ColumnPeter Buwalda

Waarom schrijf ik? Om op de groepsfoto van De Bezige Bij te komen, natuurlijk

Waarom schrijf ik? Om op de groepsfoto van De Bezige Bij te komen, natuurlijk.

Vanavond is het zover. Omdat de uitgeverij 75 jaar bestaat, wordt er in de bibliotheek van het Rijksmuseum een nieuw portret gemaakt, het derde in zijn soort. (Ik tik dit gisteren, op donderdag dus, inmiddels is het godzijdank morgen, voor u natuurlijk vandaag, in één woord: vrijdag, en staat de foto al online, heb ik begrepen.

En? Iconisch?

Als alles volgens plan verlopen is, zit ik helemaal beneden in de luie stoel naast de wenteltrap, met Remco Campert op mijn schoot.)

Ik kijk graag naar de vorige groepsfoto’s. Sinds mijn peutertijd hangen ze naast mijn bed, als Marten en Oopjen. Maar ik maak ook rekensommen. De eerste is geschoten in 1969, toen De Bezige Bij 25 jaar bestond. Nummer twee is van 2004, 35 jaar later dus, wat op mij geen adremme indruk maakt. Nee. Er moet iets gespeeld hebben in 1994, een algehele dip of zo. Of waren er problemen met de ego’s? (Je ziet het voor je, onderaan de trap een driezitter, speciaal aangerukt voor Reve, Hermans en Mulisch – maar wie mag in het midden? Bijten, krabben, spugen, etc.) (Sorry, onzin, Reve zat destijds nog bij L.J. Veen, had ik moeten weten. Hij pakte namelijk precies zijn biezen toen ik er kwam werken. Ik stond een dag aan de zaag, en weg was hij. Een teken.)

Het zijn twee nogal verschillende foto’s. Met 35 jaar ertussen spreekt dat voor zich, over de doden niks dan goeds, maar waarop ik doel is de pikorde. In 1969 is die er niet, iedereen staat dwars door elkaar, het lijkt een Poolse landdag. Op nummer twee is dat wel anders: de wenteltrap is de aorta van de uitgeverij geworden, per trede nemen de literaire karaten toe, Campert, Claus, Wolkers, Mulisch, in de fauteuil: Marten Toonder.

In 1969 staat Claus ergens halverwege, wat misschien wel klopte, geen idee – maar wat deed Mulisch dan helemaal onderaan, naast de uitgever?

Harry zijn.

Al is het mogelijk dat hij gewoon te laat aankwam, en daarom zo Harryaans onderaan de trap belandde. Op zich wel iets voor Mulisch, per ongeluk expres precies naast de baas, ook toeval heeft een reden, een uitdrukking van zijn talent, etc.

S. Vestdijk had ondertussen het nakijken. De magiër uit Doorn staat ergens verscholen op een galerij. Ik moest hardop lachen toen ik hem ontdekte, zo verloren oogt de maestro. Of is het een kartonnen pop? Voor in de boekhandel? Als het de echte S. was, hadden ze hem natuurlijk de leunstoel aangeboden!

Ik moet gaan, nu. Anno 2019 is het topsport geworden, de foto. Strak uit de blokken, goed doordekken. In 2004 stond Wieringa ineens met een knalrode sweater tussen de oudgedienden. Als je goed kijkt, zie je dat Van Beijnum bijna naar beneden lazert. Als Tommy niet op Van Beijnums teen had gestaan, was hij naar beneden gestort. Nee, je moet tijdig je traptrede innemen. Ik kom niet graag op tijd, maar vanavond wel.

Of op de valreep binnenwandelen? Gaat niet werken, vrees ik. Al hebben ze zo te zien wel hanglampen in die bieb. Als enige in zo’n lamp gaan hangen, dat kan wel wat doen, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden