Opinie Haags mediabeleid

Waarom het Haagse mediabeleid faalt

Het automatisme waarbij ieder nieuw kabinet de ­publieke omroep wil reorganiseren, moet stoppen, betoogt oud-topambtenaar Harry Kramer.

In de talkshow Pauw debatteren FVD-voorman Thierry Baudet en VVD-leider Mark Rutte met elkaar aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Beeld ANP

Recentelijk zijn de voornemens van de regeringspartijen voor de publieke omroep bekendgeworden. Die betreffen de ­reclame op de publieke zenders, de ­ledenaantallen en NPO3. Onduidelijk is welke problemen hiermee worden ­opgelost, wel duidelijk is dat de echte problemen van het mediabeleid buiten beeld blijven.

Geen aandacht voor machtsmisbruik

Hoofdprobleem in de huidige informatie- en mediawereld is hoe de publieke informatievoorziening op orde blijft. (Machts)misbruik van sociale media en internet en de macht van grote techbedrijven zijn momenteel de belangrijkste (internationale) kwesties in het publieke debat. Maar in de coalitieplannen wordt er met geen woord over gerept. Er worden enkel vragen uit de jaren 90 herkauwd.

In de nota ‘Publieke omroep in ­Nederland’ van minister d’Ancona uit 1991 waren die actueel, omdat door de komst van de commerciële omroep de publieke omroep zich moest herpositioneren. Meer dan 25 jaar later dient een serieus mediabeleid zich te baseren op een goede analyse van de informatieproblematiek en de risico’s voor samenleving en democratie. Daarna is aan de orde welke positie een publieke omroep – en de pers en andere informatiebedrijven – in het medialandschap moet innemen en hoeveel dat moet kosten. Zo’n analyse ontbreekt. Het ­mediabeleid is verbleekt tot de financiering en interne organisatie van de ­publieke omroep.

Reclamebeleid 

Mijn tweede kanttekening betreft het voorstel reclame te weren tot acht uur ’s avonds. Het knipperlichtbeleid van de overheid (Dekker: meer reclame-inkomsten genereren, Slob nu: minder reclame) is om tureluurs van te worden, maar los daarvan: uit herhaald onderzoek blijkt dat kijkers geen moeite hebben met reclame op de publieke omroep. Die betekent evenmin concurrentievervalsing voor de commerciële omroep. De markt voor tv-reclame is sinds de komst in 1992/3 met bijna 1 miljard euro gegroeid, het aandeel van de publieke omroep is gelijk gebleven (lange tijd omstreeks 200 miljoen). De verliezen van de laatste jaren zijn veroorzaakt door het mislukte verkoopbeleid van de Ster, niet doordat de reclamemarkt als geheel terugliep. Wie in publieke online­reclame marktverstoring ziet, vreest blijkbaar de concurrentie die de publieke omroep in Nederland Google cum suis zou kunnen aandoen.

Opvallend is dat de overheid van de 60 miljoen euro wegvallende reclame-inkomsten 40 miljoen zou moeten compenseren. Met deze compensatie wordt dan in feite 40 miljoen uit de overheidskas overgeheveld naar de commerciële omroepen (150-200 miljoen voor een geheel reclamevrije publieke omroep). De resterende 20 miljoen euro zou uit de extra programmavergoedingen van Ziggo en KPN moeten komen, een onhaalbaar inverdieneffect, dus een bezuiniging op het publieke media-aanbod. Voor die 40 miljoen zal in de jeugdhulpverlening of in de rechtspraak ongetwijfeld een betere bestemming te vinden zijn.

Organisatie

Tenslotte de organisatie. Het gesjoemel met lagere ledendrempels voor omroepen verzwakt het fundament van het publieke bestel en leidt op termijn tot een smalle marktaanvullende staatsomroep; de integratie van de NOS en de NTR levert niets op (zie de ­fusies van de omroepen) en de regionalisering van het derde net is het beste te begrijpen als opmaat naar opheffing.

Het automatisme dat met de komst van een nieuw kabinet er een reorganisatie van de publieke omroep komt, moet stoppen. Daarmee valt in Hilversum niet te werken. Minister Slob moet de bestuurders ertoe zetten de samenwerking tussen de NPO en de omroepen te verbeteren. De overheid moet voor (financiële) stabiliteit zorgen. Dan ontstaat in Den Haag weer ruimte en tijd om een toekomstbestendig mediabeleid te ontwikkelen.

Harry Kramer was directeur Media, Letteren en Bibliotheken van het ministerie van WVC/OCW van 1988-2004.

Lees verder wat we eerder schreven over het Nederlandse mediabeleid:

De publieke omroep mag in de toekomst geen reclameblokken meer uitzenden voor acht uur ‘s avonds. Het derde net, NPO 3, moet veranderen in een zender gericht op de regio en omroep Powned zal naar verwachting weer uit het publieke bestel verdwijnen door een gebrek aan leden.

Het kabinet gaat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) hervormen. De coalitiepartijen zouden daarover een akkoord hebben bereikt. De drie publieke zenders worden tot 20.00 uur reclamevrij, jeugdzender NPO 3 gaat grotendeels programma’s van regionale omroepen uitzenden en de ledengrens voor het publieke bestel gaat naar 50 duizend. Wat vinden experts hiervan?

NPO 1, 2 en 3 raken overdag hun reclamespotjes kwijt. Wie profiteren van al dat advertentiegeld dat niet naar de NPO gaat? En hoe belangrijk zijn de tv-commercials eigenlijk nog?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden