ColumnWitteman heeft iets gelezen

Waarom is dat zoeken naar je stamboom zo extreem populair?

Steeds vaker hoor ik van mensen dat ze op zoek zijn naar hun herkomst. Ze schrapen een paar huidcellen uit de binnenkant van hun wang, sturen die naar een laboratorium, betalen 80 euro, en komen er een paar weken later achter dat ze voor 70 procent Fries, voor 14 procent Deens, voor 12 procent Spaans en voor 4 procent Tunesisch zijn. Tsja. Het is niet écht meeslepende informatie. Bovendien kun je nooit controleren of het waar is. Waarom is het zoeken naar je stamboom zo extreem populair de laatste tijd?

Zelfs in de supermarkt is een blad als Stamboom en familie te koop, zag ik tot mijn verbazing. Er zijn honderdduizenden amateurgenealogen in Nederland, las ik daarin. Onvoorstelbaar veel liefhebbers van wat me een intens saai klusje leek: speuren naar oudtantes en achternichten in stoffige archieven.

Voor beginners ried het blad de zoekmachine wiewaswie.nl aan. Nou, toch maar eens kijken dan. Ik tikte de naam van mijn grootmoeder in. Ze is al zo’n 35 jaar dood, maar ik kan me haar nog goed herinneren. Ja hoor, ze stond erin. En hoe! Met een paar muisklikken had ik een prachtig facsimile van haar geboorteaangifte te pakken, uit 1902, waarin onder andere te lezen viel dat ‘den eersten December des namiddags te 3 uren in het huis staande aan de Bakenessergracht No.26a is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, aan welk kind de comparant de voornamen geeft van Johanna Cecilia’.

Nog een paar muisklikken verder had ik het geboortehuis van mijn oma gevonden, aan een Haarlemse gracht. Het staat er nog gewoon! En daar was de registratie van haar huwelijk in 1923, ook alweer zo’n glashelder facsimile, in het fraaie handschrift van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Ach gos, ze was pas ‘oud twintig jaren, zonder beroep, minderjarige dochter van Nicolaas Hendrik Andriessen. Nog is voor ons verschenen de moeder van de Bruid die verklaarde toestemming tot het aangaan van dit huwelijk te verleenen’.

Er kwamen zeven kinderen van, onder wie mijn vader.

Binnen enkele minuten was mijn minder dan lauwe belangstelling voor stambomen omgeslagen in verhit enthousiasme. Ik zag mijn oma voor me als baby in dat Haarlemse huisje, en als piepjong bruidje met haar elf jaar oudere man.

Nu ook maar even kijken aan de andere kant van mijn familie, mijn grootvader van moeders kant. Ja hoor, ook hij stond erin. Dat wil zeggen, zijn dood, opgetekend door een ambtenaar van de burgerlijke stand. ‘Raphaël Hendrik Endenburg, geboren te Soerabaja in Nederlandsch Indië, wonende te Haarlem, oud drieëndertig jaren, van beroep opticiën; tijdens het transport van Oranienburg naar Lübeck in Duitschland op eenentwintig april negentienhonderdvijfenveertig overleden.’

Ik wist dat natuurlijk, van dat concentratiekamp en zijn vroege dood. Maar niet dat hij amper twee weken voor de bevrijding stierf. Ik moest er, 75 jaar later, toch even moeilijk van slikken. Ik heb hem (uiteraard) nooit gekend: mijn moeder was 6 toen hij ‘niet meer terugkwam uit de oorlog’; maar, zo realiseerde ik me met een huivering: zonder die man was ik er nooit geweest.

Wat deden zijn ouders eigenlijk in Soerabaja? Dank zij wiewaswie.nl weet ik nu hun namen. Ongetwijfeld kom ik er met enig speurwerk achter wat die mensen uitspookten in ‘Nederlandsch Indië’. En nu begreep ik ook de honderdduizenden amateurgenealogen in Nederland. Ook ik wil nu alles weten van mijn stamboom. Niet omdat ík het ben, maar omdat onze complete vaderlandse geschiedenis er zo prachtig van tot leven komt.

Nu alleen nog even Netflix opzeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden