Opinie

Waarom Elsevier zijn naam dreigt te verliezen

De opvolgers van Pierre Vinken bij Elsevier waren niet opgewassen tegen de handigheid waarmee de Engelsen konden manipuleren. Het resultaat is dat er nu geen Nederlander meer staat aan de top van een oud Nederlands bedrijf. Laat het een waarschuwing voor elke Nederlandse onderneming zijn die met de Engelsen in zee wil gaan.

Cover van Elsevier Beeld .

In 1992 kondigden de uitgeverijen Reed International en Elsevier aan te zullen fuseren tot de Reed Elsevier Groep. Van Nederlandse zijde was de fusie voornamelijk gemotiveerd door de opvatting van Elseviers bestuursvoorzitter Pierre Vinken, namelijk dat hoge beurskoersen alleen gegarandeerd konden worden bij een winststijging van 15 à 20 procent per jaar. Reed International leek een geschikte kandidaat om over te nemen en op die manier extra winst te genereren.

In de fusieaankondiging die naar de aandeelhouders werd gestuurd, werden ook andere argumenten genoemd, zoals bredere mogelijkheden tot groei, getalsmatige groei op het gebied van wetenschappelijke en bedrijfsmatige uitgaven, complementaire marktposities en een betere voedingsbodem voor de ontwikkeling van nieuwe producten door de financiële slagkracht en schaalvoordelen.

Reed Elsevier Groep zou duaal genoteerd worden op de beurzen. De bedrijvigheid, dochterondernemingen en afdeling van beide bedrijven werden ondergebracht in een houdstermaatschappij: Reed Elsevier PLC. Dit werd een Brits vennootschap, gevestigd in Londen, onder het bestuur van één board met twaalf directeuren en acht commissarissen. De dagelijkse leiding zou berusten bij een raad van bestuur, waarin iedereen gelijke invloed zou hebben op de besluitvorming.

Volgens Vinken-biograaf Paul Fentrop was de hoofdvraag bij de fusie hoe een compromis moest worden gevonden tussen de verschillende wijzen van besturen in Nederland en Groot-Brittannië. In de fusieaankondiging werd echter gesteld dat de twee bedrijven een vergelijkbare managementstijl hadden, maar dat de teams apart bleven om zo optimaal van hun kennis en kracht gebruik te kunnen maken.

Retorisch overwicht

Het ging al snel mis in het nieuwe bestuur. Volgens Fentrop zouden de Britten hebben geprobeerd de Nederlanders 'in te pakken' met slimme versprekingen, retorisch overwicht en een afkeer van collegiale besluitvorming. Davis beschouwde Vinken als een ondergeschikte voorzitter van de raad van commissarissen, terwijl hij zichzelf meer als CEO zag. Deze rolverdeling lag niet in lijn met de eerder gemaakte afspraken.

Hoewel 1993 een succesvol jaar was voor Reed Elsevier, verstarde de verhouding tussen Vinken en Davis. Om de problemen op te lossen, werd de structuur helderder omschreven en kreeg Davis de titel van 'co-chairman'. Hij bleef echter afspraken schenden tot hij in 1994 vertrok.

In 1995 nam Vinken afscheid als voorzitter, maar hij had wel bedongen dat zijn opvolger Herman Bruggink niet onder, maar naast de nieuwe voorzitter Ian Irvine zou komen te staan. Op deze manier was er, in theorie, nog steeds sprake van een gelijkwaardige verdeling tussen Brits en Nederlands zeggenschap. In één van zijn laatste interviews zei Vinken dat de meerhoofdige leiding van de fusie vanaf het begin door de Engelsen werd gesaboteerd.

In 1996 ontstonden er nieuwe problemen doordat de top van Reed Elsevier volgens Fentrop slecht in staat was tot collegiale samenwerking. Irvine waande zich de baas, terwijl er aan Nederlandse zijde steeds minder tegenwicht werd geboden. Mede door de verkoop van de Dagbladunie ging een deel van de bedrijfscultuur van Elsevier verloren en deze maakte plaats voor de bedrijfscultuur van Reed. Irvine verwierf zo de officieuze positie van eerste bestuurder.

Ondertussen liepen de fusieplannen met uitgeverij Wolters Kluwer in 1998 stuk door een opeenstapeling van factoren. Volgens Fentrop zagen de Britse bestuurders die fusie niet zitten, uit angst voor hun eigen posities. Daarnaast kwam er vlak voor de afronding van het fusieproces een boekhoudschandaal bij de afdeling Reed Travel aan het licht. Wolters Kluwer veranderde hierdoor van onderhandelingsstrategie en stelde eisen op het gebied van verdere regelgeving die volgens Reed Elsevier niet in het belang waren van de aandeelhouders.

Mannetjesputter

Irvine vertrok als voorzitter nadat drie leden van de raad van bestuur hadden aangegeven niet met hem te kunnen samenwerken. De zoektocht naar een nieuwe CEO, bij voorkeur een Amerikaan om de Brits-Nederlandse tegenstellingen te omzeilen, werd tegengewerkt door de Britse Reed-bestuurder Webster. Hij vertegenwoordigde het Britse deel van de directeuren die het risico liepen ontslagen te worden zodra een opvolger werd gevonden.

Nadat Vinken en Loek van Vollenhoven vanwege hun leeftijd moesten aftreden als president-commissarissen, werd de Brit Crispin Davis aangetrokken als CEO, waardoor Reed definitief in Britse handen kwam. Dit is er de oorzaak van dat het weekblad Elsevier zijn naam dreigt te verliezen. Reed wil de naam 'Elsevier' reserveren voor de wetenschappelijke uitgaven. De nieuwe eigenaren hebben geen boodschap aan de lange traditie van het weekblad als onafhankelijk forum.

Pierre Vinken was een mannetjesputter. Zolang hij leefde, kon hij de Engelsen aan. Zijn opvolgers ging dit minder goed af. Zij waren ook niet opgewassen tegen de handigheid waarmee de Engelsen konden manipuleren. Het resultaat is dat er nu geen Nederlander meer staat aan de top van een oud Nederlands bedrijf. Laat het een waarschuwing voor elke Nederlandse onderneming zijn die met de Engelsen in zee wil gaan.

Frits Bolkestein is oud-VVD-leider en was werkzaam bij Shell.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden