The Big Picture Rob Vreeken

Waarom gelden democratie en mensenrechten niet als gunstige investeringsfactoren?

De Franse president Emmanuel Macron had vrijdagochtend in Parijs een ontmoeting met de Tunesische premier Youssef Chahed. Dat was ongetwijfeld een prettig weerzien. De Fransen hebben een bijzonder plaatsje in het hart voor hun ex-kolonie, die hen veel minder dan Algerije aan een pijnlijk verleden herinnert. Tunesiërs op hun beurt houden altijd één oog op de azuren kust aan de overkant van de zee gericht. Stiekem wanen ze zich soms meer Frans dan Arabisch.

Ongetwijfeld zijn er warme woorden gesproken, daar in het Elysée. Macron heeft ­opnieuw zijn steun uitgesproken voor het democratisch avontuur in het enige land dat de Arabische lente goed is doorgekomen en Chahed heeft gehengeld naar uitbreiding van de bilaterale handel.

Wat dat betreft zijn de rollen inmiddels omgedraaid. Precies een jaar geleden was het Macron die een staatsbezoek aflegde in Tunis. Voor het Tunesische parlement ontvouwde hij zijn ambitie de Franse investeringen binnen vijf jaar te verdubbelen.

Dat is hard nodig, want de democratische omwenteling in Tunesië is nog niet uit de gevarenzone. Hoewel het toerisme weer opkrabbelt na de terroristische aanslagen van 2015, blijft de werkloosheid hoog. De jongeren zijn goed opgeleid, maar dat maakt het vooruitzicht van een toekomst zonder zinvol werk des te frustrerender.

Het is nog te vroeg om te weten of Macron zijn ambitie gaat waarmaken, maar één ding is al wel duidelijk: het schiet niet echt op.

Dat het ook anders kan, is twee landen verderop te zien, in een andere voormalige ­kolonie van Frankrijk. In Marokko voltrekt zich stilletjes een klein wonder. De productie van Franse auto’s heeft er een geweldige vlucht genomen. Renault heeft fabrieken geopend in Tanger en Casablanca. Vorig jaar werden daar al meer dan 400 duizend automobielen gemaakt, grotendeels voor de export. PSA (Peugeot Citroën) opende onlangs een fabriek in de stad Kenitra, waar volgend jaar 200 duizend auto’s van de band zullen rollen. Ook autofabrikanten als het Chinese BYD en het Canadese Linamar hebben voet aan de grond gezet in Marokko.

De Marokkaanse regering voorziet een stijging tot 1 miljoen auto’s per jaar in 2025. Nu al zijn auto’s het belangrijkste exportproduct van Marokko en voorzien ze binnenkort in 20 procent van het bnp. Vorig jaar gaf de autosector 85 duizend mensen werk, volgend jaar zal dat 175 duizend zijn.

Een werknemer in de autofabriek van Renault-Nissan in de buurt van Tanger (Marokko). Beeld AFP

Auto’s als voertuig naar een welvarende toekomst. 

Dat hebben we eerder gezien in Oost-Azië. De automobielindustrie was het geheime wapen van Aziatische Tijgers als Zuid-Korea. Japanse auto’s veroverden vanaf de jaren zeventig de wereld. Vietnam en de Filipijnen zijn bezig aan een inhaalslag en Thailand wordt al het ‘Detroit van Azië’ genoemd.

Dus ja, Tunesië, daar sta je dan, met je voorbeeldige grondwet waarin de mensenrechten beter zijn verankerd dan in menig Europees land. Met je voor de islamitische wereld ongekend pakket aan vrouwenrechten. Met je mooie nieuwe wet tegen racisme. Met je Nobelprijs voor de Vrede, als eerbetoon aan je vreedzame revolutie.

Maar nul auto’s voor de export.

Tunesië ‘kampt nog altijd met trage economische groei’, meldt het State Department zuinigjes in zijn mondiaal overzicht van investeringsklimaten. Daardoor is er een ‘laag niveau van buitenlandse investeringen’. ­Marokko daarentegen heeft zich dankzij ‘politieke stabiliteit’ ontwikkeld tot een ‘regionaal zakenknooppunt’ en een export­basis voor internationale bedrijven. Woorden als ‘ambitieus’ en ‘unieke status’ vallen.

Tja. Ik gun de Marokkaanse jongeren hun werk in de autofabrieken van Renault en Peugeot. Ik snap dat het makkelijker zaken doen is met een koning dan met een ruziënde regeringscoalitie zoals die van ­Chahed. En ik snap dat president Macron niet kan bepalen waar de Franse ondernemers hun filialen vestigen. Maar waarom gelden democratie en mensenrechten niet als gunstige investeringsfactoren?

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden