Opinie

Waarom houden we zo krampachtig vast aan parlementaire democratie?

Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?

PvdA leider Diederik Samsom tijdens het Tweede Kamerdebat. Beeld anp

Actrice Victoria Koblenko tweette vlak voor de stembusgang voor het referendum over het associatieakkoord dat we in het verdrag met Oekraïne 'exact dezelfde militaire passage' hebben opgenomen als met Rusland. Journalist Jort Kelder schreef: 'Bij twijfel art. 453 lezen', en tweette een fragment uit de verdragstekst: 'Geeft politici alle ruimte om met miljarden te smijten. Wilt u dat?'

Op universiteiten werden debatten gehouden over het referendum en op een hogeschool leerden studenten over de gevolgen van het verdrag. Niet vaak wordt er zo inhoudelijk en door zoveel mensen gedebatteerd over concreet beleid.

Het is even wennen, en het referendum heeft natuurlijk de nodige kinderziekten. (Het is onhandig dat Nederland al heeft getekend, en dan zeggen leden van het Burgercomité EU ook nog eens dat het ze helemaal niet om Oekraïne te doen was.) Maar dat actrices, wetenschappers en journalisten met elkaar in debat gaan over geopolitiek tekent wel hoe hoog een referendum het publieke debat kan opstuwen.

Toch waren veel mensen ontevreden. 'Dan word je een soort bananenrepubliek die niet meer serieus wordt genomen,' zei werkgeversvoorzitter Hans de Boer nadat het nee-kamp een meerderheid had gehaald. Op Twitter zei een journalist dat referenda moeten worden afgeschaft omdat ze anders worden gekaapt door 'reactionaire dorpsgekken'. En vaak klonk ook het zo bekende 'het is niet aan mij om daarover te beslissen, daar hebben we de Tweede Kamer toch voor?'

Dan schreef Bert Wagendorp nog in zijn column voor deze krant dat het 'een fakedebat' had gescheeld 'en een hoop verloren tijd' als de benodigde handtekeningen voor het referendum niet waren gehaald.

Het toont hoe we door onze gewenning aan het parlement uit het oog zijn verloren waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat. Of een strijd tussen meningen onder vijandige banieren - vrij naar de liberale denker John Stuart Mill.

Willem van Ewijk.

En dan het liefst ook nog een debat waarin die vijandige partijen zo veel mogelijk informatie met elkaar uitwisselen, zoals dat gaat in de deliberatieve democratie. Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer allang niet meer in uitblinkt. Er worden wel debatten gevoerd, maar de meest aansprekende gaan vaak over de vraag of een minister van Veiligheid en Justitie nu wel of niet moet aftreden, en niet over het beleid zelf.

In een democratie geldt: eerst debat, dan pas compromis. Nu lijkt het compromis al te worden gesloten voordat er überhaupt verkiezingen of brede debatten zijn gehouden.

Een klein groepje partijleden dat een dichtgetimmerd en ingewikkeld partijprogramma bekrachtigt. Minder dan 2 procent van de Nederlanders is lid van een politieke partij en toch zien partijen zichzelf nog als een van de belangrijkste aanjagers van het publieke debat en lijkt het alsof anderen, zoals de initiatiefnemers van het referendum, geen plek hebben op de agora: het kabinet had de kans om een discussie over de Europese Unie te voeren, maar besloot zich lang afzijdig te houden in de hoop dat het referendum niet te veel aandacht zou krijgen.

Nu we hoger opgeleid zijn en we op het internet wel tien kranten tegelijk kunnen lezen, liggen er kansen voor het democratisch debat die de parlementaire democratie niet meer heeft.

We zullen een manier moeten vinden waarop denktanks en maatschappelijke organisaties de politieke partijen een handje kunnen helpen in hun beleidsvorming, zonder dat zij daarvoor in de achterkamertjes van lobbyisten moeten verzanden.

En met het referendum zagen we al een beetje hoe dat moet. Het comité Stem Voor Nederland met Michiel van Hulten, Joshua Livestro van onlineplatform Jalta, het bij vlagen satirische weblog GeenStijl, het Forum voor democratie van Thierry Baudet: allemaal stortten ze zich op het publieke debat over het associatieakkoord. Al gauw kregen ze universiteiten en buurtcentra mee. In plaats van over de vraag of Samsom wel met de VVD moest gaan besturen en of Wilders wel of niet moest meeregeren, ging het over een verdrag, handelsbelangen, mensenrechten en corruptie. Het doet denken aan de democratische experimenten met politieke clubs en volksvergaderingen die in de 19de eeuw voor grote veranderingen zorgden.

Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie? Waarom zouden we ons bij het volgende referendum niet allemaal in het debat storten? Tussen de nee-clubjes van diverse pluimage zou inmiddels zelfs oer-Hollands worden gepolderd, klonk het donderdag, toen Baudet in praatprogramma Pauw zei dat hoogleraar Paul Cliteur, Peter van Ham van instituut Clingendael en Harry van Bommel van de Socialistische Partij samen een manifest gaan opstellen om premier Rutte mee te geven naar de onderhandelingen in Brussel.

Rechtse wetenschappers en activistische socialisten slaan aan het polderen, ook dat weten burgers inmiddels zelf te organiseren. Als dat geen democratie is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden