VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Kampen

Waarom Kampen een kliklijn begon tegen corona-overtreders

‘Heren, een winkelwagentje.’

‘Wij ook?’ vraagt Ingmar, ‘want we doen geen boodschappen… ik ben op ronde.’

‘U ook’ – en allebei krijgen we een gedesinfecteerd exemplaar toegeschoven, ‘ja’, zegt Ingmar, in uniform met epauletten, ‘wij ook natuurlijk.’

Zelfs voor een boa is de noodverordening ongemakkelijk: die toenemende waaier aan regels en tegelijk dat beroep op de eigen verantwoordelijkheid. ‘De mensen zijn het wel wat zat’, zegt hij als we slalommen door de supermarkt. Ingmar Weijs is een van de zes boa’s in de stad, ‘de mensen wéten vaak niet dat ze iets verkeerd doen - het is veel uitleggen.’

Boa Ingmar Weijs.Beeld Toine Heijmans

Toch heeft Kampen een corona-kliklijn, ‘meldlijn is een beter woord’, zegt de burgemeester, Bort Koelewijn, op riante afstand in zijn werkkamer. ‘Klikken heeft zo’n lading, en het is maar hoe je ermee omgaat. We willen de mensen serieus nemen.’

151 meldingen, 6 waarschuwingen en 25 boetes: ‘We gaan ernaartoe en we informeren. De tweede stap is een waarschuwing. De derde is een bekeuring.’ Het is geen vorm van burgerjustitie, zegt hij ook, ‘dat is van een heel andere sfeer’.

De burgemeester begrijpt dat de binnenstad van Kampen bestaat uit smalle stegen, soms niet meer dan een meter breed, ‘het is een heel schaakspel hoe je daarin moet opereren als er aan de andere kant iemand anders verschijnt, het is varen tussen Scylla en Charybdis.’ Maar sowieso kwamen van alle kanten burgermeldingen binnen nadat de ‘intelligente lockdown’ een aanvang nam, dus dat kun je, zegt hij, ‘maar beter kanaliseren’.

En hij vertelt over het incident op paaszondag in de Acacialaan, waar men zich bezondigde aan het in groepsverband en in de buitenlucht zingen van het lied Daar juicht een toon – er kwamen meldingen over en de burgemeester constateerde dat het zingen weliswaar op gepaste afstand gebeurde, maar riep de Kampenaren toch op ‘hun verstand’ te gebruiken. Hij zegt: ‘Achter elke melding zit een mens’, en: ‘Ze moeten ons als overheid wel blijven zien als vriend.’

Maar een kliklijn/meldlijn blijft een kliklijn/meldlijn, en dit is een kans eindelijk die ellendige buren erbij te lappen, of die lastige pubers van de overkant. Gaat Ingmar op zo’n melding af, dan zegt hij altijd eerlijk dat er klachten kwamen. En dan krijgt hij terug: ‘Oh, dan weet ik gelijk wie dat zegt.’ Of ze kijken om zich heen, zich afvragend wie de verlinker was. ‘Het idee dat er naar je gekeken wordt’, zegt Ingmar, ‘dat is een nadeel.’

Het voordeel is dat de boa’s weten waar ze moeten zijn.

Mensen klikken graag. Meld Misdaad Anoniem noteerde een toename van het aantal meldingen, ‘de sociale controle is hoger’, zei een woordvoerder op tv, er zijn regels en het wordt ‘simpelweg niet geaccepteerd dat enkelen daar lak aan hebben’.

Waar ik van schrok was het barse, metalen stemgeluid dat ineens de stilte van mijn wijk doorsneed: het kwam uit een politiewagen en corrigeerde buurtbewoners die zich kennelijk – ik zag ze niet – te dicht bijeen bevonden. Waarom moest dat zo? In Amstelveen kreeg de politie een studentenflat in het vizier: 17 boetes, aantekeningen op het strafblad, agenten die door de ramen naar binnen tuurden. Maar hé, zei een politiewoordvoerder: studenten wonen dan wel innig samen, ze zijn geen ‘duurzaam huishouden’ volgens de letter van de noodverordening. 

Inval bij illegale kapper, DeventerBeeld Rens Hulsman

De Gelderlander had een goed verhaal over rücksichtslos op de bon geslingerde jeugd, en zeg er maar eens wat van, in deze tijd. In Deventer werd een kapper ingerekend die illegaal aan het knippen was in een schuurtje. Noodverordening, artikel 2.4; fotograaf Rens Hulman zag een hoop uniformen en opgewondenheid. Die noodverordening is ongrondwettelijk, maar daar stap je in virustijd snel overheen. Minister Ollongren schreef er in de krant een alarmerend vaag stukje over: ‘Ja, er worden nu vrijheidsrechten beperkt. Maar in de manier van beperken, kun je ze tegelijkertijd ook respecteren.’

Uit New York schreef Arnon Grunberg: ‘Soms vrees ik dat de staat vrijheden zal opvreten in naam van de reëel bestaande volksgezondheid. Wie durft tegen de volksgezondheid te zijn?’

De onredelijkheid van het ene moment is de redelijkheid van het andere.

Burgemeester Bort Koelewijn.Beeld Toine Heijmans

Dat weet de burgemeester van Kampen ook, en hij vertelt over het illegale carbidschieten, dat tegen Oudjaar onder voorwaarden wordt toegestaan – hij doet er trouwens zelf aan mee, met twee melkbussen, ‘om de relatie te behouden, om actief het gesprek te zoeken’ – Nederlandser kan niet.

‘Ik vraag me af’, zegt hij tenslotte, ‘of ik vandaag nog die meldlijn zou instellen. Ik heb zelf een broertje dood aan verlinken. Het ging om bewustwording, elkaar helpen met waarschuwen. Inmiddels is iedereen zich de situatie bewust.’

Ook tijdens een viruscrisis is redelijkheid een groot maar kwetsbaar goed.

Lees ook

Opinie: Noodverordening tegen samenkomsten bedreigt onze privésfeer
Het verbod op samenkomsten moet niet voor binnenshuis gelden, daarvoor is het te onduidelijk, zo betogen Jan van der Grinten en Jon Schilder.

Staten hebben de leiding genomen in de coronacrisis. Geven ze die nog wel terug?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden