Column Koen Haegens

Waarom heeft het grootbedrijf uitgerekend in deze rechtse tijden geen vrienden?

Het is moeilijk medelijden te hebben met iemand die afgelopen jaar een bruto recordwinst van 255 miljard euro heeft gemaakt. Toch zal het Nederlandse bedrijfsleven zich eenzaam voelen. Shell, Unilever, ING: ze zijn de ultieme zondebok geworden. Zaterdag maakte ook premier Mark ‘tot in mijn diepste vezels’ Rutte het uit. Met opgestroopte mouwen opende hij de aanval op de ‘grotere’ bedrijven. Gaan de salarissen de komende tijd niet eindelijk flink omhoog, dan dreigt Rutte de voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting af te blazen.

De reacties zijn verkrijgbaar in twee smaken. Typisch Rutte, de kameleonpremier die met alle winden meewaait. Of: net goed, dat werd tijd. Toch schreeuwt het feit dat zelfs de aanvoerder van de VVD zich te buiten gaat aan de nieuwe vaderlandse sport van multinational bashen om een diepere analyse. Natuurlijk zal Rutte zijn dreigement niet waarmaken. Maar hoe kan het dat het grootbedrijf uitgerekend in deze niet bepaald linkse tijden geen vrienden meer heeft?

Die vraag oogt absurd, gezien de enorme invloed van werkgeversorganisatie VNO-NCW in Den Haag. Kabinetten komen en gaan, maar die lobby aller lobby’s blijft onverminderd effectief. Met een beroep op het vestigingsklimaat zijn jarenlang wetten gemaakt en gebroken. Alleen: dat is geen vriendschap. Dat zijn dreigementen. Gezien het fiasco rond de afschaffing van de dividendbelasting (die er niet kwam) en de CO2-taks (die er wel kwam) beginnen die bovendien sleets te worden.

Wat ontbreekt, is een overtuigend verhaal dat uitlegt waarom het grootbedrijf onmisbaar is voor onze samenleving. Cynischer gezegd: een ideologie die alles wat krom is recht praat. Die was er wel. In de naoorlogse decennia waren rechts én links overtuigd van de superioriteit van grote ondernemingen. Die zouden efficiënter zijn dan hun kleinere concurrenten, innovatiever en productiever. Zelfs antikapitalisten zagen er de voordelen van in. Zulke giganten, dat nationaliseert wel lekker na de revolutie.

Dat is voorbij. Het huidige liberalisme is verzot op ondernemingen, maar dan vooral die uit de boekjes. De ‘slager, de brouwer of de bakker’ van Adam Smith bijvoorbeeld, of de limonadekraampjes die steevast opduiken in introductiecursussen economie. Het reëel bestaande grootbedrijf - dat start-ups opslokt, kartels tracht te vormen, belasting ontwijkt – past niet in dat ideaalbeeld.

Het lijkt een kwestie van tijd voordat dit ideologische gat gevuld wordt. Persoonlijk zet ik mijn geld in op het verhaal over grote bedrijven als ‘nationale kampioenen’. Onmisbaar voor de BV Nederland nu het staatskapitalisme oprukt. Liefst opgediend met een stevige scheut chauvinisme: ‘Nu kunnen wij hier wel met het vingertje wijzen naar bonussen en belastingen, maar de Chinezen...’

De handelaar in ideeën die bereid is dit evangelie in Nederland op te tuigen en te verkondigen, moet zijn ziel verkopen. Daar staat een comfortabel gegeven tegenover. Het grootbedrijf heeft, als het loyale vrienden betreft, niet de naam te kijken op een paar centen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden