Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Servië

Waarom Servië ons met paspoort en al het land uitzet

Toine Heijmans

Gewend aan de onbegrensde mogelijkheden van ons paspoort reis ik met mijn beste vriend vijf dagen door Europa, met de trein, en overal stuiten we op grenzen en grenspolitie: de tol van het nationalisme waar sommigen zo naar terugverlangen. Hekken om je land, een eigen munt, weg uit de Europese Unie – nou, dit is wat je krijgt: een hoop gespannen tijdverspilling, en uiteindelijk worden we Servië uitgezet vanwege één verkeerd stempel in ons paspoort.

Reizen door Europa is fantastisch: het is vlakbij en het is schitterend, onbekend terrein. De meren van Grieks Macedonië, de binnenstad van Skopje, de bergrug van Montenegro, het borstelige landschap van Zuid-Servië, het uitbundig groene Kosovo. Zagreb: station als een paleis.

Het is nog echt reizen ook, met de trein. Voor een reportage in de zomerbijlage van de krant volgen we de route die we ruim dertig jaar geleden volgden – dat is een lang verhaal. Verschil met toen is dat we nu constant stuiten op grenzen en een onverbiddelijke grenspolitie. De agenten dragen duidelijke uniformen, wapens aan hun riem, en maken verder geen onderscheid. Wij zijn vreemdelingen en de vraag is wat we komen doen. Dat zijn we niet gewend met onze gouden Europese Unie-paspoorten, de paspoorten van vrijheid en voorspoed.

Trein Mitrovica-Kraljevo.

Nooit eerder moesten we zo vaak ons bestaan bewijzen. Minutieus en professioneel bestuderen de grensagenten onze documenten, wrijven hun vingers over visa om te bepalen of ze echt zijn, nemen onze paspoorten mee naar buiten, naar kantoortjes waar meer politie onze paspoorten komt bekijken en bestempelen. Om drie uur ’s nachts trekken ze de deur van onze luxe couchette uit de sponning, Zagreb-München, ‘Polizei!’, ‘Ausweis!’, en schijnen met een lamp in mijn gezicht. Ja we zijn verwend, in ons deel van Europa.

We komen uit Thessaloniki en reizen met een hink-stap-sprong naar Skopje (de grens moet per taxi vanwege ‘diplomatieke problemen’), en dan verder dwars door Kosovo om trein DNU-711 te nemen van Mitrovica naar Kraljevo, een toeristendroom zwevend langs groene, spitse bergen, met aan boord ook uitstekende wifi. Het is betwist gebied, maar dat is niet ons probleem: wij hebben gouden paspoorten.

De Kosovaarse grenspolitie steekt na controle de duimen op: ‘no problem’. Zo zoeven we Servië binnen, waar de Servische grenspolitie ons uit de trein haalt bij station Raska, zonder toelichting op de achterbank zet van een politiewagen, en met gekkensnelheid terug naar de grens brengt. Uitgezet. We krijgen koekjes, dat wel, de agenten zeggen sorry, het gebeurt vaker maar zij kunnen er niets aan doen: ‘it’s politics’.

In onze paspoorten staat een Kosovaars stempel en Servië erkent de grens met Kosovo niet: wij komen officieel uit een niet-bestaand land en steken een niet-bestaande grens over, dus wij zijn illegaal. Wegwezen. Het is de tol van een diep en droevig nationalisme dat meer onmogelijk maakt dan alleen het reizen per trein. Iets dat we aan onze kant van Europa niet kennen: een door de eeuwen gevormde afkeer tussen landen en bevolkingsgroepen. Onze deportatie is gestold nationalisme; we hebben er geen deel aan maar worden er deel van gemaakt.

Land uitgezet door grenspolitie.

Het kost een werkdag om via de grenzen Kosovo-Montenegro en Montenegro-Servië alsnog ons doel te bereiken, na opnieuw grondige controles, midden in Europa, niet ver van huis. En dan moet de grens Servië-Kroatië nog komen – traag rijdt de trein door het gebied met de oorlogsnamen: Vukovar, Tuzla, Novi Sad. Onderweg schroeven grensagenten het plafond van onze wagon open, op zoek naar smokkel en illegalen.

Naast het eerste Kroatische station dat we bereiken staan trots twee zilveren masten met grote, dure vlaggen: die van Kroatië en van de Europese Unie, waar zoveel Europese landen naar verlangen. Tegelijk zijn er mensen in Nederland die uit de Unie willen, die denken dat open grenzen de oorzaak van problemen zijn in plaats van andersom. Die geloven dat Nederland zo sterk en belangrijk is dat het andere landen niet nodig heeft. Nationalisme vermomd als hoger doel: het beschermen van de eigen waarden en verworvenheden. In de praktijk is het vooral een emotie die strategisch wordt gebruikt.

Mijn beste vriend leest onderweg een boek van Roger Petersen over de onmacht van het Westen, dat tijdens en na de Joegoslavische oorlog probeert in te grijpen maar stuit op een in eeuwen gevormde afkeer tussen naties en etnische groepen, tussen Serviërs en Albanezen vooral, een afschuwelijk en bloederig verhaal. Landen waar politici groot worden en blijven door het nationalisme uit te venten.

Wat nationalisme is? ‘It’s politics.’

Grenscontrole in Kroatië.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden