Column Politiek

Waarom grijpt de politiek niet in waar nodig? Het is hoog tijd dat zij zich bewust wordt van haar naarbinnengekeerdheid

Een menigte heeft zich opgesteld voor de Laleli-moskee in Rotterdam waar een demonstratie van Pegida werd afgelast. Foto ANP

Soms bekruipt me opeens een Joris Luyendijk-gevoel. Die schreef in zijn bestseller over de wereld van het Grote Geld mooi op hoe hij tot de schokkende ontdekking kwam dat er tijdens de financiële crisis niemand in de cockpit zat. ‘Dit kan niet waar zijn.’ We denken als burgers dat de boven ons gestelden alles goed in de hand hebben en met verstand en wijsheid de wereld besturen, maar stel nu eens dat dat niet zo is? Dat de samenleving feitelijk aan zichzelf is overgeleverd? Dat niemand echt aan de knoppen zit? Sterker nog: dat er helemaal geen knoppen zijn?

Ik had dat gevoel bij die vreselijke varkensbarbecue-actie bij moskeeën van Pegida. Die is met een sisser afgelopen, maar had ook heel anders kunnen eindigen. Waar ik me aan gestoord heb, is het gebrek aan politieke moed in deze affaire. Pegida had door politici/bestuurders tot de orde geroepen moeten worden. Niet met een laffe openbare-ordemaat­regel, maar met een normatieve interventie. Wat werd de samenleving hier aan zijn lot overgelaten! Zonder enig moreel leiderschap. In plaats daarvan democratisch ongemak in rechtsstatelijke mist.

Pegida had aangezegd moeten worden dat hun actie niets met vrijheid van meningsuiting of demonstratievrijheid van doen heeft. Dat het hier louter gaat om provocerende belediging en geestelijke brandstichting. Iets wat we in onze Nederlandse samenleving niet tolereren en ook nooit getolereerd hebben. Protestanten verbranden hier geen ouwels voor de deur van een katholieke kerk. Katholieken vernielen geen joodse gebedsrollen bij synagogen en atheïsten hangen geen ’God is een sprookje’-spandoeken op in kerken. In een moderne, pluriforme samenleving gelden democratische spelregels van elementair fatsoen en respect, en die moeten beschermd en verdedigd worden.

Waarom werd hier niet ingegrepen met een principiële stellingname door politici van naam? Is dat een generatiekwestie van een post-historische welvaartsgeneratie die nooit echte maatschappelijke conflicten heeft gekend en deze dus ook niet herkent? Van een postreligieuze generatie die geen antenne meer heeft voor de emotionele waarde van religie? Niet erg geruststellend.

Politiek en bestuur kunnen zich deze laconieke gelatenheid in de komende tijden helemaal niet meer veroorloven. We beleven de terugkeer van de rauwe krachten van de geschiedenis. De liberale wereldorde staat onder hoogspanning en binnenlands staan sociale cohesie en toekomstvertrouwen onder druk. Deze politieke generatie zal op de bres moeten om ons samenlevingsmodel overeind te houden en te verdedigen. Is daarvoor voldoende urgentiegevoel aanwezig?

Er wordt veel lippendienst bewezen aan ‘de gewone Nederlander’, ‘het populisme’ en de nieuwe scheidslijnen in de samenleving – tot vervelens aan toe zelfs – maar tot wezenlijke politieke en economische koerswijzigingen heeft dat niet geleid.

Duidelijk is dat er een soort van maatschappelijke vrede rond de ­islam in het Westen zal moeten worden geforceerd. Daarvoor is nodig dat er binnen de islam in Europa een scheidslijn wordt getrokken tussen de anti-westerse politieke islam en een islam die zich positief verhoudt tot het westerse samenlevings­model. Misschien zelfs wel zoals nu door kanselier Kurz in Oostenrijk wordt gepraktiseerd. Evenzeer zullen rechtspopulisten kleur moeten bekennen, de godsdienstvrijheid van een niet-anti-westerse islam moeten accepteren en extreem-rechtse radicalisering afzweren.

Duidelijk is ook dat de opstand van het populisme vooral een opstand is tegen nieuwe ongelijkheden en onzekerheden, veroorzaakt door de hyperliberalisering in de laatste decennia. Gert-Jan Segers had op het ChristenUniecongres gelijk dat het verkleinen van de sociale kloof daarop het antwoord is. Er is acute behoefte aan een nieuw sociaal contract van zekerheid en toekomst­vertrouwen, met name voor de niet-hoogopgeleide kant van Nederland.

Minder lippendienst, meer interventies die het verschil maken. De politiek moet zich bewuster worden van haar eigen naarbinnengekeerdheid, daar waar het mediapolitiek complex genoeg heeft aan zichzelf en zwelgt in Kamervragen. Waar de Haagse bestuurstorens de overheids- financiën voor de reële economie houden en het labyrint van het openbaar bestuur gelijkstellen met de reële samenleving. Met een lege cockpit zullen we de rauwe krachten van de geschiedenis niet kunnen beheersen.

René Cuperus is cultuurhistoricus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.