duizel, kon die krijgen bij de familie Wintermans. Toen Agio 50 jaar bestond ontvingen alle schoolkinderen van Duizel een gulden. Naast de kerk van Duizel staat een muziekkoepel: cadeau van de familie Wintermans bij Agio’s eeuwfeest.

Zij zorgden voor jou en jij voor hen. Want zo hoorde het. Jarenlang controleerde Jac op donderdag de forellenvijver van meneer Adriaan. ‘Onder werktijd. En altijd eerst koffie met een sigaar.’ Meneer Adriaan vertelde dan over de jacht.

Als ergens bij de familie Wintermans een schilderijtje moest worden opgehangen, kwam Jac dat doen. Ook bij Ad Wintermans, de vader van de laatste ceo Boris, die hij zag opgroeien.

Jacs jubileumkist: veertig jaar Agio.

Zo werd een boerendorp deel van de wereld. Jac ondervond het al vroeg aan den lijve, want toen de loonkosten hier te hoog werden is hij naar Malta gestuurd, in 1973, om de eerste buitenlandse Agio-fabriek te helpen inrichten. Daarna naar Sri Lanka, zelfde verhaal. Toen de Dominicaanse Republiek. ‘Vóór ik naar Malta ging, was ik nog nergens geweest. Wij gingen op vakantie naar Knegsel.’ 5 kilometer verderop.

Maar de wereld hou je niet tegen. En misschien wordt Duizel nu dus zelf te duur voor de nieuwe eigenaar. Kun je na alles moeilijk nog kritiek op hebben, vindt Jac. Maar het blijft moeilijk: ‘Agio was ook van míj.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden