Column René Cuperus

Waarom het politieke midden niet radicaal moet zijn, maar degelijk en betrouwbaar

Er zijn, even afgezien van ­‘Otten-gate’, grofweg twee ­manieren om te reageren op de nationaal-populistische opstand die de gevestigde orde nu al jarenlang teistert. De ene reactie is meehuilen met het populisme. Kritiekloos achter ‘de stem des volks’ aan lopen. Dicht tegen het geluid van het nationaal-populisme aan kruipen. Dit is de methode ‘Rutte in campagnestand’. Wanneer onze ­premier transformeert in VVD-partijpoliticus en ‘Pleurt op’ roept tegen onaangepaste minderheden of raddraaiers zelf wel in elkaar zegt te ­willen slaan. Campagne-machismo uit electoraal-opportunische berekening. Meer lippendienst dan ­serieuze beleidsreflectie.

Het is enigszins vergelijkbaar met de schijnbewegingen van Klaas ­Dijkhoff. Die als de hitte in de VVD oploopt even snel een corrigerend interview aan De Telegraaf geeft of in een weekendje haastig een koers­wijziging voor de VVD op papier zet. Dit in reactie op de verkiezingswinst van Forum voor Democratie bij de provincialestatenverkiezingen. ‘We richten ons voortaan niet op de multinationals, maar op het mkb. Niet op de tandarts, maar op de tandarts­assistente.’ Panische marketing-­interventies zonder veel diepgang.

Dan is er die andere reactie vanuit de gevestigde orde. Populisme wegzetten als het nieuwe fascisme of op zijn minst als feitenvrije opstand van verwende burgers in een van de gelukkigste landen ter wereld. Die reactie negeert elk onbehagen en verdedigt het establishment all-out. De elite moet leiderschap tonen, wat betekent: doorgaan op de ingeslagen koers. Meer Europa. Voort met migratie en diversiteit. Vooroplopen met klimaataanpassing en energietransitie. Trotseer de weerstand van andersdenkenden, en met name die van de ‘deplorables’, zij die niet beter weten.

Deze respons houdt zich blind en doof voor de nieuwe fricties in de ­samenleving, ontstaan rondom ­migratie, internationalisering en de digitale kenniseconomie, en waarop de nationaal-populistische opstand nu juist een riskante reactie is.

Tegen deze achtergrond mogen we blij zijn met de wederopstanding van het ideologisch debat binnen het CDA. Deze klassieke volkspartij voldoet daarmee aan haar dure plicht antwoorden te vinden op de politiek-maatschappelijke krachten die op de middenpartijen inbeuken. En die de sociale samenhang in onze samenleving ondermijnen.

Het CDA pakt dit diepgaander en serieuzer aan dan de VVD, getuige ­alleen al de studie Het Midden. De ­middenklasse als morele kern van de ­samenleving van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Er is dus meer aan de hand dan alleen een afrekening met partijleider Buma, de nieuwe burgemeester van Leeuwarden. Die helde in zijn roemruchte Schoo-lezing misschien iets te grof over naar meehuilen met de boze ­populistische burger. Zijn tegen­strevers, die via Trouw hun manifest Verandering en vertrouwen lanceerden, hellen weer te veel over naar de tweede respons, waarin het wereld- en toekomstbeeld der academische professionals wordt verkocht als ­‘leiderschap van het midden’.

De opponenten van de koers-Buma kiezen radicaal voor meer ­Europa, meer diversiteit en de totale omwenteling van de energietransitie. Zij keren zich tegen de boze burger en diens verdedigers, en bepleiten voor het CDA een terugkeer naar het ‘radicale midden’.

Juist daarin schieten de CDA-­professoren door. Uit de CDA-studie en eerder het Oeso-rapport Under Pressure. The Squeezed Middle Class blijkt dat de middengroepen fors ­onder druk staan. Zij zijn niet boos, maar wel bezorgd over de toekomst. In plaats van radicale veranderingen (ook niet die van nationaal-populistische volksophitsers) zoeken zij zekerheid. Enige sociaal-economische en culturele continuïteit.

Dat is wat middenpartijen burgers minimaal moeten bieden, als antwoord op de uitdaging van het nationaal-populisme. Ook juist de ­lagere middenklasse die nauwelijks meer wordt vertegenwoordigd in traditionele partijen, kerken of maatschappelijke organisaties. Geen radicaal midden, maar een ­degelijk en betrouwbaar midden.

Dat betekent leiderschap niet alleen tegen de nationaal-populisten, maar evenzeer tegen het gelddronken internationale bedrijfsleven. ­Tegen belastingontduikers en -ontwijkers, die onze solidaire verzorgingsstaat kapotmaken. Leiderschap ook ten opzichte van Europese technocraten die, ongehinderd door beslommeringen van nationale democratie en cultuur, hun richt­lijnen over ons denken te kunnen uitstorten. En leiderschap ten opzichte van niet-westerse migranten die niet-westers willen blijven. Dus geen radicaal midden, maar een midden dat zichzelf verdedigt en versterkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden