ColumnKEULEMANS IN QUARANTAINE

Waarom is mijn stoffen mondkapje ineens niet meer goed genoeg?

null Beeld
Maarten Keulemans

Daar liggen ze dan, op een hoopje in een hoek van de keuken. De een met gele bloempjes, de ander met stippen, die van mijn tienerdochter effen zwart. Maar helaas. Sinds anderhalve week mogen stoffen mondkapjes niet meer. Ineens blijken we ‘medische mondmaskers’ te moeten dragen, van die blauwe wegwerpmaskers van de tandarts, zo werd tussen de regels door duidelijk op de eerste persconferentie met Ernst Kuipers.

Geen toelichting, niks. Het was gewoon zo. En waarom? Van die chirurgenmaskers beslaat je bril, vertelt een vriendin, die die dingen iedere dag op moet naar haar werk. Maakt het nou écht zoveel uit wat voor kapje je draagt?

Veel van het denken blijkt geïnspireerd door een recent, enorm experiment in Bangladesh. In zeshonderd dorpen deelden wetenschappers van de WHO maskers uit: soms van stof, in andere dorpen medische maskers. Na afloop bleek in de dorpen met de blauwe chirurgenmaskers – na correctie voor van alles en nog wat – 11 procent minder corona voor te komen. ‘Voor de stoffen maskers vonden we een onnauwkeurige nul’, lees ik in vakblad Science.

Een onnauwkeurige nul! De stoffen kapjes leken wel íéts te doen, maar statistisch ‘kunnen we niet uitsluiten dat ze nul of maar een klein effect hebben’, aldus de WHO’ers. Mooi is dat. Dus ik ben al die tijd naar de supermarkt geweest met voor mijn gezicht een onnauwkeurige nul?

Kop op, dat is Bangladesh, een heel ander land dan Nederland, probeert hoogleraar microbiologie Heiman Wertheim (Radboud UMC) me op te beuren als ik hem over de zaak bel. ‘Ze hebben daar geen volle kroegen’, zegt Wertheim. ‘Ik ben benieuwd wat je zou vinden als je hetzelfde onderzoek hier in Nederland zou uitvoeren.’

Toch zou ook Wertheim, alles overziend, eerder een chirurgenmasker aanraden dan mijn bloemetjesmasker. ‘Ze zijn minder poreus, er zijn spatbestendige versies en ze zijn gemaakt van polypropuleen. Dat is een beetje elektrisch geladen, waardoor het nog meer filtert’, vertelt hij, alsof hij een nieuw soort stofzuiger beschrijft.

Maar zwart-wit ligt het niet. Als hart onder de riem stuurt hij me een boeiende Japanse studie, waarbij men in het lab twee nephoofden tegenover elkaar plaatste, waarna een van de hoofden 20 minuten lang een mist van virusdeeltjes naar het andere hoofd blies. En dan maar verschillende maskers omdoen, en meten.

Uitkomst: of je zo’n hoofd nou een stoffen masker ombindt of een chirurgenkapje, het scheelt ongeveer net zoveel. Of beter gezegd net zo weinig, want wat nog het beste hielp, was de koppen allebei zo’n wit, nauwsluitend N95-masker voorbinden en dat vast tapen – of ze een meter van elkaar zetten.

Enfin. Dus ófwel ze hebben ons twee jaar onprecieze nullen laten dragen, ófwel het is lood om oud ijzer en mijn vriendin loopt nu voor niks de hele dag rond met een beslagen bril. Tijd voor een belletje naar een van de opstellers van het nieuwe advies, hoogleraar infectiepreventie en OMT-lid Andreas Voss (Radboud UMC).

Er speelt hier iets anders, legt die me uit: standaardisatie. Stoffen mondkapjes zijn immers een nogal weids geheel, uiteenlopend van zorgvuldig gestikte meerlaagsmaskers met een membraan erin, tot het ielige bloemetjesmasker dat ik thuis heb liggen. ‘Stoffen kapjes kunnen haast net zo goed presteren als een chirurgisch masker. Het grote probleem is alleen dat ze niet gestandaardiseerd zijn’, zegt Voss.

En nu de veel besmettelijkere omikronvariant rondgaat, halen meer landen de broekriem aan, om in textieltermen te blijven. ‘Het medisch masker is standaard, genormeerd, moet voldoen aan kwaliteitseisen’, vertelt Voss. ‘We zijn in een andere fase van de pandemie. We gaan mondmaskers serieuzer nemen’, zegt ook arts-microbioloog Jan Kluytmans, als ik hem er toevallig over spreek. ‘En dan is het logisch dat je er ook kwaliteitseisen voor gaat stellen.’

Een keuze dus omwille van het scheppen van orde en regelmaat, niet zozeer vanwege een of ander nieuw wetenschappelijk inzicht. Mijn gedachten dwalen af naar iets wat ik laatst las, over de mondkapjesplicht in San Francisco tijdens de grieppandemie van 1918. Toen de plicht op 21 november om 12 uur ’s middags precies afliep, brak er spontaan feest uit op straat. Mensen rukten hun kapjes af, juichten van vreugde, vertrapten hun maskers.

Totdat het griepvirus een paar weken later opnieuw oplaaide. Toen moesten ze weer op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden