VerslaggeverscolumnIn Zwolle

Waarom een duur station in Zwolle nog nooit is gebruikt

null Beeld
Toine Heijmans

Ik ging naar Zwolle om het station te zien. Ik zag het nieuwe station. Een minuut of tien dat ik daar zat, op een bank te wachten, mijn hoofd vol van gedachten aan de trein die hier nooit stopt.

Het station zonder trein was doelloos tegen de nieuwbouw aangeplakt, de weg er kundig onderdoor gevlochten. In het beton van het viaduct waren dichtregels te lezen – daar ging denkwerk en voorzichtig frezen aan vooraf.

Terug is dubbel weg. Verte slijt nooit.

Maar een trein stopte hier niet.

Ik zat op dat bankje en belde gedeputeerde Boerman om te vragen waarom geen trein hier stopte – al bijna anderhalf jaar stond dit station te sterven. Een andere stem klonk in mijn oren, het was de woordvoerder van de gedeputeerde en ze zei: ‘hai, Toine, hai’. De gedeputeerde was weer ‘busy busy’, zei ze, maar ze zou het gaan proberen, of ik ter voorbereiding alvast wat vragen ‘op de mail kon zetten’.

Station zonder trein Beeld
Station zonder trein

Het station was van een Hollandse schoonheid tot in elk detail, voorzichtig afgezet met marmer en warm hout. Het meubilair, de klokken, de kaartjesautomaat: hufterproof design. Hollandse schoonheid is duur, dat kost miljoenen maar je zag het er nooit aan af, behalve hier misschien.

Geen overzijde – het is enkelspoor.

Vanaf het verlaten perron stuurde ik drie korte vragen naar het provinciehuis en keek naar de trein, een blauwe, die stroomaf langsreed maar niet stopte, en dacht aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten en aan de gedeputeerde, de nachten die hij ervan wakker lag, de woede die zich van hem meester maakte als hij dacht aan het station.

Het Kamperlijntje is de kortste spoorbaan van het land: 13 kilometer. Het kreeg nieuw grind, nieuwe rails, nieuwe bovenleidingmasten, nieuwe wissels, nieuwe dwarsliggers, een nieuw station. De trein ging 140 rijden maar de ondergrond was te zwak, dat waren ze vergeten uit te zoeken. Nu reed hij 100 maximaal, en daarom stopte hij niet op dit station, want daarvoor was geen tijd in de dienstregeling.

Niemand was echt in staat een oplossing te bedenken voor dit Playmobilprobleem. Iedereen gaf elkaar de schuld. Met de verkiezingen in zicht belegden de vijf betrokken bestuursleden wel een persconferentie, en bezwoeren daar de opening van het station – over een jaar, misschien. Ze poseerden voor de fotograaf in een vergaderzaal, zich bewust van hun belangen.

Stadshagen is misschien wel de netste wijk van het land. Nergens lag rommel op straat, of in de efficiënte groenvoorziening. De huizen zijn er groot en van warm baksteen, de kliko’s staan er in het gelid. Overal basisscholen met hun geluid van jonge aanplant.

Maar nog steeds geen station voor mensen die het nut van de provincie toch al in twijfel trokken.

Pieter Koster Beeld
Pieter Koster

Ik belde aan bij Pieter Koster, blauwe slingers sierden zijn huis ter ere van zijn nieuwgeboren zoon. Hij beheert de vrijwillige nieuwssite over zijn groeiende wijk, waar 40.000 mensen komen wonen. ‘Met bombarie’ was ze een station beloofd, zei Pieter, ‘een prestigeproject’, het was voor sommigen een reden hier een huis te kopen. De nachtelijke werkzaamheden namen ze voor lief. Nu leefden ze met een station zonder treinen. ‘Ze lachen erom’, zei Pieter. En moeten met de auto naar de stad.

Korter halteren en een nieuwe dienstregeling – de oplossing leek eenvoudig, maar dit was een Hollands probleem, hier ging de kost nog altijd voor de baat. ‘Een geldkwestie’, vatte Pieter het maar samen, ‘het is een strijd om wie de rekening gaat betalen’.

Ik stelde me opnieuw de gedeputeerde voor, briesend in besloten vergaderingen, een voorman van het volk, zo hard stampend in zijn laarzen dat de slappe ondergrond bewoog. Ik wilde hem vragen wat de slagkracht van de provincie was, hoe hij zich hard had gemaakt voor de bewoners van zijn nieuwe wijk. Maar vooralsnog kwam er geen antwoord.

Geloven de bewoners hun bestuurders nog, Pieter, geloven ze dat hun station over een jaar echt open is?

‘Nee, nee.’

De staatssecretaris voor treinen, Van Veldhoven, tekende laatst met bombarie een land vol snelle spoorverbindingen. Alle steden moeiteloos verbonden met tienminutentreinen – een schitterende utopie, zo vlak voor de verkiezingen.

De bestuurders Beeld
De bestuurders

Jules de Corte schreef een liedje over het Kamperlijntje, in de tijd dat er nog dieseltreinen reden:

De een krijgt citroenen, de ander slechts knollen

Van Zwolle naar Kampen, van Kampen naar Zwolle

De gedeputeerde bleek te busy busy om mij te woord te staan. Wel zette de woordvoerder wat antwoorden op de mail. Daaruit bleek dat iedereen schuldig was behalve de gedeputeerde, maar verder niemand specifiek. O, dacht ik. Dus daarom stopten op dit station geen treinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden