Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Heerlen

Waarom Mount Everest zijn mystiek verloor en een instagrammable bucketlistberg werd

Tien Nederlandse Everestbeklimmers bij elkaar, dat is nog nooit vertoond. Het is een schitterend tableau: berglui met doodsverachting, die ene plek bereikt en overleefd. Toch gaat het niet over hun liefde voor de Himalaya, de tintelingen in de klare lucht, het kraken van de ijsval, het alleen zijn met je ademhaling. Ook de vraag naar het waarom is ingewisseld voor een andere.

Katja Staartjes, Everest 1999. Beeld Katja Staartjes

De vraag is wat we moeten met de Everest, de berg die zijn mystiek verloor. De instagrammable bucketlistberg, te bestijgen met een creditcard.

De tien staan op het podium van het Dutch Mountain Film Festival, dat z’n basiskamp heeft in de mooiste bioscoop: de Royal in Heerlen. Ze zijn lang niet compleet. Zoveel Nederlanders stonden bovenop de Everest, zoveel berglui uit een plat land.

Edmond Öfner (1992) nam deel aan de roemruchte expeditie van 1984, en haalde de top zes jaar later met de inmiddels overleden Ronald Naar. Hij was een soevereine punker, toen, en er is meer veranderd. De Everest, zegt Edmond, is ‘geen bijzondere berg’. ‘Die laatste honderd meter door de sneeuw, tsja.’ De Everest ‘is een lelijke berg’, vertelde Ronald al in 2003, in een interview samen met Frits Vrijlandt, de eerste die het via de noordzijde lukte.

Ronald: ‘Eigenlijk was het een deceptie. (…) op de dag dat ik de top haalde stond ik er met bijna dertig andere bergbeklimmers.’

Waarom gingen ze dan?

Frits: ‘Omdat-ie de hoogste is.’

Tien Everestbeklimmers bijeen. Beeld Toine Heijmans

Zorgen zijn er al 25 jaar, zo’n beetje sinds de Everest ‘gemakkelijker’ is geworden: bedrijven bieden verzorgde expedities aan met gebottelde zuurstof en geprepareerde routes, met wifi en espresso – er zijn nu plannen, hoor ik, klimmers direct in te vliegen naar kamp 2 zodat ze de levensgevaarlijke Khumbu-ijsval omzeilen.

Maar er is meer aan de hand.

We kijken naar Everest Green, de film van Jean-Michel Jorda die laat zien dat de berg niet meer de vuilnisbelt is die hij was, dankzij vooral de Nepalese hoogtevuilophalers die hun leven wagen door met kilo’s afval op hun rug de ijsval af te dalen, naar de bewoonde wereld waar het vuilnis verdwijnt in de verstikkende puinhopen van Nepal, nog steeds een van de armste landen ter wereld.

De berg moet schoon omdat het een geldmachine is. Een levensader voor de sherpa’s die zesduizend dollar verdienen met een topklim en vierhonderd met een trekking, in een land met een gemiddeld jaarinkomen van nog geen duizend dollar. Meer klimmers is minder armoede – Katja Staartjes (1999) schrikt als de film beelden toont van kamp 2, een dorp, ‘niet te geloven, niet normaal’.

Wat verandert is de economische structuur. De Everest was een ‘westerse berg’, vertelt Katja, beklommen door Europeanen en Amerikanen die goud geld betalen aan westerse expeditiebedrijven. ‘Nu is 80 procent van de klimmers Aziatisch.’ Tegelijk neemt de nieuwe generatie sherpa’s de zaken in eigen hand: westerse expeditiebedrijven worden ingehaald door strak georganiseerde lokale ondernemingen. ‘Dat is heel goed’, zegt Katja, ‘maar ze werken goedkoper en stellen lage eisen aan klimmers; dat is aantrekkelijk voor mensen die er eigenlijk niks te zoeken hebben’.

Mensen zonder klimervaring: bucketlistmensen.

De toestand in één foto. Beeld AFP - Nirmal Purja

Voorlopig hoogtepunt van die emancipatie is de zegetocht van Nirmal Purja, die alle veertien achtduizenders beklom in zes maanden en zes dagen. Geen sherpa, hij woont in Engeland, wel een voorbeeld voor de Nepalezen. ‘Een ongelooflijk staaltje leiderschap en organisatietalent’, zegt Katja, die haar klimervaringen gebruikt als bedrijfscoach en een deel van haar nieuwe boek, Topteams, wijdt aan Purja.

Die maakte dit jaar de beeldbepalende foto: een dodelijk lange rij klimmers, wachtend voor de top. De interpretatie van die foto verschilt. Sander Daems (2019): ‘Wat zijn nou vijfhonderd klimmers, die van over de hele wereld komen?’ Maar de zorgen overheersen.

Katja: ‘We moeten iets doen. Het maximum is bereikt.’ Edmond: ‘Het maakt me pissig, kwaad. Dit kan niet blijven groeien.’ Wilco Dekker (2019): ‘Ik vind: je moet het recht op de Everest verdienen. Met prestaties, niet met geld.’ Peter Boogaard (2016): ‘Je ziet mensen die niet kunnen klimmen. Allemaal aan dat vaste touw – ik heb mezelf uitgeklikt en ben er langsgegaan.’

Wat nu, Everest?

Nepal heeft de regels verscherpt voor een klimvergunning, maar er is niemand die het controleert. ‘Een lachertje’, zegt Edmond. De berg heeft andere belangen. Vrijheid, voor hemzelf. Welvaart voor de Nepalezen.

Dus als ik Katja voorstel om alleen nog klimmers toe te laten die het zonder extra zuurstof kunnen, in alpiene stijl, zegt ze: ‘Hartstikke goed idee. Maar hartstikke slecht voor de sherpa’s, dus wat wil je daaraan doen?’

Alles is uiteindelijk economie – zelfs de hoogste, heiligste berg ter wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden