Opinie

Waarom moeten wij in Nature publiceren?

Open access is leuk, maar wie niet in Nature of Science publiceert maakt veel minder kans op financiering voor zijn onderzoek, betoogt Wilbert Bitter.

Koning Willem-Alexander arriveert bij de uitreiking van de NWO-Spinozapremies, sept. 2014. Foto anp

Jos Engelen, de voorzitter van NWO en daarmee de grootste financier van wetenschappelijk onderzoek in Nederland, is een offensief begonnen tegen publicaties in tijdschriften waar de lezer moet betalen om de publicaties te lezen. Eerst was daar een opiniestuk in VK ("Waarom moeten wij publicaties Nature kopen?") van 2 november en nu komt er een heuse, door NWO gesteunde, wetswijziging die er in de komende jaren voor moet zorgen dat wetenschappers verplicht worden in open acces tijdschriften te publiceren.

no money no funny

Los van de hele discussie over kwaliteit (veel nieuwe open acces tijdschriften schieten de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond en hebben een op zijn minst twijfelachtige publicatiebeleid) en het probleem van de dubbele kosten (in Nederland gaan we de komende jaren dus zowel betalen voor onze publicaties als dat we alsnog abonnementen op Science en Nature nodig hebben om de wetenschap in de rest van de wereld te volgen) wordt eigenlijk een van de belangrijkste vragen nog altijd niet gesteld. Waarom willen Nederlandse wetenschappers in Nature willen publiceren?

Dat lijkt niet voor de hand liggend, de kans op afwijzing is met 98 procent namelijk erg groot en als het wel lukt om door de eerste review ronde heen te komen zijn er vaak vele extra experimenten nodig die soms jaren in beslag nemen. Is het vanwege de prestige, het internationale aanzien of om in aanmerking te komen voor belangrijke prijzen? Nee, gewoonlijk niet. Het antwoord hierop is even simpel als ontluisterend: zonder dit soort publicaties zijn wetenschappers gewoonlijk kansloos om bij organisaties, zoals NWO, financiering te krijgen.

'Niet de echte top'

Deze publicaties zijn derhalve essentieel voor het bestaansrecht van onderzoeksgroepen in Nederland, met name als deze zich op meer fundamenteel onderzoek gericht zijn. De zeer beperkte financiële middelen gaan gewoonlijk naar groepen die veel in Nature/Science publiceren. Zelf heb ik laatst nog een afwijzing van NWO gekregen waarbij letterlijk gezegd werd dat ik weliswaar geregeld in Plos Pathogens en Plos Genetics publiceerde (de hoogste open acces tijdschriften op mijn onderzoeksgebied), maar daarmee nog niet tot de echte top behoorde. Als lid van NWO-wetenschapscommissies ben ik ook betrokken bij toekenning van NWO-geld en ook daar wordt bij de indieners altijd direct gescand op het aantal Nature/Science publicaties en weegt dat argument vaak zwaarder dan de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel.

Dus als Jos Engelen open acces zo belangrijk vindt, dan moet hij ook, en wellicht als eerste, zorgen dat NWO voortaan publicaties in Nature en Science niet hoger waardeert dan de beste open acces tijdschriften. NWO heeft een speciale website over vragen en antwoorden over open acces opgericht, maar hier wordt op geen enkele manier aandacht besteed aan de impact van Nature/Science publicaties op het verkrijgen van subsidies. Kom op Jos, als je open acces inderdaad zo belangrijk vindt, wees dan ook een kerel en begin een revolutie in je eigen organisatie, voordat je de wetenschappers de maat neemt. Je zult zien dat ze dan vanzelf naar je luisteren!

Wilbert Bitter is hoogleraar Medische Microbiologie VUmc en Moleculaire Microbiologie VU