COLUMNIbtihal Jadib

Waarom mijn zus niet wil trouwen met een Marokkaan

Beeld Aisha Zeijpveld

Mijn twee zusjes kwamen langs voor een adempauze in de thuisblijfmarathon; even hun vier muren omruilen voor die van mij. Voor het eerst in lange tijd zaten we rustig bij te praten, de een in joggingbroek, de ander met uitgroei. Geheel volgens de coronadresscode.

We kwamen al gauw te spreken over mannen. Beide dames zouden graag willen settelen en die van 28 had zichzelf erop betrapt steeds vaker in voorbijgaande kinderwagens te spieken. De vraag ‘Naar wat voor iemand ben je op zoek?’ kwam ter tafel,  waarna lijstjes met heroïsche eigenschappen werden opgesomd, want zo gaat dat als meisjes fantaseren over die Ene met wie De Toekomst moet worden gedeeld.

De jongste, van 21, schetste een relatie van volmaakte harmonie en ze had een goed doordacht plan om hartzeer te voorkomen. We keken haar meewarig aan en zwegen. Je wil zo’n kind niet onnodig afschrikken en wie weet struikelt ze morgen over een olielamp waarin een wensgeest huist. In een wereld waarin de Amerikaanse president het coronavirus overweegt te bestrijden met een slokje chloor durf ik niets meer uit te sluiten.

Het zusje van 28 staat er heel anders in want zij heeft haar portie hartzeer al binnen: toen ze 20 was kwam ze thuis met een jongeman met wie ze een jaar later zou trouwen en van wie ze weer een paar jaar later zou scheiden. Daar kan ze het nog moeilijk mee hebben, maar, zegt ze dapper, de volgende keer weet ze tenminste waaraan ze begint. ‘En het wordt hoe dan ook geen Marokkaan.’ Op mijn vraag waarom ze haar eigen bevolkingsgroep heeft afgeschreven keek ze me aan met een blik van: ‘Dat begrijp je toch wel?’ En ja, eigenlijk begreep ik dat wel. Mijn zusje is getrouwd geweest met een Surinamer. De Marokkaanse lezers onder u behoeven geen verdere uitleg, de Nederlandse wellicht wel.

Mijn zusje heeft tijdens haar huwelijk geleerd om op te letten waar ze loopt. Als ze met haar man door Amsterdam centrum liep, was dat prima. Osdorp daarentegen was vragen om problemen. De keren dat ze daar door Marokkaanse jongens is uitgescholden voor ‘negerhoer’ en ‘vieze negerslet’ zijn ontelbaar. Zodra ze ergens een groep Marokkaanse jongens bij elkaar zag staan, versnelde ze haar pas. Het maakte weinig uit, de verwensingen kwamen toch wel. ‘Kijk haar met een zwarte.’ Een keer reageerde ze met: ‘Zeg, vind je dat normaal ofzo?’ De jongens schreeuwden terug: ‘Hé hoer, loop door!’ Ze had weinig andere opties, je gaat als stel geen ruzie zoeken met een hele groep. Weer een andere keer was het bijna uit de hand gelopen: de scheldende jongens hadden niet opgemerkt dat mijn vader en oom achter mijn zusje liepen. Toen die hoorden wat er werd geroepen stapten ze woedend op de jongens af. Die begonnen geschrokken hun excuses te maken: ‘Sorry, sorry meneer, we wisten niet dat het uw dochter was.’ Gelukkig is mijn vader doorgelopen, bij thuiskomst kwam de stoom nog steeds uit z’n oren.

Een paar jaar geleden zag ik een aflevering van het programma Kaaskop of Mocro waarin Ajouad El Miloudi aan een socioloog probeerde uit te leggen waarom Marokkaanse jongens zo negatief reageren op Marokkaanse vrouwen met een donkere man. Zijn verklaring kwam erop neer dat het een poging is om ‘onze zusters’ te beschermen. Nou, wat fijn dat zoveel broeders zich hebben ontfermd over mijn zusje. Ze heeft er veel aan gehad.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden