Waarom moet lezen per se leuk zijn?

Bevorder de leesvaardigheid en het leesplezier volgt later, betoogt Sebastien Valkenberg.

'Het is niet de schuld van Vondel, Hooft en Bilderdijk dat jongeren geen lange teksten meer verwerken.' Beeld ANP XTRA

Ik weet niet wat voorspelbaarder is. De bezorgde constatering dat jongeren niet meer lezen, of de beoogde oplossing. Docenten moeten hun leerlingen bijbrengen hoe leuk lezen eigenlijk is. Onlangs publiceerde de Raad voor Cultuur (RvC) De daad bij het woord: ruim 100 pagina’s aan noodklokgeluid. ‘Het aantal leesuren onder Nederlanders neemt al jaren af. (...) In 1975 lazen we nog gemiddeld 6,5 uur boeken per week, in 2011 was dat gedaald naar 2,5 uur.’ Vooral millennials lezen minder.

Allicht hebben de letteren er met Facebook en WhatsApp concurrenten bijgekregen. Maar zelf zijn ze ook schuldig. ‘Het is onaanvaardbaar,’ staat berispend in het rapport, ‘dat een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking zich niet kan herkennen in de literaire producten die er in het eigen taalgebied worden gemaakt.’ De RvC heeft het diversiteitsbeleid inmiddels ook omarmd.

Minder modieus was de volgende analyse. ‘Het belang van boeken lezen kan niet genoeg worden onderstreept.’ Eens. Maar dan: ‘Het begint allemaal met het kweken van leesplezier.’ Dat moet ‘speerpunt’ worden. De inbreng van een bevlogen docent is cruciaal, weten de auteurs.

Dat hebben we eerder gehoord. In 2016 woedde er een polemiekje in nrc.next. Schrijver Christiaan Weijts had de leeslijst gezien van een gymnasiumleerling. ‘Ik schrok me kapot. Tachtig procent ervan kon je voorgoed bij de boekenkasten wegjagen. Elegast, Vondel, Hooft, Bilderdijk…’ Geen wonder dat jongeren geen lange teksten meer lezen.

Truc

Ergo: literatuuronderwijs moet leuker. Maak gebruik van games, suggereerde de RvC, of speel in op populaire series zoals Game of Thrones. Een truc moet het onverteerbare verteerbaar maken. Maar waarom moet literatuuronderwijs lezen leuker maken? Dat eisen we ook niet van de wiskundedocent. Zijn klas hoort de stelling van Pythagoras te kunnen toepassen. Alleen: hier ook nog eens enthousiast over raken? Als een leerling dat heeft, valt het in de categorie mooi meegenomen.

Rekenplezier staat – in tegenstelling tot leesplezier – niet eens in Van Dale. Gelukkig maar dat ‘Leuk!’ geen leidraad is, want vermoedelijk moest Pythagoras dan vrezen voor zijn plek in het curriculum. Hooguit een enkeling kan er de schoonheid van inzien, schouderophalend nemen de meeste leerlingen de lesstof tot zich.

Concentratie van een goudvis

Eerst komt het leesplezier, vervolgens de leesvaardigheid, is de populaire aanname. Vaak gaat het andersom: er is leesvaardigheid nodig om het gelezene te kunnen waarderen. Wijn moet je ook leren drinken. Het is niet de schuld van Vondel, Hooft en Bilderdijk dat jongeren geen lange teksten meer verwerken. Het gaat mis als onderwijskundigen ervoor pleiten jongeren daarmee niet meer lastig te vallen omdat ze de concentratie hebben van een goudvis.

De aanbeveling van de RvC is: ‘Onderzoek hoe het onderwijs effectiever methoden kan ontwikkelen om leesvaardigheid en leesplezier te bevorderen.’ Ik zou zeggen: bevorder de leesvaardigheid en het leesplezier volgt later. Niet noodzakelijkerwijs, maar wellicht.

Sebastien Valkenberg is filosoof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden