Verslaggeverscolum in Amsterdam-Zuidoost

Waarom het opsluiten van kinderen door de politie normaal is geworden

Beeld de Volkskrant

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie. 

Mijn zoon zit in zijn cel. Hij draagt een papieren gevangenisbroek en hygiënische zwembadsloffen – zijn eigen broek heeft koordjes, dat is onveilig. De eenzaamheid is adembenemend, net als de onduidelijkheid. Hij is gefouilleerd en de hulpofficier heeft een papier achtergelaten met zijn rechten. Mijn zoon heeft geen idee.

Bijna zeven uur blijft hij opgesloten in het basaltachtige cellencomplex. Daar treedt voor hem het justitiële apparaat in werking: agenten, bewaarders, de officier, de advocaat, de rechercheurs. Tegen etenstijd krijgt hij boterhammen met kip. Als hij moet plassen escorteert een cipier hem naar de wc.

Derveld, de agent die hem arresteert, is onduidelijk als ik hem spreek door de telefoon. Dit is ‘het proces’, zegt hij, nodig vanwege ‘het signaal’, maar ‘persoonlijk hou ik er niet van kinderen in de cel te zetten’. Ik mag niet naar het cellencomplex komen. Als ik later opnieuw bel en zeg dat het mijn wettelijk recht is bij mijn zoon te zijn, drukt Derveld me weg. ‘Ik ga dit gesprek nu beëindigen. Succes!’

Mijn zoon is dertien. Hij heeft koekjes gestolen in een supermarkt, en twee drankjes. Niets om te bagatelliseren.

Het is een kleine gebeurtenis in de grote stad, die ons evengoed verbluft achterlaat.

Aanvankelijk denk ik dat Derveld te enthousiast is bij de arrestatie. Hij had ook voor een proces-verbaal kunnen kiezen, of de wijkagent thuis langs kunnen sturen, genoeg om een tiener ‘het signaal’ te geven. Maar de wijkagent is uit Nederland verdwenen en dit is lik op stuk. Het urenlang opsluiten van kinderen is beleid.

Ze doen dit ook, zegt later de advocaat, vanwege ‘de excessen’. Agenten krijgen dagelijks criminele jeugd voor de kiezen, dat stompt af. En als het justitiële systeem in werking treedt is er geen weg terug, ook al werkt het averechts.

We wachten in de cel. Het zoemen van de luchtververser. Agenten en bewaarders die ik vraag wat er te gebeuren staat halen hun schouders op. Het is een passantencel, zachtgroen met houten langsbanken. Af en toe gaat de deur met een groot lawaai van het slot. Stappen drie agenten binnen: ‘meneer, uw halfuur bezoektijd zit erop’. Als ik bezwaar maak op grond van de wet, vertrekken ze boos. Een nieuwe delegatie: ‘meneer, u moet weg en hij gaat naar boven’. Wat is boven? ‘Naar zijn cel.’ Ik maak opnieuw bezwaar. Ze komen niet terug.

Wat me treft is het lethargisch machtsvertoon. De doffe onverschilligheid van het systeem, en van de mensen die het draaiende houden. Zeven uur lang. Niemand gaat even op de hurken voor mijn zoon. Ze zien zijn tranen niet, uit professionaliteit. 

Het is nog lastig een strenge vader te blijven op deze manier.

Iemand kondigt een advocaat aan. We weten niets van een advocaat. Maar hij is er: mr. Ralph Takens, een goede, ervaren strafpleiter gespecialiseerd in georganiseerde criminaliteit, vrouwenhandel, mensensmokkel, drugshandel, moord, doodslag, vermogensdelicten en jeugd.

Het cellencomplex. Beeld Toine Heijmans

Hij heeft piket en geeft mijn zoon een ‘spoedcursus strafrecht’ – dat is wettelijk verplicht. Dit is bloedserieus, dringt tot me door. Ralph legt kalm uit dat het opsluiten van kinderen normaal is geworden. Het is de werkelijkheid waarin hij werkt. En mijn zoon is verdachte. Gelukkig is hij ‘schoon’: een first offender – met wat mazzel komt hij onder een strafblad uit.

Ik maak een lijstje van de mankracht die is ingeschakeld om mijn zoon te straffen voor het stelen van de koekjes. Ik reken uit wat het kost. Ik denk aan de extra agenten die dit kabinet toezegt en aan het werk dat ze gaan doen, het protocollenmonster dat ze dienen.

Iedereen die zich vandaag met mijn zoon bemoeit, denk ik, was gelukkiger geweest met het vervolgen van de drugsdealer in mijn straat. Maar die laat zich niet eenvoudig pakken.

Door deuren met sloten naar verhoorkamer 2, waar rechercheurs in burger wachten. Charlotte stelt vragen die ze opleest van een scherm. Jeroen typt de antwoorden in het systeem. Een ongemakkelijk salvo, puur protocol. Hoe is de band met je ouders? Ben je verslaafd? Heb je seks? Heb je een aandoening van psychische aard?

Het cellencomplex. Beeld Toine Heijmans

Terug in de cel. Nog eens anderhalf uur. Dan laat iemand hem vrij. Niemand wil vertellen hoe het nu verder gaat.

Bij de autoriteiten probeer ik te achterhalen wat het beleid is inzake het opsluiten van minderjarigen, en hoe vaak het gebeurt. Woordvoerder OM: ‘Ik kan u die juridische uitleg niet geven. Succes ermee.’ Woordvoerder politie: ‘De bevoegdheden die wij hebben staan omschreven in het wetboek.’ Woordvoerder ministerie van Justitie: ‘De rol van de politie wordt uitgevoerd conform het werkproces Jeugdige Verdachten.’

Iedereen onverschillig. Behalve de manager van de supermarkt waar mijn zoon de koekjes stal. Die belde de politie in de hoop op een donderpreek. Niet op een strafproces.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.