ColumnAleid Truijens

Waarom geen canon van personen, zowel goed als slecht?

De Belgen hebben sinds afgelopen vrijdag óók een nieuwe canon. Nou ja, de Vlamingen. Een literaire canon van Nederlandstalige literatuur, dus hij is ook een beetje van ons. Die van vijf jaar geleden was aan een opfrisbeurt toe. Noord-en Zuid-Nederlandse doden staan er zonder afgunst naast elkaar: Claus en Lucebert, Boon en Wolkers, Reve en Elsschot, Couperus en Gezelle.

Ze durven wel, de Vlamingen. De laatste keer dat wij in Nederland een literaire canon probeerden samen te stellen, voor de middelbare school, was in 1990. De hel brak los. Over seksisme, racisme of kolonialisme ging het niet, in die neoliberale tijden, maar om de keuzevrijheid van de lezertjes. De commissie – Ton Anbeek, Harry Bekkering en Jaap Goedegebuure – zou een ‘literaire Stasi’ zijn die jongeren hun smaak opdrong en hen daarmee voorgoed tot leeshaters maakte. Het was een gemiste kans: de literatuurgeschiedenis werd gemarginaliseerd, onder het motto ‘het dondert niet wát ze lezen, áls ze maar lezen’. De leeslijst op scholen werd steeds korter en dunner.

Uiteraard is er ook in België gedonder over deze canon. Jef Geeraerts met zijn roman Gangreen verdween uit de lijst, omdat hij zich volgens de commissie in zijn werk een ‘misselijkmakende’ vrouwenhater en racist zou tonen, en het koloniale verleden van België verheerlijkt. Ja, die typering gaat helemaal op. Maar moet een meesterwerk van een schrijver met verschrikkelijke denkbeelden uit de canon worden gegooid?

Natuurlijk niet. Als we alle vijftig titels op deze lijst zouden onderwerpen aan een hedendaags moreel oordeel – welk en wiens oordeel is dat trouwens? – dan blijven er weinig over. Ook Jan Wolkers’ Turks fruit druipt van het seksisme; de verteller is een viriel mannetjesbeest dat denkt dat vrouwen verkrachting heerlijk vinden. Gerard Reve was een held van de homo-emancipatie, maar ook, voor de grap natuurlijk, een racist. Hella Haasses Oeroeg staat terecht op de lijst, maar je kunt dat boekje, bij alle goede bedoelingen, naïef noemen in de kijk op de koloniale samenleving. W.F. Hermans beledigde de katholieken, die zouden naaien en fokken als de konijnen. En hé, had Louis Paul Boon niet een ranzige voorkeur voor jonge meisjes?

En wat is die lijst mannelijk. Vijf vrouwen! Twee Vlaamse, Hadewijch en Anna Bijns. Zouden er na 1575 geen Vlaamse vrouwen zijn geweest die werk hebben geschreven dat de tijd doorstaat? Dat geloof je toch niet? Drie vrouwen die er met reden opstaan – behalve Haasse Vasalis en Ida Gerhardt - zijn Noord-Nederlands. Géén Annie M.G. Schmidt, Anne Frank en (de schrijfsters van) Sara Burgerhart, heldinnen die wel in onze nieuwe geschiedeniscanon staan. Die zijn lekker alleen van ons.

Een canon is niet in lood geklonken, altijd aanvechtbaar en weerspiegelt onvermijdelijk de mores van de eigen tijd. Maar koester niet alleen het Goede. Zo nobel waren we niet. Waarom maken we niet een – flexibele – canon van personen die onze geschiedenis hebben bepaald? Schrijvers, kunstenaars, politici en anderen. Daar zouden dan helden en schurken op komen, en en mensen die vereerd én verguisd werden. Dus naast Vadertje Drees, Anton de Kom, Aletta Jacobs, Anne Frank en Johan Cruijff ook Van Heutsz, Mussert, Pim Fortuyn, Wilhelmina en Bernhard. En vergeet Kenau Hasselaar niet. Geschiedenis is wie wij waren, met al onze brille, fantasie, driestheid, kortzichtigheid, superioriteitswaan en wreedheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden