Waarom maken we het Verkeersexamen niet verplicht?

Beeld Studio V

Terwijl ik dit schrijf vindt in Nederland een belangrijk examen plaats. Het Verkeersexamen! Zevendegroepers buigen zich over het theoretische deel, later volgt het praktijkexamen, op de fiets.

Wat het examen precies inhield ben ik vergeten, maar ik herinner me de ontvangst van het verkeersdiploma als een plechtig moment: een blauw omrand, deftig geel blad met bovenaan twee gouden leeuwen. Koninklijk. Het hing ingelijst op mijn kamer, naast mijn zwemdiploma’s. Op die vier documenten was ik trotser dan later ooit op enig diploma. Terecht. Wie in Nederland woont, moet kunnen fietsen en zwemmen.

Helaas kwam mijn diepste wens, een ‘klaar-over’ te zijn, een betrouwbaar kind dat met zo’n imponerend, dwingend opgestoken spiegelei kleuters veilig naar de overkant van een drukke weg loodst, niet uit. Veel te gevaarlijk, vond mijn moeder.

Bange ouders

Het Verkeersexamen bestaat dus nog steeds. De meeste scholen doen eraan mee, maar deelname is niet verplicht. 20 procent van de scholen voert het praktijkonderdeel niet uit. Sommige kinderen kunnen niet meedoen, omdat ze niet eens een fiets hebben. Volgens Veilig Verkeer Nederland komt het steeds vaker voor dat basisschoolkinderen niet kunnen fietsen; heel alarmerend.

Uit angst voor het razende verkeer brengen ouders hun kind overal met de auto naartoe: naar school, sportvelden en vriendjes. Door de drukte in de straat van de school, vol auto’s met draaiende motoren en gehaaste ouders, wordt het daar een gevaarlijke chaos; nog een reden voor ouders om hun kind niet naar school te laten fietsen.

Ik begrijp die bange ouders wel. Ik heb ook te lang gewacht voordat ik mijn kinderen de jungle van het verkeer instuurde. Eén dromerig moment van het kind, één onverhoeds optrekkende auto, één rechts afslaande vrachtauto, één dronken gek op een brommer en je kind is dood. Heb je acht jaar lang gelet op elk gevaar dat overal grimmig loert  het bleekwater in het keukenkastje, het diepe trapgat, het pillendoosje, de vlammen uit het fornuis, het loszittende oog van de teddybeer – en dan zou je kinderen zomaar overleveren aan dit krankzinnige gevaar? No way.

Genant

En toch moet het, fietsen. Niet meteen alleen natuurlijk. Je moet honderd keer meefietsen naast zo’n zwalkend fietsertje, vertellen waarop hij moet letten, wanneer hij moet remmen of zijn hand uitsteken. Tijdrovend, zenuwslopend en bijna altijd uitmondend in ruzie.

Maar als je het niet doet, is de kans dat het misgaat groot. Als ze 12 zijn en naar de middelbare school gaan, willen ze alsnog fietsen. Ze moeten wel, want iedereen fietst. Het is zeer genant om als brugklasser met de auto te worden gebracht of een busabonnement te hebben. Het aantal fietsdoden in Nederland – een kleine tweehonderd, eenderde van alle verkeersdoden  wil maar niet dalen, is zelfs de laatste jaren licht gestegen, en de grafieken vertonen een piek bij 12- tot 14-jarigen.

Op straat zie je waarom. Een jong kind dat wiebelig alleen fietst kijkt meestal ijverig bij elke kruising naar links en naar rechts. Pubers fietsen met zijn vieren naast elkaar op een drukke weg, slingerend, joelend en duwend. Wie alleen fietst is steevast aan het appen. Zulk gedrag kun je beboeten. Meer fietspaden en stoplichten, dat zou ook helpen. Maar ze fietsen ook zo verdomd onhandig.

Waarom zou het Verkeersexamen niet verplicht kunnen worden? Een examen waarvoor je in je vrije tijd oefent en dat je mag herkansen totdat je het haalt? Geen extra taakje voor de leerkracht, maar voor de ouders. Het kost tijd en inspanning, maar dan heb je ook wat: een springlevend, ongedeerd kind.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.