Opinie Vrouwelijke politici

Waarom in Amerika wél meer vrouwelijke politici komen en wat Nederland daarvan kan leren

Je krijgt niet zomaar meer vrouwen in de politiek, je moet ze actief werven en ze trainen, stelt Julia Wouters. Nederland kan daarbij leren van de Amerikaanse aanpak.

Foto Sara Gironi Carnevale

De 28-jarige Alexandria Ocasio-Cortez veroorzaakte eind juni een sensatie. Het lukte de politica uit de Bronx tegen alle verwachtingen in om bij de voorverkiezingen voor de Congresverkiezingen in de staat New York oudgediende Joseph Crowley te verslaan. Ook al was Crowle – blank, man, ervaren – de favoriet van de Democratische Partij en had hij een campagnebudget dat vele malen groter was dan dat van Ocasio-Cortez – hispanic, vrouw en onervaren.

Ocasio-Cortez is niet alleen anders dan traditionele Amerikaanse politici, ze presenteert zich ook op een manier die we totaal niet gewend zijn. In haar campagnefilmpje zie je hoe ze zichzelf voor de spiegel opmaakt en hoe ze op het metrostation haar hakken verwisselt voor comfortabele schoenen. Ze straalt uit: ik ben gewoon. Ik ben net als jij.

Bij de komende tussentijdse Congresverkiezingen in de VS is iets opmerkelijks aan de gang: het aantal vrouwen dat zich verkiesbaar heeft gesteld is groter dan ooit. Ook het aandeel ‘gekleurde’ vrouwen is opmerkelijk. In de staten waar de voorverkiezingen al achter de rug zijn, is 41 procent van de Democratische kandidaten vrouw. Van de kandidaten die het opnemen tegen een zittende kandidaat is bijna de helft vrouw. Alle records worden hiermee verbroken.

Ocasio-Cortez staat symbool voor al die kandidaten die zich ontworstelen aan alle campagnewetmatigheden. Neem Katie Hill (40) uit Californië die openlijk vertelt over haar ongewenste zwangerschap toen ze 18 was. Of Kelda Roys, kandidaat in Wisconsin, die halverwege haar campagnespotje haar baby krijgt aangereikt en onverstoorbaar doorpraat terwijl ze haar kindje de borst geeft. Of M.J Hegar, kandidaat in Texas. De getatoeëerde oud-legerpiloot noemt zichzelf ‘not your typical candidate’. Ze is naar eigen zeggen ‘een stoere moeder, een veteraan en een nogal kleurrijk persoon’.

Toegenomen activisme

Op het eerste gezicht lijkt de toename van vrouwelijke kandidaten het logische gevolg van de woede die het presidentschap van Trump bij veel vrouwen oproept. Dat hun activisme is toegenomen bleek onder meer uit de indrukwekkende opkomst bij verschillende vrouwenmarsen. In november wordt bepaald of Trump zijn Republikeinse meerderheid behoudt. Alle reden dus voor vrouwen om juist nu op te staan.

Maar zo simpel is het niet.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat dat de verkiezing van Trump weliswaar 10 procent méér vrouwen heeft gemotiveerd om de politiek in te gaan, maar op 18 procent van hen juist het omgekeerde effect had: de politiek werd door de komst van Trump onaantrekkelijker. Netto is de politieke ambitie van vrouwen dus áfgenomen.

Dat effect zag je ook na de kandidatuur van Hillary Clinton en Sarah Palin in 2008. Met Clinton, Palin en Nancy Pelosi als vrouwelijke fractievoorzitter van de Democraten, was het aantal vrouwelijke rolmodellen groot. Daarvan zou je een positief effect verwachten.

Maar uit onderzoek in 2011 bleek dat de kandidatuur van Clinton en Palin vrouwen juist had afgeschrikt. Ze hadden het seksisme en de buitenproportionele nadruk op het uiterlijk van de vrouwelijke kandidaten gezien. En dat deed hun politieke ambities geen goed.

De politieke arena is er bepaald niet aantrekkelijker op geworden. En toch zien we dat deze Amerikaanse verkiezingen meer vrouwen dan ooit tevoren de stap zetten en zich verkiesbaar stellen.

Hoe komt dat? En wat verklaart hun succes?

Voor Nederland zijn dat relevante vragen. Maandag is het 100 jaar geleden dat Suze Groeneweg als eerste vrouw de Tweede Kamer in kwam. Sindsdien is het aantal vrouwen in de politiek gestaag toegenomen. Het gaat alleen wel erg traag en de laatste jaren is er zelfs sprake van een afname. Als het gaat om vrouwen in nationale parlementen, is Nederland gekelderd naar de 26ste plaats op de Wereldranglijst van de Inter-Parliamentary Union. In 2014 stond Nederland nog op de 16de plek. Het aantal vrouwelijke Kamerleden is na de laatste verkiezing teruggelopen tot 54 van de 150. Terwijl andere landen het steeds beter doen, gaan wij achteruit. In mijn boek De Zijkant van de Macht, dat ik gisteren uitreikte aan Kamervoorzitter Khadija Arib, ben ik op zoek gegaan naar oorzaken. 

Foto Sara Gironi Carnevale

Uit onderzoeken van de Amerikaanse politicologen Jennifer Lawless en Richard L. Fox blijkt dat onder mannen en vrouwen met precies dezelfde objectieve kwalificaties vrouwen veel minder snel denken dat ze geschikt zijn voor de politiek. Mannen vinden zichzelf ruim twee keer zo vaak ‘zeer geschikt’. Omgekeerd denken twee keer zoveel vrouwen als mannen over zichzelf dat ze ‘volstrekt ongeschikt’ zijn.

Uit hun onderzoek blijkt ook dat de kans dat een vrouw de politiek in gaat verdubbelt wanneer partijleden of activisten ze actief benaderen. Vrouwen hebben dus een zetje nodig. Maar, constateren Lawless en Fox, omdat ze beduidend minder vaak worden benaderd en gestimuleerd dan mannen, blijft veel potentieel onbenut.

Geschikt voor de politiek

Ook in eigen land bleek dat vrouwelijke raadsleden pas over deelname aan de politiek gingen nadenken, nadat iemand anders hen op dat idee had gebracht. (Vrouwenstemmen in de raad van Kennisinstituut Atria, 2016)

De gesprekken met politici die ik voor mijn boek heb gevoerd, bevestigen dat beeld. Verreweg de meesten van hen zijn er door iemand in hun omgeving van overtuigd dat ze geschikt waren voor een rol in de politiek.

Bescheidenheid is een karaktereigenschap die door onze maatschappij hoog wordt gewaardeerd in vrouwen. Wanneer een man van zichzelf zegt dat hij ergens heel goed in is, heet dat zelfvertrouwen. Van een vrouw vinden we al snel dat ze over zichzelf opschept. De bescheidenheid die meisjes al van jongs af aan krijgen aangeleerd, vormt een belangrijke barrière om naar voren te stappen en jezelf ergens geschikt voor te vinden. En als een vrouw daar geen last van heeft en zichzelf wel groot durft te maken, vinden we haar al gauw een kenau, haaibaai of bitch. Dit fenomeen wordt wel het Heidi/Howard-effect genoemd, vernoemd naar het experiment waarin proefpersonen precies hetzelfde cv onder ogen kregen maar met een verschillende naam erboven. Terwijl ze Howard en Heidi als even competent beoordeelden, vonden de proefpersonen Howard krachtig en Heidi zelfingenomen.

Zolang deze rolpatronen onveranderd blijven, zullen veel vrouwen zich bescheiden blijven opstellen en zichzelf minder snel kandidaat stellen

Training en begeleiding

Als je meer vrouwen in de politiek wilt, moet je ze dus actief werven. Maar daarmee ben je er nog niet. Omdat vrouwen zichzelf minder snel geschikt vinden, is het volgens Lawless en Fox ontzettend belangrijk training en begeleiding te bieden om hen over de streep te trekken.

Precies dat is de afgelopen tijd in Amerika gebeurd. Organisaties die vrouwen scouten, trainen, coachen, begeleiden en financieren zijn er de laatste jaren enorm in opkomst. En ook het aantal vrouwen dat aan dergelijke trainingen deelneemt, is na de verkiezing van Donald Trump toegenomen. Met resultaat: vrouwen zaten dit keer niet meer in hun eentje te bedenken waarom ze niet geschikt genoeg waren, maar maakten deel uit van een netwerk waarin ze leerden hoe ze er wél een succes van konden maken. Bovendien kregen ze handvatten aangereikt om met impliciet seksisme om te gaan.

Nederland komt niet eens in de buurt van deze Amerikaanse aanpak. Hier gaan politieke partijen er nog steeds vanuit dat het werven van kandidaten iets is voor verkiezingstijd, en dat een schoenendoos met namen volstaat. En wanneer de resultaten dan weer tegenvallen hoor je: ‘ze zijn er niet’, ‘we kunnen ze niet vinden’ en ‘ze willen niet’. Keer op keer klinkt weer het grijsgedraaide: ‘het gaat uiteindelijk om de kwaliteit’. We hoorden het Mark Rutte zeggen toen hij werd gevraagd naar de samenstelling van zijn ploeg voor Rutte III, en we hoorden het veelvuldig bij de burgemeestersbenoeming van Femke Halsema. Mannen willen er mee zeggen dat het wat hen betreft heus geen vrouw hoeft te zijn. Soms zeggen ze het zelfs om aan te tonen dat zij geen seksist zijn.

Maar het doet er wel degelijk toe wanneer die ‘kwaliteit’ vaker een vrouw is. Adviesorganisatie McKinsey berekende onlangs nog dat meer gendergelijkheid de Nederlandse economie een extra impuls van 114 miljard euro (17 procent) zou geven. We hebben allemaal baat bij meer gendergelijkheid en de politiek is bij uitstek de plek waar besluiten genomen worden die dit kunnen stimuleren.

Als je kijkt naar landen waar de verschillen tussen mannen en vrouwen klein zijn, dan valt onmiddellijk op dat het percentage vrouwen in de politiek er hoog is. Neem IJsland en Rwanda, de landen waar de loonkloof tussen mannen en vrouwen het kleinst is. Het hoge aantal vrouwen in het parlement leidde in IJsland tot beleid dat gendergelijkheid stimuleerde of afdwong. Rwanda heeft in zijn grondwet opgenomen dat 30 procent van alle politieke functie door vrouwen vervuld moet worden. Inmiddels is 61 procent (!) van de parlementsleden vrouw. Voor haar boek Breakthrough: the Making of America’s First Woman President (2016) bestudeerde Nancy L. Cohen talloze internationale onderzoeken. En al die onderzoeken concluderen dat er een duidelijk verband is: hoe meer vrouwen, hoe meer wetten en beleidsmaatregelen die goed zijn voor vrouwen en die gelijkheid bevorderen.

Het aandeel vrouwen in de politiek is dus een belangrijke voorwaarde voor gendergelijkheid in de maatschappij.

Meer vrouwen in de politiek vraagt niet alleen om gerichte initiatieven die ervoor zorgen dat vrouwen zich kandidaat stellen. Het is ook noodzakelijk dat de vrouwen die dat doen meer ruimte krijgen zichzelf te kunnen zijn, net als alle andere van de norm ‘afwijkende’ kandidaten.

Ook in dat opzicht, kunnen we leren van het Amerikaanse voorbeeld. De veelal jonge vrouwen die zich op dit moment verkiesbaar stellen, verbergen niet langer wie ze zijn om zo min mogelijk op te vallen. De politieke trainingen die deze vrouwen hebben gekregen helpen hen bovendien om dat seksisme niet persoonlijk op te vatten. Op die manier doet het geen afbreuk aan hun eigenwaarde en zelfvertrouwen.

De speech van Ayanna Pressley over identiteitspolitiek is daar een prachtig voorbeeld van. Zelfbewust claimt de kandidaat uit Boston, na haar overwinning in de voorverkiezingen, zoveel meer te zijn dan alleen vrouw en zwart. Maar ze zegt ook dat die aspecten van haar identiteit er wel degelijk toe doen. 

Jezelf zijn, vrouw zijn, en succesvol zijn

Hillary Clinton is een voorbeeld van de generatie vrouwen die vooral bezig waren te bewijzen ‘net zo goed’ te zijn als mannen. Ze pasten hun stem, kleding en gedrag aan om zo min mogelijk de aandacht te vestigen op hun anders-zijn en op hun vrouw-zijn. De nieuwe generatie politici heeft daar lak aan. Ze herschrijven de spelregels en doorbreken daarmee de barrière van een wereld waarin mannen nog steeds de norm zijn en vrouwen de afwijking. Ze presenteren zich nadrukkelijk als vrouw, als moeder, als lesbisch, als zwart en stralen uit dat het kan: jezelf zijn, vrouw zijn, en succesvol zijn.

Het Amerikaanse voorbeeld toont aan dat wanneer je vrouwen extra begeleidt, de resultaten indrukwekkend zijn. Het laat zien dat een gerichte inzet werkt.

Het wordt hoog tijd dat we leren van de Amerikaanse aanpak en ook hier werk maken van het werven en begeleiden van vrouwen op weg naar een politieke functie.

Julia Wouters is auteur van De Zijkant van de Macht , Waarom de politiek te belangrijk is om aan mannen over te laten (uitgeverij Balans). Wouters is politicoloog en was elf jaar lang de rechterhand van Lodewijk Asscher als zijn politiek adviseur en speechschrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.