Opinie

Waarom politiek niet zonder muziek kan? Zonder muziek is het leven een vergissing

De aanpak van de pandemie leert hoeveel moeite politici tegenwoordig hebben met improviseren. Wat lessen muziek zou hen niet schaden.

Joris Roelofs en Pascal Gielen
Festivalpubliek gaat uit zijn dak op Zeeltje Rock in Deest.  Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant
Festivalpubliek gaat uit zijn dak op Zeeltje Rock in Deest.Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

Het coalitieakkoord vermeldt muziekeducatie. Dat is hoopgevend. De Zembla-documentaire Muziekschool in mineur liet immers de nood aan betaalbaar muziekonderwijs zien. Door bezuinigingen zijn er nauwelijks nog muziekscholen in Nederland. Dankzij die scholen konden kinderen uit alle milieus muziekonderwijs krijgen. Een Kamermotie van SP en PvdA, die de regering verzocht actie te ondernemen, werd ontraden.

Dat de politiek niets begrijpt van wat muziek en, breder, cultuur doet in een samenleving werd bevestigd tijdens de laatste persconferentie over de pandemie. Van de premier mogen musici niet optreden maar wel ‘oefenen met (hun) bandje’. Die onderwaardering is niet alleen schaamteloos, ze miskent ook de waarde van politiek. De vraag naar de rol van de politiek zoals in het debat over de nieuwe bestuurscultuur, ligt volgens ons in het verlengde van de status van muziek. Beide betreffen de waarde van menselijke interactie.

Hannah Arendt

In What is Freedom? (1961) stelt filosoof Hannah Arendt dat politiek verwant is met podiumkunsten. Ze ziet politiek niet als het uitvoeren van plannen, maar als een debat waar burgers meningen uitwisselen. Met Arendt zouden we kunnen zeggen dat politiek niet valt te reduceren tot een marktrelatie die burgers als klanten ziet en met verkiezingen tevreden houdt. Politiek is een proces dat afhangt van constant publiek spreken en handelen. Arendt noemt de oude Grieken, die activiteiten als musiceren en dansen gebruikten als metaforen voor politiek. Voor Arendt is politiek handelen niet uitvoeren, maar optreden met en voor anderen. De uitkomst van dat optreden is, net als bij een dialoog, onvoorspelbaar.

Maar die onvoorspelbaarheid verleidt politici om de interactie te beheersen, aldus Arendt. Ook voor Nederland klopt die analyse. Politiek werd management, gereduceerd tot het efficiënt uitvoeren van plannen opgesteld door experts. De pandemie heeft die manier van doen uitvergroot. Het efficiëntiedenken heerst, er is geen podiumruimte waar burgers elkaar in vertrouwen met meningen confronteren. Het gevolg is dat meningen meteen via (sociale) media op straat worden gegooid, waar ze keihard tegen elkaar knallen. De kloof tussen tegenstanders wordt zo disproportioneel uitvergroot.

Daarom heeft een samenleving nood aan semipublieke ruimten waar mensen, anders dan in publieke ruimten, vertrouwen kunnen opbouwen met anderen. Een concertzaal is zo’n ruimte, maar ook een schoolgebouw. Het gaat om plekken waar een divers publiek fysiek samenkomt en nabijheid respecteert, omdat het een interesse deelt in pakweg muziek of kennis. Ook al verschillen smaken en opinies radicaal, een semipublieke ruimte maakt interactie toch mogelijk. Een democratie kan niet zonder een lappendeken van zulke ontmoetingsplekken.

Semipublieke ruimten leren ons omgaan met onvoorspelbaarheid. En laat dat nu het fundament van de podiumkunsten én de politiek zijn. Iedere vorm van samenspelen vergt, net als iedere samenlevingsvorm, improvisatievermogen. Niet alleen moet je je instrument beheersen, je moet ook alert zijn op wat er tijdens het spelen gebeurt. Je moet in de maat spelen, maar ook met anderen kunnen meebuigen. Je moet kunnen reageren op het onvoorspelbare én van het voorspelbare af kunnen wijken. Dat is het omgekeerde van regels mechanisch uitvoeren. Wanneer men in de muziek niet meer durft improviseren worden partituren als een gebeiteld gebod uitgevoerd. Dat levert enkel zielloze muziek op.

Telt hetzelfde niet voor politiek? De filosoof Isaiah Berlin stelt in On Political Judgement (1996) dat ook politici de artistieke gave moeten hebben om te improviseren. Een bestuur balanceert immers tussen het geplande en ongeplande, het voorziene en onvoorziene. De politicus die zich louter op beheersen richt neigt naar een onmenselijk beleid, losgezongen van iedere samenlevingspraktijk. Wie een dialoog wil voeren met publiek of samenleving moet controle durven loslaten. De aanpak van de pandemie leert hoeveel moeite politici tegenwoordig hebben met improviseren. Wat lessen muziek zou hen niet schaden.

Waarde van muziek

In onze efficiëntiegerichte samenleving wordt muziek louter consumptiegoed. Daarvoor is menselijke interactie niet nodig: volgens onze vorige gezondheidsminister kun je ook een dvd’tje opzetten, of de Spotify Prikplaylist voor het wachten na de prik. Muziek is echter geen product maar een proces: muziek leert luisteren, leert inspelen op het onvoorspelbare en leert hoe je samen kan spelen én leven. Muziek delen schept bovendien een band tussen mensen die in het alledaagse leven misschien liever niet met elkaar optrekken. Samen muziek spelen en samen luisteren is dan ook een zaak van politiek, ethiek en sociale dynamiek. Muziek is intrinsiek waardevol omdat zij, net als politiek, gaat over mens-zijn en samenleven.

Daarom is muziekonderwijs belangrijk. Iedereen heeft het recht om samen te leren spelen, om een eigen stem te ontwikkelen en die ook te laten horen. Want zijn dat geen belangrijke voorwaarden voor menselijke interactie én voor democratie? Muziek leert de politiek dat beheersen en efficiëntie onvoldoende zijn voor een levendige orkestratie. Covid-19 leert dat zo’n beleid inzet op overleven, maar niet op leven. Laten we daarom hopen dat de Zembla-documentaire en het coalitieakkoord een opmaat vormen tot een politiek die voluit inzet op muziek. Want zonder muziek is het leven een vergissing.

Joris Roelofs is klarinettist en componist en speelde als kind in de jazzensembles o.l.v. Peter Guidi aan de Muziekschool Amsterdam.

Pascal Gielen is hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit Antwerpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden