Betoog Europese Unie

Waarom is de EU juist in de economisch presterende landen de pispaal?

De EU-landen die steeds als zorgenkindjes de krant halen, schitteren op andere fronten. Om scherpe vragen te stellen en te oordelen moeten algemeenheden en eenzijdige verhalen worden doorgeprikt, betoogt John Morijn.

Bezoekers van een forum over digitale economie in Krakau (Polen) nemen selfies met de robot Sofia (r.). Beeld AFP

Het was een van de vele rapporten uit de Brusselse molen, de euro-indicators van Eurostat van 1 oktober. Maar het was er ook een om bij stil te staan in aanloop naar de Europese verkiezingen van volgend jaar.

Want hierbij een quizvraag: wat hebben de volgende lidstaten van de Europese Unie gemeen: Polen, het Verenigd Koninkrijk, Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Malta? Uw waarschijnlijke antwoord na geregeld krant lezen de afgelopen tijd: gedoe met de EU. Dit zijn immers landen die de EU helemaal willen verlaten (het VK) of waarmee de EU in gesprek is (of wil) over de staat van hun rechtsstaat. Dit zijn de zorgenkindjes. Want nationale stappen terug zetten de hele Europese ­samenwerking onder druk.

Maar daarom stonden ze deze keer niet opgesomd. Deze zes EU-lidstaten staan namelijk (ook) allemaal in de top-11 van landen met de laagste werkloosheid. Polen heeft 3,4 procent werkloosheid, Hongarije 3,7 procent, Malta 3,8, het VK 4,0, Roemenië 4,3 en Bulgarije 5,8 procent (Duitsland en Nederland staan met respectievelijk 3,4 en 3,9 procent werkloosheid ook in de top-10). Prachtige rapportcijfers. Het EU-gemiddelde is 6,8 procent, de eurozone scoort 8,1 procent.

Zorgenkindjes

Kortom: de best presterende lidstaten doen het significant beter dan de gemiddelden. Zorgenkindjes in dit verband: eurozonepartners Frankrijk met 9,3 procent, Italië met 9,7 procent, Spanje met 15,2 procent, en treurige rode lantaren met 19,1 procent: ­Griekenland. Merkwaardig: deze ­landen zijn bijna allemaal langer EU-lid dan de top-10-landen.

Europese integratie is lang ver­dedigd met het argument ‘samen economisch groeien is in ieders belang’. Het politieke hoofddoel van elkaar werkenderweg beter leren kennen en minder snel in de haren zitten werd lang strategisch stil gehouden.

De Europese Unie als waardenunie in plaats van louter als markt werd pas veel later expliciet gemaakt. Het is nu echter door waardenperikelen een hoofdthema geworden. Treffend: Alex Stubb, de Finse oud-premier die zich vorige week kandideerde voor het lijsttrekkerschap van de Europese Volkspartij (de vrijwel zekere leverancier van de volgende Commissiepresident), vatte het doel van zijn campagne in één woord samen: values. Wat van oorsprong impliciet was, ligt nu ­expliciet op tafel.

Spagaat

Dit roept vragen op. Waarom die spagaat tussen economie en waarden? Hoe kan de EU het belang van waardennaleving effectief onderstrepen in lidstaten die het in economische zin ook (of wellicht júíst) wel zonder het volledige waardenpallet kunnen stellen? Slachten we, als we, zoals nu voorgesteld, de verstrekking van EU-fondsen richting die landen koppelen aan waardennaleving, een kip met gouden eieren vanwege de marktlogica die zegt dat we van elkaars succes profiteren? Waarom is die EU trouwens juist in de economisch presterende landen de pispaal?

Maar ook: waarom trekken eurozonepartners als Frankrijk en Italië, die qua waarden (voorlopig) nog binnen de lijntjes kleuren, qua werkloosheid het been maar niet bij? Kunnen zij wat leren van Hongarije en Polen? Moet de EU ook iets doen of laten richting hen?

Er is wat te kiezen. De EU is niet zwart-wit. Om scherpe vragen te stellen en te oordelen moeten algemeenheden en eenzijdige verhalen worden doorgeprikt. Goed om het ook zo als kiezer te benaderen als partijen hun plannen presenteren voor de ­verkiezingen van het Europees ­Parlement van mei 2019.

John Morijn is Universitair Docent EU recht aan de RUG en doet op dit moment onderzoek naar Europees populisme aan het Jean Monnet Center van de rechtenfaculteit van New York University.    

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.