Column Sylvia Witteman

Waarom hebben Japanners geen eigen woord voor ‘boerenjongens’? Hebben ze daar soms geen boeren?

IJsjes zijn óók slecht voor het klimaat, las ik in de krant. Omdat ik een slecht mens ben kreeg ik meteen enorme zin in een bolletje boerenjongens.

‘IJs zoals wij het nog maken’, pocht de gevel van de ijsboer om de hoek, een van de zwakzinnigste slogans aller tijden, want wat betekent dat? Niets. ‘IJs zoals alléén wij het nog maken’, ja, daar gaat een wervende werking vanuit, maar dit? Ik las de krant uit zoals ik de krant nog uitlees en fietste zoals ik nog fiets, naar die ijsboer, voor zo’n planeetverwoestend ijsje vol suiker, melk, drank, van huilende kindertjes afgepakte rozijnen plus brandende regenwouden zover het oog reikt.

Achter de toonbank stond een meisje met een Aziatisch voorkomen. De tijden zijn voorbij dat men zo iemand gemakshalve ‘een Chinees’ noemde: wie in een stad vol toeristen woont, leert allengs onderscheid te maken tussen Chinezen, Japanners en Koreanen, net zo goed als tussen Denen en Duitsers, of Russen en Polen. Dit meisje leek me Japans. Ze keek beduusd naar al die vrolijk gekleurde ijsbergen. Misschien was het haar allereerste werkdag.

‘Een bolletje boerenjongens alsjeblieft’, zei ik. Daar schrok ze een beetje van. ‘I’m sorry, which one?’, vroeg ze en wees met een dun vingertje: appel-kruimel, passievrucht, bloedsinaasappel, walnoot-vijg, rabarber... Zelf zag ik die boerenjongens ook niet in een oogopslag tussen al die overdaad. ‘Boerenjongens...’, herhaalde ik stupide, terwijl mijn ogen verder zochten.

‘I’ll do it’, sprak de jongen naast haar. Hij schoof haar voorzichtig opzij en schepte mijn ijs in een hoorntje. ‘Farmer boys’, zei hij lachend tegen het Japanse meisje. ‘In Dutch we call this flavour ‘farmer boys.’’ Het arme kind keek nog beduusder dan tevoren. Ook ik begon te piekeren over die naam. Wat is er boers aan rozijnen? Druiven (want dat zíjn het tenslotte) groeien hier niet eens. In mijn jeugd heette zulk ijs trouwens ‘Malaga’, wat al meer ter zake is.

Het Japanse meisje keek naar het ijs met de rare naam en priegelde op haar telefoon. Was dat schaapje nu ‘boerenjongens’ aan het opzoeken? Ook zelf tikte ik ‘boerenjongens’ in het Google vertaalprogramma en klikte op ‘Japans’. Mijn ijsje begon al te druipen.

In beeld verscheen het woord ‘Fāmubōizu’. Farmer boys dus, fonetisch opgeschreven. Waarom hebben Japanners geen eigen woord voor ‘boerenjongens’? Hebben ze daar soms geen boeren? En zouden ze daar überhaupt ijs met brandewijn en rozijnen kennen? En hoe zou dat dan heten?

Ik nam een hapje. In de verte hoorde ik de regenwouden knetterend branden. Het meisje keek bedroefd op haar telefoon. Ze wou naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden