Opinie Zwarte Piet-discussie

Waarom ik begrip heb voor de Friese blokkeerders

Zowel een verbod op, als een volledig eerherstel van Zwarte Piet geeft blijk van ongezond eenheidsdenken. 

Demonstrant steunt 'Friese blokkeerders' voor de rechtbank Leeuwarden, 8 oktober. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

‘Ik ben tegen Zwarte Piet, maar begreep die blokkade van de A7 heel goed.’ Ik merk in mijn ‘gematigd-progressieve’ omgeving dat veel mensen deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid onderschrijven, maar niet uitspreken. Er is momenteel erg veel dédain jegens de Friese blokkeerders. Waarschijnlijk uit vrees dat hoon hen ten deel zal vallen vanwege het politiek-incorrecte ervan. Dat is misschien zo, maar ik vind het een heel begrijpelijk standpunt.

De Zwarte Pietendiscussie zal nog wel even doorgaan. Dat is soms moedeloos makend, maar ook logisch. Voor velen is die roetpiet een goed alternatief. Maar voor velen ook niet. Sommigen willen Piet helemaal weghebben, anderen willen helemaal niks veranderen.

Toch is die verbetenheid van voor- en tegenstanders niet het grootste probleem. Dat is het onvermogen van de landelijke politiek om adequaat met de Zwarte Pietendiscussie om te gaan. Politici hebben een grote verantwoordelijkheid in dit debat, maar ze weten niet welke omdat ze zelf deel van de polarisering zijn geworden. De blokkade van de A7 is vooral een gevolg van politiek onvermogen. De reactie van de Friezen was logisch: als de politiek niet handelt, dan wij maar.

Den Haag heeft een belangrijke politieke voorbeeldfunctie bij maatschappelijke onrust, die uit twee zaken zou moeten bestaan: 1. Duidelijk maken dat morele discussies (zoals de Zwarte Pietendiscussie) de organisatie van een land niet eenzijdig kunnen bepalen, omdat Nederland een pluriform land is. 2. Duidelijk maken dat de politiek een exclusieve rol heeft in het bewaken van de openbare orde.

Al denken voor- en tegenstanders het morele gelijk aan hun zijde te hebben, het geeft hen niet het recht dat gelijk te allen tijde in het openbaar te halen. Soms gaat de openbare vrede voor het innerlijke geweten. Een demonstratieverbod is heus niet het einde van de rechtstaat, slechts een teken dat rechten niet absoluut zijn maar altijd geïnterpreteerd moeten worden.

Politici durven dit niet met zoveel woorden te zeggen, uit vrees als vijand van de rechtstaat te worden gezien. Maar zij, en niemand anders, zijn verantwoordelijk voor die openbare orde. Het is dus een groot goed als zij doelmatig en verstandig met dat mandaat kunnen omgaan.

Je kunt als burgemeester dus persoonlijk tegen Zwarte Piet zijn, maar wel een demonstratie van betogers verbieden. Je bent niet automatisch een racist als je die demonstratie verbiedt, noch een tegenstander van de rechtstaat. Aan vrede is elke morele discussie secundair – en daarmee pleit ik niet voor een politiestaat.

Maar juist in deze tijd van dagelijkse ophef en moreel geruzie is bestuurlijk fingerspitzengefühl van groot belang om de maatschappelijke orde te onderhouden. Het zijn doorgaans uitzonderingssituaties die zorgen voor een beroep op handhaving van de openbare orde. Vooralsnog wonen we in een vredelievend land.

De discussie over Zwarte Piet mist dit cruciale onderscheid tussen politiek handelen en morele discussies. Het politieke perspectief gaat niet over de vraag of Zwarte Piet ‘racisme’ of een ‘Hollandse traditie’ is, maar over de bestuurlijke omgang met de maatschappelijke ontwikkeling van het Sinterklaasfeest, waarin de racismediscussie de laatste jaren een belangrijk aspect is.

Het morele kissebissen heeft het politieke handelen totaal overklast. Zowel voor- als tegenstanders vinden dat hún perspectief doorgevoerd moet worden. Een naïeve en in de grond tirannieke opvatting. Het is kolder te geloven dat jouw morele oordeel het politieke landschap volledig zou moeten bepalen, in dit geval dat alle Nederlandse gemeenten zo snel mogelijk Zwarte Piet zouden moeten laten vallen of in ere zouden moeten herstellen. Ter linker- en ter rechterzijde bestaan dezelfde absolutistische stellingnames. Tussen de ‘Zwarte Piet is racisme-beweging’ en de Zwarte Pietenwet van de PVV is weinig verschil. Beide zijn een product van een ongezond eenheidsdenken.

Helaas is de nationale politiek de grootste producent van eenheidsdenken. Het benadrukken van multiculturalisme wordt sinds Fortuyn als politiek-correcte doodzonde gezien. Met die relativerende ideologie kun je in Den Haag niet meer aankomen. Ziedaar de trieste ironie in de Nederlandse cultuuroorlog. Zowel de grootste tegenstanders in de Zwarte Pietendiscussie als de politieke elite verwerpen het multiculturalisme. Het is hun eigen standaard die tot normaliserende verhoudingen moet leiden, van het Wilhelmus als lied van de sociale cohesie tot een oproep tot collectief neokoloniaal schuldbewustzijn.

Maar Nederland mag dan een nationale eenheidsstaat zijn, in feite is het nog steeds een veelstromenland met verschillende tradities en gebruiken. Gelukkig maar. Het zou politici en bestuurders sieren weer eens werk te maken van de kracht van deze pluriformiteit. Dat betekent helemaal niet dat de meerderheid tegen verandering is en niet wil luisteren naar goede argumenten. Onzin, er zijn zoveel mensen die al anders tegen Zwarte Piet aankijken. Het Sinterklaasfeest zal overal veranderen. Als je dat niet wilt geloven, ben je een pessimist. Of als je daar het geduld niet voor hebt, een morele revolutionair.

Maar laten we intussen de lieve vrede bewaren. Daarvoor moeten we de morele discussie veel scherper scheiden van de politieke verantwoordelijkheid ons pluriforme land goed te beheren. Want zo gauw moraal niet meer van politiek te onderscheiden is, of politiek van moraal, is de cultuuroorlog niet ver meer. 

Gerard Drosterij Beeld RV

Gerard Drosterij is politiek filosoof en eigenaar van Slow Politics.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden