ColumnIbtihal Jadib

Waarom schrijf ik dit boek? Is het egotripperij? Wil ik echt wat toevoegen?

Beeld Aisha Zeijpveld

Of het echt een boek gaat worden over haar familie? De reacties op haar voornemen zijn nogal wisselend: gillend enthousiast en afkeurend.

Ik ben de afgelopen maanden aan het doen alsof ik een boek schrijf en zo langzamerhand ben ik daar aardig bedreven in geraakt. Daar voel ik me niet eens bezwaard over want als de Amerikaanse president kan doen alsof hij Gods geschenk aan de mensheid is, mag ik heus doen alsof ik een boek schrijf. Het verschil tussen werkelijkheid en fantasie is anno 2020 toch weinig relevant; alleen mensen die het slecht met ons voorhebben zeuren daarover. Ik blijf dus vrolijk iedereen vertellen dat mijn literaire kwaliteiten rijkelijk over het papier vloeien en beantwoord vragen over Het Boek met een blik alsof ik weet waarmee ik bezig ben.

Gelukkig kan ik in dit intieme hoekje van de krant aan u toevertrouwen dat ik het eigenlijk een gedoe van jewelste vind. Nog los van de onnavolgbare formule om een verhaal goed op papier te krijgen, zit ik met de vraag waarom en voor wie ik een boek wil uitbrengen. Is het egotripperij van het schuchtere meisje in mij dat eenmaal vol in het licht wil stappen? Is het de wet der gelegenheid; als er een mooie kans voorbijkomt moet je die pakken? Of is het omdat ik werkelijk denk iets van waarde te kunnen toevoegen aan het overvloedige aanbod aan familiegeschiedenissen?

Ik heb die lastige vragen voorlopig maar geparkeerd en schrijf nu vooral omdat ik het een geweldige ervaring vind. In mijn familie zijn we niet gewoon om uitvoerig over dingen te praten, laat staan elkaar te bevragen over hoe bepaalde gebeurtenissen ons hebben gevormd. Het zou nooit in me opkomen aan mijn moeder te vragen waarom ze sommige dingen zus of zo heeft gedaan, lieve hemel ik word al zenuwachtig van de gedachte alleen al. En over dat verleden, nu welja, waarom zouden we het daar nog over moeten hebben? Laat het rusten en loop door, verder de toekomst in, waar de nieuwe versie van jezelf niet staat te wachten op oud leed.

Maar tegenwoordig kom ik bij mijn moeder op de thee, laat ik haar dochter buiten op de stoep en ga ik enkel als schrijver naar binnen. De afstand die dat schept, maakt een zee aan woorden los in de vrouw die dan even geen moeder meer is, maar vrij van familieverbanden kan vertellen. Ik durf op mijn beurt eindeloos door te vragen, dat hoort een schrijver immers te doen voor zijn werk. Thuisgekomen werk ik de antwoorden uit op m’n computer en pas na het uitprinten en teruglezen komt mijn moeder weer terug. Dan bel ik haar op met de bedoeling haar te bedanken en even samen na te praten, maar in plaats daarvan vraag ik of ze nog iets nodig heeft van de Haagse markt en kletsen we over corona.

Ondertussen verwonder ik me over de reacties uit mijn omgeving. Die zijn grofweg onder te verdelen in twee categorieën: gillend enthousiasme en zuchtende afkeuring. Het eerste had ik niet verwacht, het tweede wel. Autochtone Nederlanders beginnen te stralen als ik vertel over de familiegeschiedenis en zeggen dat ze niet kunnen wachten om het te lezen. Marokkaanse Nederlanders kijken me op z’n best vertwijfeld aan, en vragen argwanend waar ik precies heen wil met het verhaal. Het is weinig eervol om met je Marokkaanse achtergrond te hoereren ter vermaak van het Nederlandse volk. Laat dat verleden toch rusten en loop door, die toekomst in!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden